Europees recht en beleid

Laatste update: 19 oktober 2023

Contact:


Voor decentrale overheden in stedelijke gebieden is een Sustainable Urban Mobility Plan (Duurzaam stedelijk mobiliteitsplan, SUMP) van belang. Dit is een strategisch plan voor het vervullen van de mobiliteitsbehoeften van burgers en bedrijven in steden. De nadruk ligt hierbij op duurzame mobiliteit en betrokkenheid van burgers en belanghebbenden. Op dit moment zijn er binnen de EU meer dan duizend SUMPs of vergelijkbare plannen gemaakt die ruim verschillen tussen lidstaten. Voorbeelden van en informatie over SUMPs wordt gedeeld door het observatorium voor stedelijke mobiliteit van de Commissie, ELTIS.

Eigenschappen

De SUMP is in het leven geroepen door Bijlage 1 van de Commissiemededeling ‘Samen naar een concurrerend en zuinig stedelijk mobiliteitssysteem‘ uit 2013. van De SUMP is niet gericht op een bestuurlijke regio zoals een gemeente, maar op de functionele stedelijke eenheid en richt zich zowel op de korte als lange termijn. Een uitgebreide analyse van de huidige vervoerssituatie is noodzakelijk. Ook is het belangrijk dat men prestatie-indicatoren en specifieke, meetbare doelstellingen stelt die gebaseerd zijn op een realistische inschatting van de beschikbare middelen. Een SUMP richt zich onder meer op openbaar vervoer, voetgangers en fietsers, intermodaal vervoer, transport en wegveiligheid. De nadruk ligt hierbij op samenwerking, co√∂rdinatie en consultatie tussen verschillende overheidsniveaus en autoriteiten. Burgers dienen ook betrokken te zijn.

Verplichting

In een voorgestelde vernieuwing van de TEN-T verordening wordt de verplichting vastgelegd voor urban nodes in de zin van die verordening om een SUMP vast te stellen. Deze verplichting is in artikel 40 en Bijlage V van de voorgestelde verordening te vinden. In deze bijlage wordt gespecificeerd dat deze SUMPs onder meer verbonden moeten zijn aan een langetermijnsstrategie voor transportinfrastructuur, multimodaal transport moeten bevorderen door middel van de integratie van verschillende transportmodi, rekening moeten houden met de impact van stedelijke maatregelen op het trans-Europese netwerk en heldere doelstellingen en indicatoren moeten stellen om voortgang te monitoren. Verder moeten de SUMPs vastgesteld worden door middel van intensieve samenwerking tussen bestuurlijke lagen en met een grote mate van participatie vanuit burgers en het bedrijsfleven. Deze SUMPs moeten eind 2025 vastgesteld zijn.

Poly-SUMP

Stedelijke agglomeraties met meerdere centra waarin diensten, goederen en transportbehoeften verspreid zijn, kunnen een zogenaamde Poly-SUMP opstellen. De methodologie voor een Poly-SUMP is gericht op sterk afhankelijke agglomeraties met een centrale stad met onder de 200,000 inwoners in een grotere regio en onder de 100,000 inwoners in een kleinere regio en enkele kleinere kernen van meer dan 5,000 inwoners. Voor deze omstandigheden is de Poly-SUMP gids opgesteld. Hoewel stedelijke kernen onder de 100,000 inwoners verhoudingsgewijs minder vaak een SUMP hebben, raadt de Europese Commissie dorpen en steden van alle omvang aan om een SUMP op te stellen.

SUMP-methodiek

Een SUMP wordt meestal opgesteld door middel van de SUMP-methodiek. Deze methodiek is ontwikkeld om duurzaam mobiliteitsbeleid vorm te geven en is vastgelegd in de Richtlijnen voor de ontwikkeling en implementatie van SUMPs. Hierin worden vier fasen of kwadranten onderscheiden waarin de SUMP ontwikkeld wordt. Deze vier fasen worden steeds herhaald als een continu beleidsproces. Elk van deze fasen is onderverdeeld in drie stappen:

1: De eerste fase is de voorbereidings- en ontwikkelingsfase, waarin belanghebbenden bepaald worden, draagvlak geschapen wordt en de mobiliteitssituatie geanalyseerd wordt. Hierbij horen de volgende stappen:

1: Het opzetten van een werkstructuur;

2: Het bepalen van een planningskader;

3: Het analyseren van de mobiliteitssituatie.

2: De tweede fase is de doelstellingsfase, waarin ook maatregelen om deze te bereiken uitgewerkt worden. Hierbij horen de volgende stappen:

4: Het inschatten van scenario’s;

5: Het ontwikkelen van een visie met belanghebbenden;

6: Het opstellen van indicatoren en doelstellingen.

3: De derde fase is de uitwerkingsfase waarin een strategie en verantwoordelijkheidsverdeling worden opgesteld. Hierbij horen de volgende stappen:

7: Het kiezen van pakketten aan maatregelen met belanghebbenden;

8: Het besluiten tot acties en verantwoordelijkheden;

9: Het voorbereiden op het uiteindelijke aannemen en financieren.

4: De vierde en laatste fase is de uitvoeringsfase, waarin ook monitoring en evaluatie plaatsvinden zodat in de volgende uitvoering van de cyclus men deze beter kan uitvoeren. Hierbij horen de volgende stappen:

10: Het managen van de implementatie;

11: Het monitoren, aanpassen en communiceren;

12: Het terugblikken en leren van lessen.