De Europese Commissie (hierna: Commissie) stelde op 25 maart 2026 nieuwe richtsnoeren vast om Natura 2000-gebieden toekomstbestendig te maken tegen de toenemende druk van klimaatverandering. De richtsnoeren zijn niet-bindend en scheppen geen nieuwe verplichtingen voor lidstaten. Wel verduidelijken de richtsnoeren hoe het Natura 2000-netwerk aangepast kan worden om de Europese klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen te bereiken. De richtsnoeren zijn relevant voor decentrale overheden die betrokken zijn bij het opstellen van beheerplannen voor aangewezen Natura 2000-gebieden in Nederland.
Wat zijn Natura 2000-gebieden?
Het Natura 2000-netwerk bestaat uit speciale beschermingsgebieden voor natuurlijke habitats en soorten die op grond van de Europese Vogelrichtlijn (2009/147/EC) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEC) zijn aangewezen. Voor lidstaten gelden onder meer Europese instandhoudingsverplichtingen. Deze dragen bij aan een “gunstige staat van instandhouding” van habitats en soorten. Denk aan de bescherming van leefgebieden van de kraanvogel of de bescherming van kustduinen met kruidvegetatie, “de grijze duinen”. In Nederland zijn 162 gebieden beschermd, als onderdeel van het Europees ecologisch netwerk. Provincies zijn op grond van de Omgevingswet verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen voor zogenoemde Natura 2000-gebieden in overeenstemming met de Vogel- en Habitatrichtlijnen.
Waarom staan Natura 2000-gebieden onder druk?
De Commissie benadrukt via de richtsnoeren dat de klimaatcrisis nauw verbonden is met de biodiversiteitscrisis. Klimaatverandering is een van de belangrijke oorzaken van biodiversiteitsverlies en het degraderen van ecosystemen in Europa. De schadelijke gevolgen voor ecosystemen, habitats en de verspreiding van soorten zijn nu al zichtbaar. Ook endemische, zeldzame en bedreigde soorten en habitats onder de Vogel- en Habitatrichtlijnen worden geraakt door de klimaatcrisis. De druk op Natura 2000-gebieden neemt naar verwachting alleen maar toe.
Wat zijn de volgende stappen?
Provincies en andere betrokken partijen kunnen de richtsnoeren gebruiken als hulpmiddel bij het opstellen van beheerplannen voor aangewezen Natura 2000-gebieden. De betrokken partijen zijn hier echter niet juridisch toe verplicht.
De richtsnoeren:
- verduidelijken de toepassing van de Vogel- en Habitatrichtlijnen bij de aanwijzing en het beheer van Natura 2000-gebieden in het kader van de toenemende klimaatdruk. Het document geeft bijvoorbeeld toelichting over het opstellen van gebiedsspecifieke instandhoudingsmaatregelen in de context van klimaatverandering.
- stellen praktische maatregelen voor op verschillende niveaus ter ondersteuning van de aanpassing van Natura 2000-gebieden aan klimaatverandering (Annex 4). Denk bijvoorbeeld aan het vergroten van de omvang van een Natura 2000-gebied om het veerkrachtiger te maken.
- benadrukken het belang van natuuroplossingen voor klimaatadaptatie- en mitigatie en het bestrijden van natuurrampen. Het herstel van zeegras kan bijvoorbeeld bijdragen aan een verminderde koolstofuitstoot en het behoud van biodiversiteit (zie case study 4, p. 44.).
Bronnen
Commission future-proofs Natura 2000 against climate change – Environment, Europese Commissie
Richtsnoeren voor de aanpassing van Natura 2000-gebieden aan de klimaatverandering – Milieu, Europese Commissie
Natura 2000, Kenniscentrum Europa Decentraal
Meer informatie
Natura 2000, Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Beheer en bescherming van Natura 2000-gebieden – Milieu, Europese Commissie