Financiering van de Europese Green Deal

De Europese Commissie geeft in haar werkplan aan dat er een behoorlijke financiering moet worden geregeld om de ambities van de Green Deal te behalen. De Commissie heeft daarom tot doel gesteld om van 2021 tot 2031 ten minste € 1 biljoen aan publieke en private investeringen voor de Green Deal te realiseren. Deze ambitie is kort geleden uitgewerkt in de Commissiemededeling investeringsplan voor een duurzaam Europa.

Plannen Europese Commissie

Het investeringsplan voor een duurzaam Europa bestaat uit drie verschillende onderdelen:

  1. het mobiliseren van ten minste € 1 biljoen aan duurzame investeringen;
  2. het creëren van een faciliterend raamwerk voor particuliere investeerders en overheden om geschikte duurzame investeringen te identificeren en te realiseren;
  3. het geven van ondersteuning aan aanvragers van investeringen die duurzame projecten identificeren en uitvoeren.

Aanvullend hierop stelt de Commissie het mechanisme voor een rechtvaardige transitie voor. Hiermee wil de Europese Commissie specifieke regio’s ondersteunen die een significante uitdaging te wachten staat bij de transitie naar een duurzame en klimaatneutrale economie.

Mobiliseren van investeringen

EU-investeringen

De ambitie om € 1 biljoen aan duurzame investeringen te realiseren wil de Europese Commissie bereiken door een aanzienlijk deel van de EU-begroting in te zetten voor klimaatactie en milieubeleid (€ 503 miljard in de periode 2021 tot 2031). Dit wil de Commissie onder andere bereiken door klimaatmainstreaming. Dat wil zeggen: aandacht voor het klimaat in alle EU-programma’s. Zo heeft de Commissie bijvoorbeeld voorgesteld om:

  • meer dan 30% van de totale middelen binnen het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) te investeren in projecten die te maken hebben met klimaat en milieu;
  • 40% van de totale middelen binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid te bestemmen voor klimaatdoelstellingen;
  • ten minste 35% van de totale middelen binnen het nieuwe Horizon Europa-fonds aan klimaatdoelstellingen te besteden.
  • het budget van het LIFE-programma met 72% te verhogen.

De mate waarin de toekomstige EU-begroting meer voor klimaat- en milieudoelstellingen wordt ingezet zal met name afhangen van de lopende onderhandelingen tussen de lidstaten over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en de goedkeuring van het Europees Parlement.

Particuliere investeringen

Daarnaast wil de EU het toekomstige InvestEU-investeringsfonds gebruiken als hefboom om de omvang van particuliere investeringen te vergroten. Het InvestEU-investeringsfonds is de opvolger van het bestaande Europees fonds voor strategische investeringen (EFSI).

InvestEU bereikt dit hefboomeffect door middelen in te zetten voor het verkleinen van de risico’s van duurzame investeringen. Hierdoor kunnen meer particuliere investeringen worden aangetrokken.

De Commissie stelt een ambitieuze klimaatdoelstelling voor van InvestEU: Ten minste 30% van beschikbare middelen van dit toekomstige investeringsfonds moet ingezet worden voor duurzame investeringen (€ 280 miljard in de periode 2021-2031). De uiteindelijke klimaatdoelstelling van InvestEU zal afhangen van hoe de lopende onderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement over het Commissievoorstel tot oprichting van InvestEU aflopen.

Faciliterend raamwerk voor investeringen

In de mededeling geeft Commissie aan dat het beleid van de Green Deal bestaat uit een combinatie van regelgeving en stimulansen om de gevolgen van vervuiling aan te pakken. Het leidend beginsel hierin is ‘de vervuiler betaalt’, zodat de gevolgen en kosten van vervuiling op de samenleving beter worden weerspiegeld in investeringsbesluiten. Daarnaast onderneemt de Commissie een aantal gerichte acties op terreinen die direct raken aan investeringsbesluiten van particuliere investeerders en overheden.

Duurzame financiering centraal in het financiële stelsel

In 2018 stelde de Commissie al een algemeen raamwerk voor dat particuliere duurzame beleggingen bevordert aan de hand van een zogenaamde EU-taxonomie. Deze taxonomie bepaalt of een economische activiteit duurzaam is aan de hand van prestatiecriteria. Recent hebben de Raad en het Europees Parlement een akkoord bereikt over de definitieve tekst van deze verordening. De Europese Commissie zal na inwerkingtreding van de verordening de taxonomie in detail uitwerken aan de hand van gedelegeerde handelingen.

Gedelegeerde handelingen

Gedelegeerde handelingen zijn niet-wetgevingshandelingen van de EU waarbij de Commissie technische details uitwerkt of toevoegt aan EU-wetgeving met behulp van deskundigengroepen. Zie ook de Praktijkvraag: Hoe werken deskundigengroepen van de Europese Commissie en comitologiecomités?

