Interview Rogier van der Sande (Unie van Waterschappen): ‘De noden van vandaag moeten niet onze ogen doen sluiten voor de noodzakelijkheden voor de toekomst’

15 juni 2020

Rogier van der Sande is voorzitter van de Unie van Waterschappen en dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Rijnland. Van der Sande was eerder gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland (2011-2017) en wethouder van de gemeente Leiden (2000-2006). Speciaal voor de 1000e editie van de Europese Ster ging hij met ons in gesprek over onder andere het belang van de betrokkenheid van de waterschappen in Europa en over zijn wensen voor de toekomst.

Er zijn veel verschillende visies op Europese onderwerpen, zowel tussen de verschillende lidstaten als nationaal tussen bijvoorbeeld het Rijk en de decentrale overheden. Vindt u het belangrijk dat de waterschappen betrokken zijn in Europa, om samen te werken en invloed uit te oefenen?

Volgens Van der Sande geldt zowel voor Nederland als de waterschappen dat het Nederlandse landschap niet zonder Europa kan: ‘Enerzijds is dat omdat een groot deel van de wet- en regelgeving waar wij mee te maken krijgen in ons werk in Europa wordt bepaald.’ Hij doelt dan onder andere op evaluatie van de Kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn en op de voorbereiding van de herziening van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater waar nu hard aan wordt gewerkt in Brussel.. ‘Al die zaken raken zo’n 80% van ons werk’, schat hij in. Hij noemt ook nog een tweede reden die losstaat van de Europese instituties, namelijk het feit dat we in Nederland veel water hebben en dat water niet bij de grens stopt: ‘Denk bijvoorbeeld aan de Maas en de Rijn. Deze rivieren zijn heel belangrijk voor Nederland. Het stroomgebied loopt door België, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Het is dus internationaal productwater en daarom kun je niet zonder Europese samenwerking om te zorgen voor voldoende kwaliteit en kwantiteit’, legt Van der Sande uit. ‘Een groot deel van het beleid wordt in Europa bepaald en we zijn medeafhankelijk van wat er gebeurt in de andere lidstaten.  Het is belangrijk daar samen in op te treden als overheden’, besluit hij. Vandaar dat de Unie al weer een flink aantal jaren geleden samen met Vewin het Bureau Brussel heeft opgericht: we willen dicht bij het vuur zitten.

We spraken eerder over wat de waterschappen uit Europa kunnen halen. Zijn er ook zaken die de waterschappen op hun beurt Europa kunnen brengen?

Dat Van der Sande deze vraag bevestigend beantwoord is natuurlijk niet verrassend. De waterschappen zijn de oudste bestuurslaag in Nederland. Ze bestaan al sinds 1255 –  zijn “eigen” Rijnland is het oudste waterschap –  en zijn daarmee uniek. Niet alleen in Europa, maar zelfs wereldwijd. ‘Er is geen land ter wereld waar het element water zo’n sterke  eigen bestuurslaag heeft’, legt Van der Sande uit. En dat terwijl dit volgens hem onmisbaar is. ‘We merken steeds meer dat allerlei maatschappelijke opgaven met elkaar concurreren en in een klein stukje Nederland moeten samenkomen.’ Van der Sande doelt dan bijvoorbeeld op de woningbouw, energietransitie, landbouw en recreatie. ‘Als je het element water niet vanaf het begin een plek geeft en niet leidend laat zijn bij inrichting van de ruimte, dan heb je op termijn grote problemen’, vult hij aan. En diezelfde problemen kunnen zich volgens hem voordoen in België, Duitsland, Frankrijk, Italië, of waar dan ook in Europa. ‘We zijn in Nederland behoorlijk ver in het doordenken van de consequenties voor het centrale watersysteem voor alles wat we doen. Omdat in Nederland water een eigen bestuurslaag heeft, worden de belangrijke dingen voor de langere termijn niet ondergesneeuwd door de noden van de dag, en dat is een voordeel’, vindt Van der Sande. ‘De waterschappen werken met een lange tijdshorizon en dat heb je nodig, wil je met de besluiten van vandaag niet de problemen van morgen vergroten, maar juist verkleinen’. Hij noemt ook een voorbeeld van hoe de waterschappen momenteel hun kennis en kunde internationaal delen. Samen met het ministerie van Buitenlandse zaken, het ministerie van Infrastructuur en Water en 21 waterschappen wordt geprobeerd door middel van de zogenaamde ‘Blue Deal’ 20 miljoen mensen wereldwijd toegang geven tot voldoende, schoon en veilig water. ‘Daarin kunnen wij goed kennis delen over techniek en ons governance-model. Aan dat model hebben we dan ook ruim 800 jaar geschaafd’.

