De Europese Commissie heeft op 9 september 2026 een voorstel voor een nieuwe Verordening overheidsopdrachten (Public Procurement Act) gepresenteerd. Het voorstel moderniseert de aanbestedingsregels: het voegt de Aanbestedingsrichtlijnen voor concessies, klassieke overheidsopdrachten en speciale sectoropdrachten (Richtlijnen 2014/23, 2014/24 en 2014/25) samen in één verordening en stroomlijnt de aanbestedingsbepalingen in andere EU-wetten. De systematiek van drempelbedragen blijft. Daaronder blijft ruimte voor nationale en decentrale regels en inkoopbeleid.
In dit nieuwsbericht leest u beknopt de voorgestelde wijzigingen in de regels voor procedures, drempelbedragen, onderaanneming, uitsluitingsgronden, strategisch aanbesteden, Europese voorkeur, digitalisering en nationaal toezicht. Hiervoor gebruiken we Nederlandse werkvertalingen; de officiële Nederlandse tekst kan afwijken. We ronden af met een visie op decentrale relevantie in het huidige stadium.
Nieuwe indeling van procedures
Het voorstel brengt het aantal procedures terug tot vier. Twee hoofdprocedures kan de publieke inkoper (public buyer, de werkvertaling voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven samen) vrij kiezen, ongeacht het soort opdracht. Daarnaast bestaan een innovatieprocedure en een bijzondere procedure voor specifieke gevallen (artikel 31). In beide hoofdprocedures bepaalt de publieke inkoper vooraf of hij selectiecriteria toepast en of hij onderhandelt (artikel 34 en 37).
- In de open procedure (open procedure, artikel 34 en 35) kan iedere ondernemer interesse tonen en direct een inschrijving indienen. Daarvoor geldt een termijn van minimaal 20 dagen. De publieke inkoper geeft in de aankondiging aan of hij selectiecriteria toepast en of hij wil onderhandelen. Heeft hij zich dat in de aankondiging voorbehouden, dan mag hij alsnog van onderhandelen afzien en gunnen op de eerste inschrijvingen. Samen met de dynamische procedure vormt dit naar onze lezing de reguliere procedure.
- De dynamische procedure (dynamic procedure, artikel 36 tot en met 40) begint met één aankondiging met een geldigheidsduur. Ondernemers kunnen gedurende die periode op elk moment toetreden. Voor elke afzonderlijke opdracht nodigt de publieke inkoper de toegetreden ondernemers uit om interesse te tonen en in te schrijven. Ook hier kiest hij vooraf of hij selectiecriteria toepast en of hij onderhandelt. Werkt de publieke inkoper zonder selectiecriteria, dan mag hij bij meer dan vijf geïnteresseerden het elektronische geschiktheidssysteem vijf of meer ondernemers laten aanwijzen via een geautomatiseerde loting (artikel 38). Werkt hij met selectiecriteria, dan mag hij een deel van de geïnteresseerden uitnodigen op basis van vooraf bekendgemaakte objectieve criteria (artikel 39). De procedure doet denken aan het huidige dynamisch aankoopsysteem, maar is niet beperkt tot gangbare producten en diensten.
- De innovatieprocedure (innovation procedure, artikel 41 tot en met 45) is bedoeld voor een maatschappelijke opgave waarvoor de publieke inkoper nog geen passende oplossing kent. Hij stelt eerst een waardebeoordelingskader op met meetbare prestatie-indicatoren en houdt een marktconsultatie van minimaal twee maanden. Daarna volgen de selectie van oplossingsvoorstellen, het testen, valideren en beoordelen daarvan, en tot slot de gunning van de opdracht. In opzet lijkt de procedure op het huidige innovatiepartnerschap.
- Bij de opdracht met alleen publicatie achteraf (contracts requiring only publication of public summary of result, artikel 46 tot en met 48) vraagt de publieke inkoper rechtstreeks één of meer ondernemers om een oplossing, zonder voorafgaande bekendmaking. Achteraf publiceert hij een samenvatting van het resultaat. Dit mag alleen in specifieke gevallen, bijvoorbeeld wanneer maar één ondernemer de opdracht kan uitvoeren of bij dwingende spoed die de inkoper niet is toe te rekenen. Bij een door de EU afgekondigde noodsituatie, gezondheidsbedreiging of crisis geldt die spoed als aangetoond. Deze procedure komt in de buurt van de huidige onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Drempelbedragen, onderaanneming en uitsluitingsgronden
Drie andere wijzigingen verdienen aandacht. Allereerst blijft de systematiek van Europese drempelbedragen behouden. De Commissie blijft de bedragen elke twee jaar afstemmen op het GPA, het aanbestedingsakkoord van de Wereldhandelsorganisatie (artikel 2 en 3).
