Europees recht en beleid

Laatste update: 9 oktober 2025

Contact:


Richtlijn gehandicapten(parkeer)kaart

Op 23 oktober 2024 is de nieuwe Europese richtlijn (2024/ 2841) officieel ondertekend. Deze richtlijn zorgt ervoor dat personen met een handicap gebruik kunnen maken van wederzijdse erkenning van hun status en parkeerrechten binnen de gehele EU. Voor Nederlandse gemeenten, als beoogd uitvoerder, brengt dit de komende jaren belangrijke veranderingen met zich mee.

Twee verschillende kaarten

De richtlijn voert twee afzonderlijke kaarten in die elk een ander doel dienen:

  1. De Europese parkeerkaart: Deze kaart vervangt het huidige model en is het bewijs van het recht op gereserveerde parkeerfaciliteiten in de gehele EU.
  2. De Europese gehandicaptenkaart (EDC): Deze kaart dient als bewijs van een erkende gehandicaptenstatus. Hiermee krijgen reizigers in andere EU-landen toegang tot dezelfde speciale voorwaarden als de inwoners van dat land, zoals kortingen of prioriteit bij musea, vrijetijdscentra en het openbaar vervoer.

Beide kaarten worden uitgegeven volgens een gestandaardiseerd Europees model, waardoor zij in de hele EU direct herkenbaar zijn. De eisen voor dit gestandaardiseerde ontwerp zijn opgenomen in de bijlagen bij Richtlijn (EU) 2024/2841.

Wat betekent dit voor gemeenten?

In Nederland blijven gemeenten verantwoordelijk voor de afgifte van de Europese parkeerkaart. Dit brengt een aantal specifieke uitvoeringseisen met zich mee:

  • Afgiftetermijn: Voor de parkeerkaart geldt een maximale termijn van 90 dagen voor afgifte of verlenging na de aanvraag.
  • Gestandaardiseerd model: De kaart moet exact voldoen aan het nieuwe Europese ontwerp (donkerblauw met geel) om overal in de EU herkend te worden.
  • Beveiliging: Om fraude tegen te gaan, bevatten de fysieke kaarten elektronische beveiligingskenmerken, zoals een QR-code.
  • Vervanging: Uiterlijk op 5 december 2029 moeten alle oude, nog geldige parkeerkaarten zijn vervangen door dit nieuwe Europese model.

Vanaf 5 juni 2028 wordt daarnaast de EDC ingevoerd. Of gemeenten ook voor deze kaart de verstrekkende instantie worden, is op dit moment nog niet officieel besloten.  Waar de parkeerkaart vaak aan een voertuig is gekoppeld, is de EDC strikt persoonsgebonden. De definitieve aanwijzing van de uitvoerende instantie moet uiterlijk 5 juni 2027 in de nationale wetgeving zijn vastgelegd. Dit is de uiterste datum waarop Nederland de Europese richtlijn volledig moet hebben omgezet in eigen wet- en regelgeving.

Voor beide kaarten gelden algemene eisen waar gemeenten (of andere aangewezen instanties) rekening mee moeten houden:

  • Fysiek en digitaal: De kaarten worden fysiek uitgegeven, maar er moet ook een digitale versie beschikbaar komen. De burger mag zelf kiezen welke versie(s) hij wil gebruiken.
  • Informatieplicht: Instanties moeten alle informatie over de kaarten (voorwaarden, aanvraagprocedure) openbaar maken in toegankelijke formaten, zoals braille of audio. De taal moet begrijpelijk zijn, bij voorkeur op niveau B1.
  • Privacy: Bij de afgifte worden gevoelige gezondheidsgegevens verwerkt, waarbij de uitgevende instantie optreedt als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de AVG.

Status en planning in Nederland

Hoewel de richtlijn op 4 december 2024 officieel in werking is getreden, moet deze nog volledig in Nederlandse wetgeving worden omgezet. Het Ministerie van VWS is hiervoor de eerstverantwoordelijke.

De belangrijkste mijlpalen zijn:

  • 5 juni 2027: Uiterste datum waarop Nederland de nationale wet- en regelgeving moet hebben aangepast.
  • 5 juni 2028: Vanaf deze datum moeten de nieuwe kaarten daadwerkelijk door burgers kunnen worden aangevraagd.
  • 5 december 2029: Dit is de uiterste deadline waarop alle oude parkeerkaarten moeten zijn vervangen door het nieuwe Europese model.

Let op: Uit recente rapportages blijkt dat de implementatie onder druk staat en extra aandacht nodig heeft om de deadline van 2027 te halen. Gemeenten doen er daarom verstandig aan om zich tijdig voor te bereiden op deze nieuwe taken. Daarbij is het belangrijk rekening te houden met de eisen op het gebied van digitale toegankelijkheid en fraudebestrijding.

Richtlijn rijbewijzen

De kern van het Europese rijbewijsbeleid is vastgelegd in Richtlijn (EU) 2025/2205. Deze richtlijn vormt het fundament voor een modern, gedigitaliseerd rijbewijsstelsel en is een cruciaal instrument om de ‘Vision Zero’-doelstelling te bereiken: nagenoeg nul verkeersdoden in 2050. De richtlijn is op 25 november 2025 in werking getreden en vervangt definitief de oude Richtlijn 2006/126/EG.

