Nieuws

Publicatie: 5 juni 2026

Door:


Europa wil minder afhankelijk worden van technologie van buiten de Unie. Met het nieuwe European Technological Sovereignty Package zet de Europese Commissie een koerswijziging in. Niet meer alleen meedoen in de mondiale digitale economie, maar ook zelf kunnen bepalen op welke technologie die economie draait. Het klinkt als een geopolitiek verhaal op hoog niveau, maar de gevolgen landen uiteindelijk heel concreet in het gemeentehuis, het provinciehuis en het waterschap.

Een ongemakkelijke realiteit onder de digitale oppervlakte

Europa is op digitale terreinen sterk afhankelijk van partijen buiten de Unie. Cloudinfrastructuur, halfgeleiders en AI-modellen komen in belangrijke mate uit de Verenigde Staten of Azië.Die afhankelijkheid is jarenlang functioneel geweest. Het werkte, het was efficiënt, en het maakte snelle digitalisering mogelijk. Maar in een tijd waarin digitale systemen direct raken aan veiligheid, energie en publieke dienstverlening, wordt die afhankelijkheid steeds ongemakkelijker.

Van cloud tot chip: de stille infrastructuur van lokaal bestuur

Voor decentrale overheden lijkt dit debat soms ver weg. Toch rust een groot deel van de publieke dienstverlening inmiddels op precies die lagen waar Brussel nu op inzoomt. Gemeenten draaien vergunningensystemen in de cloud. AI ondersteunt steeds vaker bij handhaving of dienstverlening. En achter bijna elke digitale toepassing zitten chips, datacenters en softwareketens die grotendeels buiten Europa worden ontworpen en geproduceerd.

Met het pakket wil de Commissie die keten versterken. De aangescherpte Chips Act 2.0 moet Europese productie van halfgeleiders opschalen en minder kwetsbaar maken. Niet omdat elke gemeente zelf chips wil maken, maar omdat de continuïteit van digitale dienstverlening afhankelijk is van die schijnbaar onzichtbare componenten. De Cloud and AI Development Act gaat een stap verder. Europa wil fors investeren in datacentercapaciteit en tegelijkertijd een eigen kader ontwikkelen voor AI- en cloudsoevereiniteit. Voor lokale overheden kan dat op termijn betekenen dat er meer Europese alternatieven beschikbaar komen, met minder lock-in en meer grip op data en verwerking.

Open source als bestuurlijke keuze, niet alleen als techniek

Opvallend in het pakket is de rol van open source. Waar open source lang vooral werd gezien als iets voor ontwikkelaars en nicheprojecten, krijgt het nu een strategische plek in het Europese beleid. De gedachte: als publieke organisaties software kunnen begrijpen, delen en aanpassen, worden ze minder afhankelijk van gesloten ecosystemen van grote leveranciers.

Voor decentrale overheden raakt dat direct aan de praktijk van inkoop en ICT-beheer. De Europese inzet betekent dat open source nadrukkelijker in aanbestedingen kan worden meegenomen, en dat hergebruik tussen overheden wordt gestimuleerd. Dat vraagt om een andere manier van kijken. Niet alleen naar prijs en functionaliteit, maar ook naar eigenaarschap, transparantie en de mogelijkheid om zelf te kunnen sturen op digitale infrastructuur.

Waar vroeger vooral werd gekeken naar kosten en functionaliteit, komt er een derde laag bij: strategische afhankelijkheid.

De verschuiving in aanbestedingslogica

In recente aanbestedingen, zoals voor cloudoplossingen, wordt ‘soevereiniteit’ steeds vaker een expliciet criterium. Niet als abstract principe, maar als meetbaar onderdeel van de gunningssystematiek. Dat is relevant voor decentrale overheden, omdat het de logica achter aanbestedingen langzaam verandert. Waar vroeger vooral werd gekeken naar kosten en functionaliteit, komt er een derde laag bij: strategische afhankelijkheid. Die verschuiving is niet alleen juridisch of technisch, maar ook organisatorisch. Het vraagt om nieuwe kennis in inkoopteams en IT-afdelingen, en om een bredere bestuurlijke afweging over digitale onafhankelijkheid.

De lokale overheid als scharnierpunt

Wat deze Europese strategie interessant maakt, is dat zij decentrale overheden niet alleen ziet als uitvoerders, maar ook als schakelpunt in de digitale transitie.Nieuwe Europese initiatieven rond AI en cloud bevatten expliciet ondersteuning voor implementatie in lidstaten en regio’s. Denk aan kenniscentra, AI-experimenteeromgevingen en samenwerkingsstructuren waarin overheden samen leren hoe nieuwe technologie verantwoord kan worden ingezet. Daarmee schuift de rol van de lokale overheid langzaam op. Niet alleen gebruiker van technologie, maar ook mede-ontwerper van digitale systemen die publiek belang raken. Tegelijkertijd trekt de Commissie de digitale transitie nadrukkelijk naar de fysieke wereld. Datacenters verbruiken energie, AI vraagt om rekenkracht, en dat zet druk op elektriciteitsnetten en duurzaamheid.

De koppeling met het energiesysteem is daarom geen bijzaak. De Europese strategie benadrukt dat digitalisering alleen houdbaar is als die past binnen de grenzen van het energiesysteem. Dat raakt gemeenten en provincies direct, omdat zij steeds vaker te maken krijgen met vergunningverlening voor datacenters en de ruimtelijke inpassing van digitale infrastructuur.

Terug naar de praktijk

Uiteindelijk is de vraag die deze Europese koers oproept vrij eenvoudig, maar niet eenvoudig te beantwoorden. Hoeveel controle wil en kan een decentrale overheid hebben over de digitale systemen waarop zij draait? De Europese Unie zet een stap richting meer autonomie, meer openheid en meer Europese capaciteit. Maar die ambitie krijgt pas betekenis in de praktijk van alledag: in aanbestedingen, in ICT-architecturen en in de keuzes die gemeenten maken bij het digitaliseren van hun dienstverlening.

Bronnen

Commission boosts open and interoperable digital ecosystems for public administrations Website Europese Commissie

The EU Open Source Strategy Website Europese Commissie