Wat is de status van een zogenaamde ‘Conclusie’ van de AG?

september 2017

Een Nederlandse rechter heeft een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in een voor onze gemeente relevante zaak. Nu heeft de Advocaat Generaal (AG) zich hier over uitgesproken in een zogeheten conclusie en deze uitspraak lijkt zeer relevant voor onze gemeente. Wat is de status van een dergelijke AG conclusie? En is een dergelijke uitspraak bindend? Hoe lang duurt het nog voordat het Hof EU zich uiteindelijk uitspreekt na kennis te hebben genomen van de Conclusie van de AG?

Antwoord in het kort:

Een dergelijke conclusie van de Advocaat-Generaal (AG) is niet bindend. Wanneer vanuit een lidstaat een prejudiciële vraag gesteld wordt waar volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hierna: Hof) een nieuwe rechtsvraag aan de orde komt, brengt de AG op verzoek van het Hof een onafhankelijk ‘met redenen omkleed advies’ (hierna: Conclusie) uit. Dit advies wordt ook wel de Conclusie genoemd. De Conclusie is niet bindend, het Hof hoeft de redenatie van de AG daarom ook niet persé te volgen.

Prejudiciële procedure

Rechters uit alle EU-lidstaten kunnen ingevolge art. 267 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) het Hof vragen om uitspraak te doen over de uitleg van het Europees recht en over de geldigheid en de uitleg van de handelingen van de Europese instellingen. Dit kunnen zij doen door middel van het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof. Een belangrijke voorwaarde voor het kunnen stellen van prejudiciële vragen is dat de nationale rechter het antwoord op die vragen nodig heeft om uiteindelijk zelf tot een vonnis te komen.

Nieuwe rechtsvraag

Ingevolge artikel 20 protocol (Nr 3) betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Statuut) kan het Hof beslissen dat er geen sprake is van een ‘nieuwe rechtsvraag”. Een soortgelijke vraag is dan al eens eerder door het Hof beantwoord. Voordat het Hof tot dit oordeel kan komen, moet wel eerst de AG gehoord zijn (art. 20 Statuut). Wanneer er geen sprake blijkt van een ‘nieuwe’ rechtsvraag, kan het Hof beslissen dat de zaak zonder conclusie van de AG berecht wordt. Uit het jaarverslag 2016 van het Hof blijkt dat in 2016 in 66% van de zaken een AG een conclusie gegeven heeft.

Advocaat-Generaal

Het is de taak van de AG om, voordat de prejudiciële vraag door het Hof uiteindelijk in haar uitspraak definitief wordt beantwoord, een conclusie te geven. Deze conclusie moet in volkomen onpartijdigheid gegeven worden (art. 49 statuut). In principe doet de AG het voorbereidende werk voor het Hof. De conclusie van de AG kan breder gaan dan de feiten van de zaak en gaat vaak ook in op de algemene Europese juridische principes. Nadat de AG een conclusie gegeven heeft, brengt het Hof een bindende uitspraak uit. Het Hof hoeft de conclusie van de AG niet op te volgen.

Prejudiciële vraag? Nationale rechter doet ook nog uitspraak

Nadat het Hof de prejudiciële vragen uiteindelijk heeft beantwoord, is het vervolgens aan de nationale rechter om – mede aan de hand van de beantwoording door Hof- de Europese regelgeving in het licht van de nationale zaak toe te passen. Bij de behandeling van die nationale zaak moet de nationale rechter dus rekening houden met de bindende beslissing op de prejudiciële vragen van het Hof.

Hoe lang wachten op beantwoording prejudiciële vragen?

Uit het jaarverslag 2016 van het Hof blijkt dat de beantwoording van een prejudiciële vraag gemiddeld 15 maanden duurt. Maar hoelang zit er dan nog tussen de conclusie van de AG en de uitspraak van het Hof? Hier zijn geen statistieken van, maar uit de praktijk blijkt dat dit toch nog enkele maanden duurt.  Hieronder een voorbeeld.

Praktijkvoorbeeld:

Dienstenrichtlijn

Onlangs zijn er door Nederland prejudiciële vragen gesteld aan het Hof met betrekking tot de dienstenrichtlijn. In juli 2014 bijvoorbeeld, heeft de Nederlandse Raad van State verduidelijking gevraagd aan het Hof over interpretatie van de dienstenrichtlijn met betrekking tot zuiver interne situaties. Het ging in dat geval onder meer om de vraag hoe de Dienstenrichtlijn geïnterpreteerd moet worden in de situatie dat dienstverleners alleen in Nederland zijn gevestigd en diensten enkel in Nederland worden aangeboden. Zie voor meer informatie dit nieuwsbericht.

In juli 2015 concludeerde de AG dat de dienstenrichtlijn ook van toepassing is op zuiver interne situaties. U kunt daar hier meer over lezen. Enkele maanden later, in oktober 2015 volgt de uitspraak van het Hof. Het Hof volgt de conclusie van de AG niet, omdat er volgens het Hof geen sprake is van een zuiver interne situatie. Ook burgers van andere lidstaten kunnen namelijk gebruik maken van de diensten en de markt moet ook open staan voor dienstverleners uit andere lidstaten. U kunt hier meer lezen over deze uitspraak.
Uiteindelijk behandelt de Raad van State – onder kennisname van de uitspraak van het Hof- begin 2016 geoordeeld over de nationale zaken . U kunt in dit nieuwsbericht meer over de uitspraak lezen.

Na de conclusie van de AG duurde het in deze zaak derhalve drie maanden voordat het Hof uitspraak deed. Na de uitspraak van het Hof duurde het vervolgens nog enkele maanden voor dat de nationale rechter die oorspronkelijk de prejudiciële vragen stelde haar definitieve oordeel geeft.

Conclusie, wat kunt u nu met een conclusie van de AG?

Hoewel de AG de prejudiciële vragen ook beantwoordt, is de conclusie van de AG niet bindend. Het is een advies aan het Hof waarin de relevante wet- en regelgeving besproken wordt. Uiteindelijk is het altijd aan het Hof om een bindende uitspraak te doen. Daarna moet de nationale rechter altijd nog over de zaak uitspreken.

Door: 

Femke Salverda, Europa decentraal

Meer informatie:

Europees recht en beleid decentraal, Europa decentraal
Hof van Justitie van de EU, Europa decentraal
Prejudiciële procedure, ECER

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X