Ten tweede verbiedt het voorstel dat een opdrachtnemer of een onderaannemer de gehele opdracht verder uitbesteedt (subcontracting, artikel 24). Gedeeltelijke onderaanneming blijft mogelijk. Bij werken, bij diensten onder direct toezicht van de publieke inkoper, bij veiligheidsgevoelige opdrachten en bij opdrachten met Europese voorkeur moet de inkoper de opdrachtnemer verplichten zijn onderaannemers te melden.
Ten derde breidt het voorstel de verplichte uitsluitingsgronden uit. De huidige gronden blijven bestaan: deelneming aan een criminele organisatie, omkoping, fraude, terrorisme, witwassen, kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel, en het niet betalen van belasting of sociale premies. Daar komen bij: illegale tewerkstelling van derdelanders, milieudelicten, schending van EU-sancties, fraude met niet-contante betaalmiddelen en seksueel misbruik en uitbuiting van kinderen (mandatory exclusions, artikel 25). De uitsluiting geldt vijf jaar na het vonnis, tenzij het vonnis een andere termijn stelt.
Strategisch aanbesteden moet een vaste plek krijgen
De huidige richtlijnen regelen vooral hoe een opdracht in de markt wordt gezet. Het voorstel legt daarnaast meer nadruk op de inhoud van wat wordt ingekocht, met doelstellingen en met eisen aan het voorwerp van de opdracht. Aanbesteden moet zich volgens het voorstel laten leiden door de strategische beleidsdoelstellingen van de EU (policy objectives, artikel 5):
- versterken van het concurrentievermogen via de interne markt, bevorderen van innovatie en versterken van de productie- en schone industriële basis van de EU
- klimaat- en milieudoelstellingen van de EU
- sociale rechtvaardigheid, eerlijke arbeidsvoorwaarden en een inclusieve samenleving
- veiligheid, weerbaarheid en economische veiligheid van de EU, inclusief strategische onafhankelijkheid
Als hoofdbeginsel geldt daarbij de beste kwaliteit voor publiek geld (best quality for public money, artikel 4).
Verder krijgen groen, sociaal, innovatiegericht en veilig aanbesteden elk een eigen hoofdstuk. Het voorstel omschrijft groen aanbesteden als het meewegen van milieu- en klimaateffecten over de hele levenscyclus (green public procurement, artikel 50). Circulariteitseisen blijven optioneel (artikel 51). De verplichting tot energie-efficiënt inkopen verhuist van de Energie-efficiëntierichtlijn naar de verordening: de publieke inkoper koopt alleen producten, diensten en werken met hoge energieprestaties, tenzij dat technisch niet haalbaar is (artikel 52). Voor producten die onder de in Bijlage VII genoemde EU-wetgeving vallen, neemt hij milieukenmerken op in de eisen (artikel 54).
Het hoofdstuk over veiligheid en weerbaarheid bepaalt dat lidstaten de cyberveiligheidseisen van de Cyberweerbaarheidsverordening laten meewegen bij de inkoop van producten met digitale elementen (cybersecurity, artikel 68). Voor kritieke entiteiten stelt het eisen aan leveringszekerheid (artikel 69). Voor sociale, gezondheids- en onderwijsdiensten blijft een apart regime met een hogere drempel bestaan (artikel 58).
Deze aanpak sluit aan bij de wijzigingen die het voorstel doorvoert in andere EU-wetten met eigen aanbestedingsbepalingen (artikel 147), waaronder de Verordening ecologisch ontwerp voor duurzame producten, de Verordening kritieke grondstoffen, de Net-Zero Industry Act, de Cyberweerbaarheidsverordening, de Europese toegankelijkheidswet, de Richtlijn passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven en de Verordening openbaar personenvervoer. Het voorstel brengt die bepalingen samen in de verordening. Volgens de Commissie moet de verordening ook de basis vormen voor voorkeursregels in toekomstige EU-wetgeving.
