Uit het Eengemaakte Markt en Concurrentievermogen Rapport 2026 blijkt dat de interne markt nog steeds haperingen kent. Voor Nederland is dat extra pijnlijk: intra-EU handel in goederen is goed voor 40,3% van het bbp, ver boven het EU-gemiddelde van 22%. Ook diensten bewegen meer over grenzen dan gemiddeld (9,1% versus 7,9%).
De Europese Commissie identificeert tien structurele belemmeringen die innovatie, groei en grensoverschrijdende activiteiten afremmen. Belangrijk: veel obstakels ontstaan niet door het ontbreken van EU-regels, maar door verschillen in toepassing en handhaving. Hier zitten juist gemeenten en provincies aan de knoppen: vergunningverlening, toezicht, aanbestedingen en dienstverlening worden lokaal uitgevoerd. Uitvoeringsverschillen hebben daardoor direct economisch effect, zeker in een land waar private investeringen 16,6% van het bbp bedragen (EU: 17,6%) en publieke investeringen 3,3% (EU: 3,7%).
Handhaving wordt de focus
Vanaf 2026 introduceert de Commissie een Single Market Enforcement Agenda. Het accent ligt niet op nieuwe regels, maar op handhaving in de praktijk. Voor decentrale overheden betekent dit dat lokale uitvoering en handhaving expliciet in Europees vizier staan – een uitdaging in een krappe arbeidsmarkt, waar de werkgelegenheidsgraad 83,5% bedraagt (EU: 75,8%).
Prioriteiten zijn onder meer:
- Late betalingen door overheden, vooral richting het midden- en kleinbedrijf.
- Publieke aanbestedingen, goed voor ongeveer 15% van het bbp, waar versnipperde regels grensoverschrijdende deelname bemoeilijken.
- Digitale procedures, waarvan slechts 21% volledig online beschikbaar is. Lokale uitvoering bepaalt hier het succes.
De ‘Verschrikkelijke Tien’
- Ingewikkelde vestiging en exploitatie van bedrijven – lokale vergunningen en doorlooptijden remmen markttoegang.
- Restrictieve en uiteenlopende dienstenregelgeving – vooral in bouw, installatie en engineering.
- Erkenning van beroepskwalificaties – traag, belemmert arbeidsmobiliteit in krappe sectoren.
- Versnipperde regels voor verpakking, etikettering en afval – extra lasten voor bedrijven en circulaire economie.
- Omslachtige procedures voor tijdelijke detachering – complexiteit door verschillen in meldplichten.
- Territoriale leveringsbeperkingen – lokale marktpraktijken en contractvoorwaarden beperken vrije toegang.
- Te complexe EU-regels – nationale en decentrale aanvullingen verhogen regeldruk.
- Gebrek aan betrokkenheid van lidstaten – ongelijke toepassing van regels op lokaal niveau.
- Trage vaststelling van normen – vertragingen in bouw, energie en infrastructuurprojecten.
- Verouderde productregels en gebrekkig markttoezicht – gevolgen landen bij decentrale handhaving.
Decentraal perspectief
Voor Nederlandse gemeenten en provincies zijn deze belemmeringen geen abstract dossier. Het gaat om dagelijkse processen: vergunningverlening, toezicht, aanbestedingen en dienstverlening. De Europese nadruk op handhaving betekent dat lokaal handelen direct wordt bekeken en beoordeeld. Extra aandachtspunten: digitalisering, onderzoek en ontwikkeling, en uniforme aanbestedingspraktijken blijven achter. Knelpunten zoals late betalingen en complexiteit van procedures treffen vooral het mkb en beïnvloeden de grensoverschrijdende interne markt.
Kortom: decentrale overheden zitten midden in het Europese speelveld. Hun uitvoering maakt het verschil tussen een haperende markt en een écht eengemaakte markt.
Bronnen
Jaarverslag over de eengemaakte markt en het concurrentievermogen 2026 * Europese Commissie
The 2026 Annual Single Market and Competitiveness Report – Internal Market, Industry, Entrepreneurship and SMEs Europese Commissie