Europees recht en beleid

Laatste update: 8 oktober 2025

Contact:


Het Trans-Europees Vervoersnetwerk, afgekort als TEN-T, is een essentieel instrument van de Europese Unie voor de planning en ontwikkeling van transportinfrastructuur. Het doel is om een samenhangend, efficiënt en kwalitatief hoogwaardig netwerk te creëren dat de hele EU dekt. Dit netwerk omvat verschillende vormen van vervoer, zoals het spoor, wegen, binnenwateren en de luchtvaart. 

Door grensoverschrijdende verbindingen te verbeteren en knelpunten weg te nemen, bevordert TEN-T de economische groei en de sociale samenhang binnen Europa. Bovendien richt het beleid zich sinds een herziening in 2024 sterk op het verminderen van de milieu-impact van transport en het verhogen van de veiligheid en veerkracht van het netwerk. Projecten binnen TEN-T worden hoofdzakelijk gefinancierd via de Connecting Europe Facility (CEF), met name de transportcomponent CEF-Transport (CEF-T), het Europese fonds voor de ontwikkeling van strategische infrastructuur. 

De juridische grondslag voor het TEN-T is vastgelegd in de artikelen 170-172 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en is verder uitgewerkt in Verordening 2024/1679 (die Verordening 1315/2013 heeft vervangen).  

Netwerkstructuur: de drie lagen 

Het TEN-T-netwerk is opgebouwd uit drie niveaus, die hieronder worden toegelicht (zie de TEN-T-kaarten voor een overzicht). Centraal in de ontwikkelingsstrategie staat multimodaliteit: belangrijke knooppunten moeten waar mogelijk worden verbonden via verschillende vervoersvormen, zoals weg, spoor en water. 

Het kernnetwerk (Core Network) 

Het kernnetwerk vormt de basis van het TEN-T-netwerk en omvat de belangrijkste vervoersverbindingen en knooppunten binnen de Europese Unie. Het richt zich op strategische steden, zoals hoofdsteden en steden met meer dan 100.000 inwoners, evenals op havens, luchthavens en grensovergangen die van groot belang zijn voor het Europese vervoer. 

In Verordening 2024/1679 is vastgelegd dat het kernnetwerk de hoogste prioriteit heeft binnen de ontwikkeling van de Europese vervoersinfrastructuur. Daarom gelden er technische eisen waaraan het netwerk moet voldoen. Voor het spoor gaat het onder meer om volledige elektrificatie (artikel 15, lid 2, onder a) en de mogelijkheid om lange goederentreinen van minimaal 740 meter zonder bijzondere toestemming te laten rijden (artikel 16, lid 2, onder b). Voor de binnenvaart worden minimumeisen gesteld aan de bevaarbaarheid, zoals vaardiepte en doorvaarthoogte (artikel 23, lid 3, onder a). 

Omdat deze verbindingen essentieel zijn voor de interne markt en grensoverschrijdende mobiliteit, komen projecten binnen het kernnetwerk vaak als eerste in aanmerking voor financiering via de CEF-T. Het kernnetwerk moet uiterlijk op 31 december 2030 zijn voltooid. 

Het uitgebreid kernnetwerk (Extended Core Network) 

Het uitgebreid kernnetwerk is een tussenniveau dat met de TEN-T-herziening van 2024 is ingevoerd. Deze laag bestaat uit prioritaire delen van het bredere netwerk die onderdeel uitmaken van de negen belangrijkste Europese vervoerscorridors.  

Ook voor dit netwerk gelden eisen die zijn vastgelegd in de TEN-T-verordening. Zo moet het Europese treinbeveiligingssysteem ERTMS worden uitgerold voor 2040 (artikel 18, lid 1, onder a). Voor het wegennet geldt onder meer dat rijbanen fysiek van elkaar gescheiden moeten zijn en dat er geen gelijkvloerse kruisingen met andere infrastructuur zijn toegestaan (artikel 31, lid 2, onder b en c). 

De voltooiing van het uitgebreid kernnetwerk is gepland voor 31 december 2040. 

Het uitgebreid netwerk (Comprehensive Network) 

Het uitgebreid netwerk is de meest omvangrijke laag van TEN-T en omvat alle bestaande en geplande vervoersinfrastructuur binnen de Europese Unie. Het zorgt ervoor dat alle regio’s, inclusief afgelegen gebieden, verbonden zijn met het kernnetwerk. Voor dit netwerk gelden lagere drempels voor opname van knooppunten. Zo worden zeehavens (artikel 25, lid 4) en luchthavens (artikel 33, lid 2, onder b) al opgenomen wanneer zij minimaal 0,1% van het totale EU-verkeersvolume verwerken. Daarnaast moeten wegen specifiek zijn ontworpen voor gemotoriseerd verkeer (artikel 30, lid 2, onder a) en moeten er rustplaatsen beschikbaar zijn op maximaal 100 kilometer afstand van elkaar (artikel 30, lid 2, onder b). 