Wat is u de afgelopen tijd opgevallen als het gaat om Europa en de waterschappen? En heeft u een wens voor de toekomst?

Van der Sande merkt dat water steeds meer wordt gezien als een belangrijk element: ‘Er is een emancipatie van het onderwerp water gaande. In de toekomstgerichte Europese Green Deal is water niet weg te denken. Kijk bijvoorbeeld naar de plannen voor een nieuwe EU klimaatadaptatiestrategie, een actieplan voor schoon water, bodem en lucht en naar het recent gepubliceerde EU actieplan voor circulaire economie. Wat volgens hem ook heeft meegespeeld is de klimaattop in Parijs, waar water in oceanen voor het eerst een hele duidelijke plek kreeg, onder de verantwoordelijkheid van Ségolène Royal. ‘Door extreem weer en de klimaatverandering worden mensen bewuster van de impact van water op ons leven en gaan ze zich afvragen wat we hieraan gaan doen. En de basis van een goede inrichting van land begint bij water’, aldus Van der Sande.

Hij pleit ervoor om standaardbeleid te maken van een waterrobuuste inrichting van de openbare ruimte. ‘Als wij Nederland en ook Europa toekomstbestendig willen inrichten voor onze kinderen en kleinkinderen, en we weten dat er concurrentie komt van allerlei functies in onze ruimte, moet je beginnen met een goede blauwe basis’. Dit gebeurt volgens Van der Sande nog niet altijd zo makkelijk. In de NOVI-omgevingsvisie ziet hij dit echter al in een aantal goede vormen terugkomen. ‘Dit is echt van groot belang; de schade die het anders kan opleveren is gigantisch groot’.

Door het coronavirus gaan de zaken nu op een wat andere manier dan normaal in Europa. Wat denkt u wat de impact zal zijn voor de waterschappen? Vindt u dat er door Europa goed naar de prioriteiten van de waterschappen wordt gekeken of worden die nu erg ondergesneeuwd?

Van der Sande vermoedt dat niemand – zelfs virologen niet  – momenteel iets kan zeggen over wat de impact van corona zal zijn. Wel lopen we volgens hem het risico dat de aandacht naar het hier en nu verschuift in plaats van naar de toekomst als gevolg van economische crisis. ‘Ik gun het ons, Nederlanders en Europeanen, daar bovenuit te stijgen en toch te investeren in een waterrobuuste klimaatbestendige toekomst. Want dat betekent ook dat de energietransitie door moet gaan. De Europese Green Deal kan daar een ticket voor zijn, maar in ieder geval is het belangrijk dat Europa en alle individuele landen daar een rol in spelen’, vindt Van der Sande. Hij voegt toe dat de waterschappen ook hun investeringsprogramma zoveel mogelijk in stand proberen te houden, omdat de hele sector die erachter zit –  een groot deel van de waterbouw –  afhankelijk is van wat de waterschappen en Rijkswaterstaat doen. ‘We moeten daarmee de motor zijn van deze sector. Ik hoop dat investeren in de toekomst een positieve economische spin-off geeft. Het kan niet zo zijn dat de actualiteit onze ogen sluit voor de noodzakelijkheden voor de toekomst’. Volgens hem moeten we blijven inzetten op duurzaamheid, de circulaire economie en in water als blauwe onderlegger van de ruimtelijke inrichting. ‘Ik geloof dat, als we daarin investeren, we niet alleen zo snel mogelijk, maar zelfs beter uit de economische crisis komen’.