Interview Jan van Zanen (VNG): ‘De Rijksoverheid ontwikkelt zich tot een middenbestuur: een overheidslaag tussen de regionale en internationale bestuurslaag in’

15 juni 2020

Jan van Zanen is voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en burgemeester van Utrecht. Op 1 juli begint van Zanen als burgemeester in Den Haag. Van Zanen was eerder burgemeester van Amstelveen (2005-2013), partijvoorzitter van de VVD (2003-2008) en wethouder in Utrecht (1998-2005). Speciaal voor de 1000e editie van de Europese Ster ging hij met ons in gesprek over het belang van Europa voor gemeenten en de rol die gemeenten spelen in Europa.

Is de betrokkenheid van gemeenten bij de totstandkoming van Europees recht en beleid volgens u van belang en waarom? Wat voor waarde voegt dit toe voor gemeenten?

Dat de betrokkenheid van gemeenten in Europa belangrijk is voor gemeenten vindt Van Zanen logisch: ‘Zeventig procent van het Europese beleid raakt de lokale regelgeving. Gemeenten kunnen dus niet om Europa heen. Denk maar aan de informatiesamenleving, milieuregelgeving of aanbestedingsregels’, legt hij uit.

Van Zanen belicht ook het feit dat er naast wetgeving en beleid vanuit de EU ook fondsen beschikbaar zijn voor gemeentelijke projecten. Voor verschillende doelen zijn er subsidieprogramma’s, zoals het creëren van burgerparticipatie, het versterken van het platteland of het stimuleren van onderzoek en innovatie. ‘Bij projecten in de gemeenten is vaak Europese cofinanciering mogelijk. De gemeentelijke begroting kan hierdoor effectiever worden ingezet’, legt hij uit. Tot slot noemt hij nog dat er in Europa tal van (kennis)netwerken zijn waar gemeenten bij kunnen aansluiten. Hierdoor kunnen gemeenten uit heel Europa met elkaar samenwerken en van elkaar leren.

Hoe Europabewust zouden gemeenten volgens u moeten zijn, en waarom?

Het bewustzijn is volgens Van Zanen belangrijk op twee manieren. ‘Ten eerste is het van belang dat gemeenten kennis hebben van de verplichtingen die de Europese regels met zich meebrengen. Ook betekent ‘Europees bewust zijn’ dat gemeenten de kansen benutten die Europa biedt’, legt hij uit. Hij noemt daarbij voorbeelden als het participeren in Europese (kennis)netwerken, kennis uitwisselen met andere (Europese) overheden en gebruikmaken van subsidies uit EU-programma’s.

Heeft u voorbeelden van kansen die Nederlandse gemeenten succesvol hebben benut in Europa?

Van Zanen ziet de Europese Agenda stad als een mooi voorbeeld waarin talloze Nederlandse steden actief hebben deelgenomen. In de partnerschappen zijn volgens hem goede resultaten behaald. ‘Dat heb ik van dichtbij gezien in mijn eigen stad Utrecht, binnen het partnerschap luchtkwaliteit. Ook in het vormgeven van de Europese Agenda stad hebben we als Nederlandse steden en Rijk een sterke rol kunnen spelen. Het programma is niet voor niets tijdens het Nederlands voorzitterschap van start gegaan’, vertelt hij.

Wat kunnen Nederlandse gemeenten op hun beurt voor de Europese Unie betekenen?

Van Zanen wijst op de dubbele rol die Nederlandse gemeenten spelen in Europa. Enerzijds zijn gemeenten een bron van kennis. ‘Nederlandse gemeenten worden internationaal en ook binnen Europa op veel vlakken gezien als rolmodel. De kennis, ervaring en zelfbewustzijn van gemeenten kan ondersteunend zijn in Europa.’ Anderzijds zijn gemeenten een belangrijke speler bij de uitvoering van beleid. ‘Europa heeft gemeenten nodig om tot een succesvolle uitvoering van Europees beleid te komen’, legt hij uit.

Volgens Van Zanen is het gevolg van deze wisselwerking tussen Europa en gemeenten dat decentrale overheden en de EU beleidsinhoudelijk aan belang winnen. Hiervoor verwijst hij naar het rapport ‘Signalement de Rijksoverheid als middenbestuur’ van de Raad van het Openbaar Bestuur en de daaruit volgende conclusie ‘De Rijksoverheid ontwikkelt zich daardoor tot een midden bestuur, een overheidslaag tussen de regionale en internationale bestuurslaag in.’

Wat zijn volgens u de belangrijkste Europese onderwerpen voor gemeenten die op de Europese agenda staan? En waarom?

De belangrijkste onderwerpen vindt van Zanen met name de onderwerpen uit de Green Deal en de daarbij behorende thema’s, zoals de circulaire economie, energietransitie, duurzame mobiliteit en schone lucht. ‘Al deze vraagstukken kun je niet aanpakken zonder het lokale niveau. We hebben hierop als VNG ook onze hulp aangeboden aan Timmermans’, vertelt Van Zanen

Wat is volgens u het algemene beeld dat de Nederlandse gemeenten hebben als het gaat om Europa? Zien zij bijvoorbeeld vooral uitdagingen of juist kansen vanuit Europa komen? Is dat beeld positief of negatief?

‘Gemeenten hebben een positief beeld over Europa’, aldus van Zanen. Wel geeft hij een voorbeeld van een Europese uitdaging voor gemeenten die ook als kans gezien kan worden: ‘Gemeenten weten niet altijd de weg te vinden naar fondsen en subsidies. Slimmer en effectiever deelnemen aan Europese netwerken zou hierbij kunnen helpen’.

Het Rijk en decentrale overheden hebben soms verschillende visies en/of belangen op bepaalde EU-onderwerpen. Hoe kunnen ze daarin toch goed samen optrekken?

Volgens Van Zanen zijn er meestal goede afspraken tussen het Rijk en de decentrale positie. Ook zijn er volgens hem punten waarop de decentrale positie afwijkt. ‘Dan zijn we ook kritisch richting het Rijk en laten we van ons horen. Samen met andere decentrale overheden zoeken we naar mogelijkheden om onze positie voor het voetlicht te brengen.’ Decentrale overheden weten Brussel hierbij dan ook te vinden volgens hem.

Wat is volgens u de impact van Europese actualiteiten, zoals de huidige COVID-19-crisis, op gemeenten, bezien vanuit een Europees perspectief?

Van Zanen vindt het mooi om te zien hoe men elkaar nu online weet te vinden en hoe kennis en ervaringen worden gedeeld. ‘Mijn mailbox loopt over van de webinars en online vergaderingen van allerlei netwerken van steden en gemeenten’, vertelt hij. Hij geeft hiervoor ook een verklaring:  ‘Steden en regio’s in heel Europa lopen tegen dezelfde vraagstukken aan en daar kunnen we elkaars inzichten zeker goed bij gebruiken.’ Het delen van voorbeelden uit de praktijk gebeurde volgens hem al wel ‘maar het komt nu extra goed van pas’, aldus Van Zanen.

Uw interview maakt deel uit van de 1000e editie van onze nieuwsbrief De Europese Ster, die al jaren wordt verstuurd door Kenniscentrum Europa decentraal en het Huis van de Nederlandse Provincies. Wat is volgens u de waarde van nieuwsbrief de Europese Ster voor gemeenten?

‘De Europese Ster is een handig middel voor bestuurders en medewerkers die niet dagelijks met Europa bezig zijn om goed en snel geïnformeerd te blijven,’ vindt van Zanen. Voor medewerkers biedt het volgens hem de nodige aanknopingspunten en verdieping om met Europees beleid aan de slag te gaan.