De voltooiing van deze netwerk-laag is voorzien voor 31 december 2050. 

Connecting Europe Facility (CEF) 

De realisatie van het TEN-T-netwerk wordt ondersteund door de Connecting Europe Facility, met name de transportcomponent (CEF-Transport, CEF-T), zoals vastgelegd in Verordening 2021/1153. Dit fonds versnelt investeringen in Europese infrastructuur en draagt bij aan de groene, digitale en veilige ontwikkeling van het Europese vervoerssysteem. De financiering richt zich op het voltooien van vervoerscorridors, het wegnemen van knelpunten en het verbeteren van grensoverschrijdende verbindingen. Daarnaast is er aandacht voor duurzaamheid en innovatie, zoals de uitrol van laadinfrastructuur voor alternatieve brandstoffen en de versterking van spoor- en binnenvaartnetwerken. Subsidies worden toegekend op basis van projectaanvragen via jaarlijkse oproepen (calls). 

Voor Nederlandse overheden biedt dit kansen om grote infrastructuurprojecten mede te financieren, vooral in stedelijke knooppunten en langs belangrijke corridors zoals de Rijn-Alpenroute en de Noordzee-Baltische route. Aanvragen verlopen vaak in afstemming met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de RVO, waarbij subsidiepercentages doorgaans tussen de 30% en 50% liggen. Voor overheden is het wel belangrijk dat zij bij het ontvangen of verstrekken van deze middelen rekening houden met de Europese staatssteunregels, waarbij onder meer de vervoersvrijstellingsverordening (TBER) van toepassing kan zijn. 

Zie voor meer algemene informatie over Europese subsidies onze fondsenwijzer.  

Stedelijke knooppunten 

Stedelijke knooppunten vormen de belangrijkste toegangspunten tot het TEN-T-netwerk, waar passagiers en goederen het Europese vervoerssysteem in- en uitgaan. Een stad krijgt deze status wanneer zij minimaal 100.000 inwoners telt of de belangrijkste stad is in een NUTS 2-regio zonder ander knooppunt. In Nederland gaat het om 26 stedelijke knooppunten (Verordening 2024/1679, bijlage II). Voor deze knooppunten gelden Europese verplichtingen.  

Zo moeten zij uiterlijk in 2027 beschikken over een Plan voor Duurzame Stedelijke Mobiliteit (SUMP) om duurzame en goed functionerende stedelijke mobiliteit te bevorderen. Daarnaast schrijft de verordening voor alternatieve brandstoffen (AFIR) voor dat stedelijke knooppunten een belangrijke rol spelen bij de uitrol van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen en uiterlijk in 2031 moeten beschikken over ten minste één waterstoftankstation. 

De status als stedelijk knooppunt heeft dus een directe doorwerking op het niveau van provincies en gemeenten die zo zijn benoemd. Voor deze decentrale overheden betekent dit dat zij in de praktijk een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de bijbehorende verplichtingen en bij het gebruik van Europese financieringsmogelijkheden via de CEF-T. Dit omvat financiering voor onder meer multimodale passagiersknooppunten, laadinfrastructuur en projecten rond intelligente transportsystemen (ITS), met uitzondering van de aankoop van voertuigen zelf. 

Overige regelgeving 

Naast de centrale TEN-T-verordening zijn er aanvullende regels die invloed hebben op de planning en uitvoering van infrastructuurprojecten. Richtlijnen 2008/96/EC (zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2019/1936) en 2004/54/EG stellen strikte veiligheidsnormen voor wegen en tunnels (langer dan 500 meter) binnen het netwerk, waarbij periodieke inspecties en audits verplicht zijn. Om de realisatie van het netwerk te versnellen, verplicht Richtlijn 2021/1187 lidstaten om vergunningsprocedures voor cruciale projecten te stroomlijnen en te verkorten. Tot slot is militaire mobiliteit een belangrijk aandachtspunt: bij de ontwikkeling van infrastructuur moet waar nodig rekening worden gehouden met ‘tweeërlei gebruik’, zodat het netwerk ook geschikt is voor de verplaatsing van defensiematerieel.

Banner Impact Mobilieit