Europese voorkeur
Nieuw is een hoofdstuk over Europese voorkeur (European preference, artikel 70 tot en met 77). De publieke inkoper zou deelname kunnen beperken tot ondernemingen uit de EU en uit landen met een aanbestedingsakkoord of douane-unie met de EU, en inschrijvingen van andere ondernemingen kunnen afwijzen (artikel 73). Ook zou hij eisen mogen stellen aan de oorsprong van goederen, diensten en werken, geheel of gedeeltelijk. Inschrijvingen uit de EU of uit gedekte landen zou hij bij de beoordeling een voordeel mogen geven via een fictieve prijskorting of extra punten.
De Commissie kan publieke inkopers bij gedelegeerde handeling verplichten voorkeur toe te passen tegenover landen zonder akkoord met de EU, als het belang van de Unie dat vraagt (artikel 75). In bepaalde gevallen mag de inkoper van voorkeur afzien (artikel 76).
Waar sectorale EU-wetgeving eigen voorkeursregels kent, gelden de regels van dit hoofdstuk, tenzij die wet anders bepaalt (artikel 77). Met een online tool van de Commissie kan de inkoper per procedure bekijken welke landen onder de dekking vallen (artikel 71). Het gelijkheidsbeginsel geldt in het voorstel alleen voor ondernemers uit de EU en uit gedekte landen (artikel 4).
Digitalisering en nationaal toezicht
Met het voorstel wil de Commissie een gemeenschappelijk digitaal ecosysteem voor aanbesteden opbouwen (Deel V, artikel 127 tot en met 133). De kern is een netwerk dat de Commissie inricht of aanwijst, waarmee publieke inkopers en ondernemingen via verschillende eProcurement-aanbieders met elkaar communiceren op basis van geharmoniseerde normen (interoperability network, artikel 128). Daarnaast zet de Commissie een eigen eProcurement-platform op dat publieke inkopers kunnen gebruiken (artikel 132).
Daarbij komt een elektronische geschiktheidsdienst die aansluit op de Europese Business Wallets (electronic eligibility service, artikel 133). Publieke inkopers moeten ondernemers verplichten die dienst te gebruiken als bewijsmiddel voor uitsluitingsgronden en geschiktheid (artikel 28). Ondernemers leveren hun bewijs dan eenmalig aan in plaats van bij iedere aanbesteding opnieuw.
Elke lidstaat moet een nationale dataruimte voor aanbestedingsgegevens inrichten of aanwijzen (artikel 134), een nationale coördinerende autoriteit aanwijzen (artikel 138) en de professionalisering van de inkoopfunctie versterken (artikel 139). Voor publieke inkopers geldt daarnaast de verplichting om passende maatregelen te nemen tegen fraude, favoritisme, samenspanning en corruptie in hun aanbestedingen (integrity governance, artikel 140).
Decentrale relevantie
Voor decentrale overheden is het verstandig deze ontwikkeling te volgen, met de kanttekening dat het voorstel nog kan wijzigen. De Commissie baseert haar voorstel op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dat betekent onder andere dat het Europees Parlement en de Raad het voorstel in de gewone wetgevingsprocedure behandelen en daarbij wijzigingen (amendementen) kunnen indienen.
Het voorstel kan gewijzigd of ongewijzigd worden aangenomen, vastlopen in de onderhandelingen tussen Parlement en Raad, of door de Commissie worden ingetrokken. Ook het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s brengen advies uit. De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is al geraadpleegd, maar dat advies is nog niet gepubliceerd.
Uit het voorstel vloeien nog geen verplichtingen voor decentrale overheden voort. Het huidige aanbestedingsrecht blijft gelden tot de verordening van toepassing is, twee jaar na inwerkingtreding (artikel 149). Vanaf die datum vervallen de drie richtlijnen (artikel 146) en is de verordening rechtstreeks toepasselijk, zonder omzetting in nationale wetgeving. Dat heeft gevolgen voor de Aanbestedingswet 2012, die nu de richtlijnen omzet.
Het kan daarom raadzaam zijn alvast te verkennen wat de modernisering van de regels betekent voor het eigen inkoopbeleid en de standaarddocumenten. Gemeenten, provincies en waterschappen kunnen nu al in kaart brengen welke onderdelen daarvan mogelijk moeten worden aangepast. Ook kunnen zij hun inkoop- en juridische teams alvast betrekken bij de verwachte wijzigingen, zodat zij tijdig kunnen inspelen op de nieuwe regels en de overgangstermijn.
Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en lichten u zo volledig mogelijk in op de decentrale relevantie. Mocht u vragen hebben of nadere informatie wensen, dan kunt u ons bereiken via info@europadecentraal.nl.