AVR tegen Westland

Rechtbank s ’Gravenhage, 29 februari 2012. Zaak LJN BW5722. In deze zaak beoordeelt de rechter dat een besluit waarbij een alleenrecht voor onbepaalde tijd wordt verleend voor het verwerken van huishoudelijk afval, wordt gekwalificeerd als een besluit ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Hiertegen staat volgens art. 8:3 Awb geen bezwaar of beroep open voor derden.

Verlenen alleenrecht

In de praktijk verlenen decentrale overheden alleenrechten voor verschillende typen overheidsopdrachten. Een alleenrecht moet volgens art. 1:3 lid 1 Awb worden vastgelegd in een verordening. De rechtbank oordeelt in deze zaak dat het verlenen van een alleenrecht als zodanig een privaatrechtelijke
rechtshandeling is, waaraan een bestuursrechtelijke rechtshandeling voorafgaat. Hiertegen staat geen bezwaar en beroep open.

Feiten

Het draait in deze zaak om het besluit waarbij het college van B&W van Westland het alleenrecht voor het verwerken van huishoudelijk afval voor onbepaalde tijd verleende aan NV Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC). Het college van B&W heeft ook besloten een ballotageovereenkomst met HVC aan te gaan, om zo aandelen in HVC te kunnen kopen.

Bezwaar

AVR afvalverwerking heeft hiertegen bezwaar gemaakt maar dit bezwaar werd bij besluit ongegrond verklaard. Deze zaak gaat om dit laatste besluit. De rechtbank moet beoordelen of tegen de door verweerder genomen besluiten bezwaar en beroep openstaat ingevolge de Awb. De rechtbank beoordeelt of de verweerder het bezwaar op goede gronden ontvankelijk heeft verklaard.

Uitspraak rechtbank

De rechtbank oordeelde dat het besluit waarbij een alleenrecht is verstrekt aan HVC een besluit is ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling in de zin van art. 8:3 Awb. Hiertegen staat geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming open. Met de verstrekking van het alleenrecht heeft HVC namelijk nog niet de opdracht verkregen tot het verwerken van afval. De opdracht tot het verwerken van afval wordt uitgewerkt in een privaatrechtelijke overeenkomst.

Geen bezwaar en beroep

Volgens de toelichting bij art. 33 Afvalstoffenverordening staat tegen het besluit tot vestiging van het alleenrecht aan HVC bezwaar en beroep open. Dit kan niet tot de conclusie leiden dat het bezwaar om die reden ontvankelijk moet worden geacht omdat het hier een vraag van openbare orde betreft die door de rechter ambtshalve moet worden beoordeeld. De rechtbank is, gelet op het voorgaande van oordeel dat B&W AVR afvalverwerking, ten onrechte in haar bezwaren heeft ontvangen. Het beroep komt voor gegrond verklaring in aanmerking. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.