De EU stimuleert duurzame stedelijke mobiliteit door middel van wetgeving, richtsnoeren en financiële steun. De kern van de EU-aanpak bestaat uit duurzame stedelijke mobiliteitsplannen (SUMPs), die met de herziening van de TEN-T verordening in 2024 verplicht zijn gesteld voor 431 stedelijke gebieden. De Europese Rekenkamer (hierna ERK) onderzocht enkele mobiliteitsplannen en stelde meerdere tekortkomingen vast. De conclusie: toekomstige vooruitgang van stedelijke mobiliteit hangt af van lokale maatregelen.
Observaties van de Europese Rekenkamer
In de EU is er steeds meer aandacht voor duurzame stedelijke mobiliteit, wat ook is terug te zien in de regels en afspraken voor EU-financieringsprogramma’s, zoals de cohesiefondsen, de Connecting Europe Facility en de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Dit brengt verschillende voordelen met zich mee, zoals een vermindering van broeikasgasemissies, netcongestie en reistijd alsook een verbetering van de lucht- en levenskwaliteit. De Commissie heeft ingezet op het promoten van duurzame stedelijke mobiliteitsplanning (SUMPs: sustainable urban mobility plans) die vanaf eind 2027 voor lidstaten als verplichting gelden. De ERK heeft in zes lidstaten (Tsjechië, Spanje, Frankrijk, Hongarije, Polen, Portugal) onderzocht of de maatregelen die de Commissie en de betrokken autoriteiten in de lidstaten hebben genomen duurzaam vervoer in stedelijke gebieden ondersteunen.
De ERK stelde enkele tekortkomingen vast die de doeltreffendheid van de SUMPs ondermijnen:
1. Het EU-kader is versterkt, maar niet volledig effectief
Ondanks dat het EU-kader voor stedelijke mobiliteit is versterkt, blijven Europese doelstellingen vrij algemeen. Zo zijn er bijvoorbeeld geen bindende doelen voor de verschuiving van autogebruik naar duurzamere vervoersmiddelen (modal shift). Daarnaast heeft de Commissie talrijke ondersteunende initiatieven geïntroduceerd die, hoewel ze door lokale overheden worden gewaardeerd, elkaar deels overlappen en zorgen voor een complex landschap. Bovendien is de monitoring van resultaten nog beperkt, door het ontbreken van geharmoniseerde indicatoren en systematische gegevensrapportage.
2. Beperkte geografische dekking van SUMPs
Daarnaast stelt de ERK vast dat veel mobiliteitsplannen een te beperkt geografisch gebied bestrijken. Veel steden baseren hun plannen op administratieve grenzen waardoor een aanzienlijk deel van de pendelstromen buiten beeld blijft. Dit vermindert de effectiviteit van de mobiliteitsplannen.
4. Plannen zijn vaak onvoldoende ambitieus
De meeste gecontroleerde plannen bevatten wel maatregelen om de toegankelijkheid te verbeteren en broeikasgasemissies te verminderen, maar zijn vaak minder ambitieus in het ontmoedigen van autogebruik. Bovendien is de afstemming tussen stedelijke en nationale klimaatdoelstellingen niet altijd duidelijk. Het ontbreekt ook in meerdere gevallen aan systematische monitoring van de uitvoering en de effecten van de plannen.
5. Wisselende significante impact
Tot slot blijkt dat EU-gefinancierde projecten doorgaans correct zijn uitgevoerd en aansluiten bij mobiliteitsstrategieën, maar dat de daadwerkelijke impact op de behoeften van pendelaars en emissiereductie wisselend is. Het ontbrak in enkele gevallen aan duidelijke resultaatindicatoren en een betrouwbare methode om broeikasgasreductie te meten.
Aanbevelingen
Op basis van de observaties doet de ERK de volgende aanbevelingen:
- Voor het vierde kwartaal van 2026 moet de Commissie samen met de lidstaten een indicator voor de verdeling van verplaatsingen over vervoersmiddelen – modal split (red. een modal split is de verdeling van de verplaatsingen over de vervoerwijze) vaststellen.
- Voor het vierde kwartaal van 2027 moet de Commissie de SUMP-richtsnoeren aanvullen en een centraal informatiepunt creëren voor ondersteuningsinitiatieven.
- Voor het vierde kwartaal van 2028 moet de Commissie controleren of SUMPs het volledige functionele stedelijke gebied bestrijken. Als dat niet het geval is, moet dat samen met nationale autoriteiten worden opgelost.
- Voor het vierde kwartaal van 2028 moet de Commissie voor EU-gefinancierde projecten een geschikte methode ontwikkelen voor het meten van veranderingen in broeikasgasemissies.
Decentrale relevantie
De ERK concludeert dat de EU goed op weg is om duurzame stedelijke mobiliteit te bevorderen, maar dat zonder betrouwbare monitoring, duidelijke indicatoren en volledige geografische dekking de effecten beperkt blijven. Voor veel Nederlandse decentrale overheden zijn de bevindingen van dit rapport direct relevant, omdat 26 stedelijke gebieden in Nederland uiterlijk eind 2027 een SUMP moeten hebben opgesteld.
Provincies en gemeenten doen er goed aan om bij het opstellen of actualiseren van hun mobiliteitsplannen rekening te houden met het volledige functionele stedelijke gebied, dus inclusief pendelzondes over gemeentegrenzen heen. Dit vraagt om intensieve regionale samenwerking en afstemming met omliggende gemeenten. Bovendien is het van belang dat plannen ook maatregelen bevatten die het autogebruik ontmoedigen. Daarnaast benadrukt het rapport het belang van goede monitoring. Decentrale overheden zullen hun plannen moeten voorzien van duidelijke indicatoren en een systematische methode om voortgang te meten.
Tot slot kunnen investeringen in duurzame mobiliteit worden ondersteund via EU-fondsen, zoals de Connecting Europe Facility. Voor meer informatie over deze en andere fondsen kunt u onze fondsenwijzer raadplegen. Een goed onderbouwd en alomvattend SUMP vergroot de kans op succesvolle subsidieaanvragen. Op onze website vindt u meer informatie over de SUMP-methodiek.
Bron
Stedelijke mobiliteit: meer lokale actie nodig om forenzen uit de auto te krijgen, Europese Rekenkamer