De Commissie wil nagaan of de EU-taxonomie ook gebruikt kan worden voor investeringen door overheden. De Commissie streeft namelijk naar convergentie tussen investeringsnormen in de particuliere- en de publieke sector. Dit is volgens de Commissie pas aan de orde wanneer de taxonomie voor particuliere investeringen voldoende is ontwikkeld.

Ten slotte is de Commissie van plan om in het derde kwartaal van 2020 een nieuwe strategie voor duurzame financiering te ontwikkelen. De Commissie wil met de strategie kansen voor duurzame investeringen vergroten, doordat deze gemakkelijker te herkennen zijn voor investeerders door duidelijke labels, een verscheidenheid van duurzame beleggingsproducten en de ontwikkeling van een EU-norm voor groene obligaties.  Een openbare raadpleging over deze nieuwe strategie heeft de Commissie gepland in het eerste kwartaal van 2020.

Handvatten voor investeringen door de publieke sector

De Commissie herkent de belangrijke rol die overheden spelen bij duurzame investeringen, zoals met name bij infrastructuur, openbare diensten en projecten waarbij de sociale- en milieubaten niet tot uiting komen in het rendement voor private investeerders. De Commissie stelt dat dergelijke publieke investeringen vaak grensoverschrijdend zijn of een effect hebben op de handel tussen de lidstaten waardoor de EU een coördinerende rol moet spelen.

Zo wil de Commissie duurzaamheid integreren in de landenverslagen in het Europees Semester, het instrument dat het economisch- en het begrotingsbeleid in de EU coördineert. Bijvoorbeeld door mogelijkheden voor EU-financiering af te zetten tegen geconstateerde landspecifieke uitdagingen op het gebied van klimaat-, milieu- en sociaal beleid.

Daarnaast zal de Europese Commissie een ‘de facto’ gemeenschappelijke definitie voor groene aankoop bepalen. Hierdoor zijn gegevens van overheidsinkopers beter vergelijkbaar en kan beter worden gemeten wat het effect is van groene overheidsopdrachten. Deze gemeenschappelijke definitie wil de Commissie bewerkstelligen door het opstellen van bindende groene minimumcriteria en doelstellingen voor overheidsopdrachten in sectorale initiatieven, EU-financiering en productspecifieke wetgeving. Een voorbeeld van dergelijke bindende groene minimumcriteria voor overheidsopdrachten zijn reeds opgenomen in de gewijzigde Richtlijn schone wegvoertuigen. Meer informatie hierover leest u in  de Praktijkvraag: Welke aanbestedingsverplichtingen vloeien voort uit de gewijzigde Richtlijn schone wegvoertuigen? De Commissie zal overheden aanmoedigen om deze groene criteria op te nemen in hun aanbestedingen door het aanbieden van handvatten, opleidingsactiviteiten en best practices. De Life-cycle-costing (LCC)-methode zou daarbij volgens de Commissie het beste kunnen worden toegepast door overheidsinkopers.

Tot slot geeft de Commissie aan dat het beginsel ‘energie-efficiëntie eerst’ bij overheidsinvesteringen moet worden toegepast om te voorkomen dat middelen worden verspild aan energieopwekking, distributie en gebruik van energie, wat niet nodig is wanneer er eerst betere energie-efficiëntie wordt bereikt. De Commissie zal handvaten opstellen over hoe dit beginsel moet worden toegepast.

Ondersteunend kader voor staatssteun en duurzame investeringen

De Europese Commissie is voornemens om in 2021 het kader van Europese staatssteunregels te herzien. De Commissie geeft aan dat het met de herziening onder meer beoogt om de transitie naar een klimaatneutrale economie aan te jagen door bepaalde types investeringen en steunbedragen te bevorderen. Bijvoorbeeld door steunmaatregelen toe te staan die innovatie aanmoedigen of die de uitrol van klimaatvriendelijke technologie mogelijk maken die klaar zijn voor markttoepassing. Ook zal de Commissie kijken of het mogelijk is om de staatssteunprocedures te vereenvoudigen voor steunmaatregelen die bijdragen aan een rechtvaardige transitie in bepaalde regio’s.

Daarnaast wijst de Commissie erop dat de bestaande staatssteunregels al veel mogelijkheden bieden om klimaatdoelstellingen te halen door diverse toegestane steunmaatregelen. In de periode voorafgaand aan de herziening zal de Commissie de huidige staatssteunregels flexibel toepassen ten aanzien van meldingsprocedures op een aantal terreinen die van belang zijn bij de transformatie naar een klimaatneutrale economie. Dit zijn:

  • steun om productieprocessen klimaatneutraal te maken;
  • steun voor de verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen;
  • steun voor stadsverwarming;
  • steun voor de sluiting van kolengestookte elektriciteitscentrales;
  • steun voor de circulaire economie.

