Commissie tegen Spanje

HvJ-EG, 16 oktober 2003. Zaak C-283/00. In deze zaak gaat het om het de uitlegging van de eerste voorwaarde van het begrip publiekrechtelijke instelling: ‘behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn’ (art.1 lid 9a richtlijn 2004/18). Het Hof concludeert dat de aanbestedende dienst voldoet aan alle criteria uit de rechtsspraak betreffende deze voorwaarden en dat zij als publiekrechtelijke instelling moet worden aangemerkt.

De zaak

De SIEPSA had een aanbesteding uitgeschreven voor het uitvoeren van de werken aan het Centro Educativo Penitenciario Experimental de Segovia. Het ging om een aanbestedende dienst in de zin van richtlijn 93/37 (nieuwe richtlijn 2004/18/EG), waarvan het bedrag boven de aanbestedingsdrempel uitkwam.

Klacht Commissie

De Commissie beschuldigde Spanje ervan in het kader van de openbare aanbesteding niet aan de bepalingen van richtlijn 93/37 te hebben voldaan. Met name niet aan de regels over bekendmaking.

Verweer Spanje

Volgens Spanje is SIEPSA geen aanbestedende dienst in de zin van richtlijn 93/37. en waren de bepalingen van de richtlijn dus niet van toepassing. SIEPSA zou een staatshandel-vennootschap zijn die onder privaatrecht valt.

Voorwaarden publiekrechtelijke instelling

Volgens vaste rechtspraak moet een entiteit om als publiekrechtelijke instelling in de zin van richtlijn 93/37 te worden gekwalificeerd, voldoen aan drie cumulatieve voorwaarden. De instelling:

  • is opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang anders dan die van industriële of commerciële aard;
  • heeft rechtspersoonlijkheid;
  • en is in grote mate afhankelijk van de staat, doordat:
    • de activiteiten in hoofdzaak door de staat, de territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen worden gefinancierd;
    • het beheer is onderworpen aan toezicht door deze laatste;
    • of de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend/toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat, territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen.

De Commissie en Spanje betwisten alleen het eerste punt. Zij waren het er niet over eens of de behoeften van algemeen belang ter voldoening waarvan SIEPSA specifiek is opgericht van commerciële aard zijn of niet.

Uitputtend

De lijst met publiekrechtelijke instellingen (bijlage I richtlijn 93/37) heeft volgens het Hof geen uitputtend karakter. Per geval moet worden onderzocht of een instelling al dan niet voorziet in een behoefte van algemeen belang.

Behoeften van algemeen belang

Het begrip ‘behoeften van algemeen belang anders dan die van industriële of commerciële aard’ moet in alle lidstaten op eenvormige wijze worden uitgelegd. Aanwijzingen voor behoeften van algemeen belang zijn:

  • er wordt op andere wijze in voorzien dan door het aanbieden van goederen of diensten op de markt;
  • de staat besluit er zelf in te voorzien;
  • de staat wil een beslissende invloed behouden (zie zaak C-373/00 Truley).

Criteria uit rechtspraak

Er moet bij de beoordeling gelet worden op alle relevante elementen rechtens en feitelijk, zoals:

  • de omstandigheden waaronder de betrokken instelling is opgericht;
  • de voorwaarden waaronder zij werkzaam is;
  • het ontbreken van mededinging op de markt;
  • het niet hoofdzakelijk hebben van een winstoogmerk;
  • het niet dragen van de risico’s, die aan de activiteit verbonden zijn;
  • het financieren van de activiteit met openbare middelen.

Conclusie

Het Hof concludeerde dat SIEPSA aan alle criteria voldoet en daarom als een aanbestedende dienst in de zin van richtlijn 93/37 moet worden aangemerkt. Spanje is de verplichtingen uit de richtlijn niet nagekomen.