Inhoud van de richtlijn

De richtlijn introduceert een geharmoniseerd kader dat rust op de volgende pijlers:

  • Digitaal EU-rijbewijs: Het mobiele rijbewijs wordt de standaard en is direct geldig in de hele EU. Het wordt uitgegeven via de Europese Digitale Identiteitsportefeuille (EUDI Wallet). Fysieke rijbewijzen blijven op aanvraag beschikbaar voor wie geen smartphone heeft of buiten de EU reist.
  • Beginnende bestuurders: Er geldt een verplichte proeftijd van minimaal twee jaar voor iedere nieuwe bestuurder. Tijdens deze periode gelden strengere regels en sancties voor alcoholgebruik en andere overtredingen.
  • Begeleid rijden (17 jaar): 17-jarigen kunnen EU-breed hun rijbewijs B halen, mits zij tot hun 18e rijden onder begeleiding van een ervaren bestuurder.
  • Duurzame mobiliteit: Om de overstap naar emissievrije voertuigen te stimuleren, mogen houders van een B-rijbewijs (na twee jaar rijervaring) voertuigen op alternatieve brandstoffen besturen tot 4.250 kg (in plaats van 3.500 kg) om het extra batterijgewicht te compenseren.
  • Grensoverschrijdende handhaving: Rijontzeggingen voor zware overtredingen (zoals extreem te hard rijden of rijden onder invloed) worden EU-breed erkend. Een ontzegging in één lidstaat heeft daardoor direct gevolgen voor de rijbevoegdheid in de gehele Unie.

Geldigheid

De richtlijn stelt strikte minimumnormen vast voor de afgifte en geldigheid:

  • Eén houder, één rijbewijs: Een burger mag slechts één fysiek of digitaal EU-rijbewijs bezitten om fraude en ‘rijbewijstoerisme’ te voorkomen.
  • Administratieve geldigheid: Voor de lichte categorieën (AM, A, B) geldt een termijn van 15 jaar (10 jaar indien het rijbewijs ook als ID-bewijs dient). Voor zware categorieën (C, D) is dit 5 jaar.
  • Medische geschiktheid: Bij elke afgifte en verlenging moet de rijgeschiktheid worden gecontroleerd. Lidstaten mogen voor lichte categorieën kiezen voor een zelfbeoordeling door de bestuurder.

Wat betekent dit voor gemeenten?

Gemeenten zijn als verstrekkende instantie verantwoordelijk voor de praktische uitvoering.

  1. Digitale Dienstverlening: De overgang naar een ‘digital-first’ benadering vereist dat gemeentelijke balieprocessen worden ingericht op de uitgifte van mobiele rijbewijzen en de koppeling met de EUDI Wallet.
  2. Identiteitsverificatie en ICT: Gemeenten moeten hun systemen technisch afstemmen op nieuwe Europese eisen voor gegevensbeveiliging en de koppeling met nationale registers zoals de RDW en de BRP.
  3. Toezicht en Handhaving: Vooral in grensregio’s vraagt de automatische erkenning van rijontzeggingen om een nauwere gegevensuitwisseling tussen lokale handhavingsinstanties en nationale registers.
  4. Verkeersveiligheid: De aangescherpte regels voor beginners (proeftijd en begeleid rijden) bieden gemeenten handvatten om hun lokale preventie- en educatieprogramma’s scherper in te vullen.

Tijdslijn en implementatie in Nederland

De richtlijn is op 25 november 2025 in werking getreden. De belangrijkste data voor implementatie zijn:

  • 26 november 2027: Toepassing van de regels voor zwaardere voertuigen op alternatieve brandstoffen (4.250 kg).
  • 26 november 2028: Deadline voor de volledige omzetting in Nederlandse wetgeving en de start van het begeleid rijden vanaf 17 jaar.
  • 26 november 2029: De overige regels van de richtlijn worden definitief van toepassing

Verordening tachografen

Het gebruik van tachografen is belangrijk voor de verkeersveiligheid en een eerlijke concurrentie in het wegvervoer. Tachografen leggen automatisch gegevens vast over rij- en rusttijden, snelheid en afgelegde afstand. Het juridische fundament hiervoor ligt in Verordening (EU) nr. 165/2014, die de technische eisen voor de installatie en controle van tachografen bevat. Het kader is daarna aangepast met Verordening (EU) 2020/1054. Deze wijziging introduceerde de overgang naar de ‘slimme tachograaf’, die onder meer automatisch de locatie van voertuigen kan bepalen via satelliettechnologie (GNSS). Dit maakt de controle en handhaving eenvoudiger.

De meest recente wijziging, Verordening (EU) 2024/1258, versterkt de handhaving verder. Lidstaten kunnen hierdoor ook sancties opleggen voor tachograafinbreuken die op hun eigen grondgebied worden vastgesteld, ook wanneer de overtreding in een andere lidstaat is begaan. In Nederland worden deze Europese regels uitgevoerd via de nationale Regeling tachografen. Deze regeling stelt onder meer eisen aan de erkenning van werkplaatsen en de bevoegdheden van technici, onder toezicht van de RDW.

Voor decentrale overheden is deze regelgeving relevant bij het beheer van hun wagenpark. Voor de publieke sector gelden echter enkele belangrijke uitzonderingen. Zo zijn gemeenten en provincies vrijgesteld voor voertuigen die worden ingezet voor het inzamelen en verwijderen van huishoudelijk afval. Daarnaast geldt een algemene vrijstelling voor overheidsvoertuigen die niet concurreren met private vervoerders en alleen binnen Nederland rijden. Wanneer een voertuig onder deze vrijstelling valt, hoeft de overheid de Europese rij- en rusttijden niet via een tachograaf te registreren. Wel blijven de regels uit de nationale Arbeidstijdenwet over pauzes en rusttijden van toepassing.

Zie voor informatie hierover de praktijkvraag over de verplichting van een tachograaf in overheidsvoertuigen.