Zo zal de Commissie bijvoorbeeld kijken of het maximale toegestane steunbedrag niet hoeft te worden gebaseerd op een theoretische investering die minder milieuvriendelijk is, maar op basis van de financieringskloof.

Mechanisme voor een rechtvaardige transitie

Het mechanisme voor een rechtvaardige transitie bestaat uit drie verschillende financieringspilaren voor regio’s die achterblijven bij een transitie naar een klimaat neutrale economie, namelijk:

  • een Fonds voor een rechtvaardige transitie (FRT);
  • een specifieke financieringsregeling voor rechtvaardige transitie binnen het toekomstige InvestEU-investeringsfonds;
  • een leenfaciliteit voor de publieke sector binnen de Europese Investeringsbank voor aanvullende investeringen.

Gezamenlijk zouden deze onderdelen van het mechanisme € 100 miljard aan investeringen opbrengen in de volgende MFK-periode (2021-2027).

Territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie

Een belangrijk referentiepunt in de drie onderdelen van het mechanisme zijn de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie. Deze plannen zullen worden opgesteld door de lidstaten en zijn gebaseerd op de inschattingen die gemaakt zijn binnen het Europees Semester. De plannen moeten  een overzicht bevatten van de sociale-, economische- en milieu-uitdagingen binnen lidstaten die worden veroorzaakt door het uitfaseren van fossiele brandstoffen en het koolstofarm maken van producten en processen die veel uitstoot veroorzaken.  Daarnaast moeten de plannen een indicatie geven van maatregelen die de lidstaat neemt in het transitieproces tot 2030, bijvoorbeeld het heropleiden van werknemers.

Als de Commissie de plannen van een lidstaat goedkeurt, dan is het mogelijk om financiering te krijgen binnen het fonds voor een rechtvaardige transitie (FRT). Daarnaast wordt het na goedkeuring mogelijk om investeringen te verkrijgen via de rechtvaardige transitiepijler van het toekomstige InvestEU of via een leenfaciliteit voor de publieke sector van de Europese Investeringsbank.

Fonds voor een rechtvaardige transitie

De Commissie stelt voor dat het FRT in totaal € 7.5 miljard zal bijdragen aan projecten in regio’s met burgers, werknemers en bedrijven die bijzonder afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen in de volgende MFK-periode (2021-2027). Het voorstel van de Commissie meldt dat de toewijzing van de financiële middelen uit het fonds wordt berekend aan de hand van de volgende factoren:

  • de omvang van koolstofintensiviteit van regio’s die broeikasgassen uitstoten;
  • de grootte van sociale uitdagingen op het gebied van banenverlies en omscholing van werknemers in de fossiele brandstoffen-sector;
  • het niveau van economische ontwikkeling van de lidstaten en hun investeringscapaciteiten.

Daarnaast stelt de Commissie voor dat, om aanspraak te maken op middelen uit het FRT voor een investering, lidstaten minimaal 1,5 tot 3 keer zoveel middelen moeten toewijzen vanuit het EFRO en het Europees Sociaal Fonds voor dezelfde investering. Hierdoor kan het effectieve bereik van het FRT worden verhoogd tot tussen de € 30 en 50 miljard.

Tijdspad

Initiatief

Tijdspad

voorstel Invest-EU Programma (COM(2018)439)Lopende onderhandeling
voorstel LIFE Programma (COM(2018)385)Lopende onderhandeling
voorstel inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (COM(2018)393)Lopende onderhandeling
voorstel fonds voor een rechtvaardige transitie COM(2020) 22Lopende onderhandeling
Gedelegeerde handelingen voorbereiden inzake de klimaatverandering van de EU-taxonomieVanaf 2020
Voorstel voor een leenfaciliteit voor de publieke sector binnen de Europese Investeringsbank voor duurzame investeringenQ1 2020 (maart)
Openbare raadpleging over een vernieuwde strategie voor duurzame financieringQ1 2020
Vernieuwde strategie voor duurzame financieringQ3 2020
Herziening staatssteunregelsmedio 2021

Door:

David Schutrups, Kenniscentrum Europa decentraal

Meer informatie:

Investeringsplan voor een duurzaam Europa, Europese Commissie
Een Europese Green Deal, Europese Commissie
Europese Green Deal: De weg naar klimaatneutraliteit, Europa decentraal
Nederland steunt aanpak Europese Green Deal op kosteneffectieve wijze, Europa decentraal