De gemeente Haarlem heeft de ambitie om in 2040 een circulaire stad te zijn – 10 jaar eerder dan de landelijke doelstelling. In dit interview met Christiana van Lammeren, beleidsadviseur circulaire economie bij de gemeente Haarlem, bespreken we hoe de gemeente circulariteit versterkt in haar eigen organisatie en samenwerkt met de stad.
Wat houdt het Actieprogramma Circulaire Economie van de gemeente Haarlem in?
“Met het actieprogramma werkt Haarlem toe naar het doel om in 2040 volledig circulair te zijn. We richten ons op vijf actielijnen: voedsel, textiel, bouw, consumptiegoederen en onze eigen organisatie. Voedsel en textiel zijn sinds 2019 speerpunten, omdat deze thema’s nauw aansluiten bij het dagelijks leven van inwoners en bij de activiteiten van lokale ondernemers. Met het vaststellen van het actieprogramma zijn de actielijnen bouw en consumptiegoederen toegevoegd. Daarnaast willen we als gemeentelijke organisatie zelf het goede voorbeeld geven. Dit doen we onder meer door circulariteit te integreren in onze gemeentelijke bedrijfsvoering, te werken met een duurzaamheidsbegroting en de goederenstromen die de stad in- en uitgaan te analyseren. Circulariteit gaat over een systeemverandering door alle lagen van de maatschappij, dus je moet op alle niveaus schakelen om echt verschil te maken.”
Begin klein en concreet. Wij zijn begonnen met voedsel en textiel – onderwerpen die iedereen raken.
Hoe is de ambitie ontstaan om Haarlem in 2040 volledig circulair te laten zijn?
“De basis voor het actieprogramma werd gelegd door een wethouder, die de ambitie had om Haarlem in 2040 volledig circulair te maken. Deze ambitie liep parallel aan het streven naar een aardgasvrij Haarlem. Daardoor konden we met het circulaire programma direct meeliften op de ontwikkelingen rondom de energietransitie, die toen al volop in gang was. Met de routekaart duurzaamheid werd de energietransitie tot in detail uitgewerkt, en hieruit ontstond het Actieprogramma Circulaire Economie 2023-2025. Dankzij Rijksmiddelen die beschikbaar kwamen voor de energietransitie kon Haarlem met eigen middelen haar circulaire ambitie financieren. Dat maakte groei mogelijk, waardoor het programma uitbreidde en het team uitgroeide tot ongeveer tien mensen.”
Hoe denken jullie dit 10 jaar eerder te realiseren?
“In eerste instantie vond ik de ambitie om Haarlem in 2040 circulair te maken spannend, zeker gezien de beperkte middelen. Maar juist die ambitie blijkt een krachtige motor: het dwingt ons om capaciteit en financiering vrij te maken en versnelt het proces. Als je de deadline op 2050 zet, is het verleidelijk om achterover te leunen en af te wachten wat het Rijk doet. We zijn ons ervan bewust dat volledige circulariteit in 2040 waarschijnlijk niet haalbaar is. De ketens houden niet op bij de grenzen van Haarlem en er zijn altijd factoren buiten onze invloed. Maar binnen wat wél mogelijk is, streven we ernaar om zo circulair mogelijk te worden, en dat is heel waardevol.”
“Het helpt daarbij dat we een betrokken wethouder hebben die zowel economie als openbare ruimte in zijn portefeuille heeft. Doordat wij circulaire economie binnen het economisch domein positioneren, krijgt het thema de aandacht en de uitvoeringskracht die nodig zijn om echte stappen te zetten.”
Elke investering moet tegenwoordig een duurzaamheidscomponent bevatten. Dat leidt tot bewustere keuzes.
Welke concrete maatregelen of projecten hebben jullie tot nu uitgevoerd die aantoonbaar veel impact hebben gehad?
“De circulaire grondstoffenhub is een hele belangrijke: een centrale opslagplaats waar bouwmaterialen uit onze openbare ruimte worden bewaard of opgeknapt voor hergebruik. We hebben koplopergroepen opgezet met meer dan vijftig textielondernemers, wat leidde tot initiatieven als de Fair Fashion pop-up. In het centrum konden bezoekers voor twee maanden lang kleding ruilen en workshops volgen van lokale ondernemers. Het trok in 2024 maar liefst 4.655bezoekers. Ook op het gebied van voedsel worden concrete stappen gezet. We redden wekelijks zo’n 3.000 maaltijden bij lokale supermarkten, die we gebruiken om te koken bij sociale initiatieven. We zijn een traject tegen voedselverspilling gestart, maken als gemeente geen reclame voor vlees, vis en fossiele producten, en stimuleren actief de stadslandbouw.”
Hoe ervaar je de betrokkenheid van anderen binnen zowel de eigen organisatie als in de stad voor circulariteit?
“Binnen onze projecten blijft het een uitdaging om buiten de ‘groene bubbel’ te treden en een bredere doelgroep te bereiken. Ik merk dat het binnen de gemeente meer begint te leven en collega’s begrijpen steeds meer het belang van circulariteit. Tegelijkertijd is het nog niet vanzelfsprekend en is er soms hulp nodig. Uiteindelijk moet het echt een gewoonte worden – iets wat automatisch wordt meegenomen in het dagelijks werk en in besluitvorming. Wat daarbij helpt, is dat elke investering tegenwoordig een verplicht duurzaamheidscomponent heeft. Bij alle college- en raadsvoorstellen moet worden aangegeven wat de impact en het effect zijn, wat dwingt tot bewustere keuzes.”
“Om resultaten meetbaar te maken, hebben we een uitgebreide analyse van grond- en afvalstromen opgenomen in de kadernota en begroting. Met tabellen en indicatoren voor CO2-uitstoot en milieukosten brengen we steeds beter in kaart waar onze invloed ligt. Dit helpt niet alleen richting de college en de raad, maar ook bij het verlengen van het programma tot 2027.”
In 2022 zijn we uitgeroepen tot Innovatiestad van Europa – dat gaf een enorme boost.
Lopen jullie een beetje op schema met de doelen voor het Actieprogramma 2023-2025?
“De formele verantwoording van de doelen uit het Actieprogramma 2023-2025 volgt pas volgend jaar, maar we kunnen nu al enkele belangrijke resultaten benoemen. Zo is de duurzaamheidsbegroting gerealiseerd. We hebben het doel van 50% circulaire inkoop zelfs overtroffen: inmiddels wordt 65% van onze inkoop circulair uitgevraagd. Daarbij is het wel belangrijk om te vermelden dat dit percentage betrekking heeft op het inkoopproces. De daadwerkelijke impact bij de uitvoering is nog een volgende stap waar we aan werken. Samen met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) blijft het een speerpunt om die impact verder te vergroten en nog beter in beeld te krijgen. Tot slot zijn onze samenwerkingen met ondernemers en initiatieven op het gebied van voedsel, textiel, consumptiegoederen en bouw uitgebreid en opgeschaald”
Jullie richten je lokaal op circulariteit, maar hoe kijken jullie naar de rol van Europa daarin?
“We hebben collega’s die zich bezighouden met Europa en circulariteit, en daarnaast een strategisch team dat de lobbyagenda beheert. Tegelijkertijd ligt de focus van het college sterk op tastbare resultaten in Haarlem zelf. Dat maakt lobbywerk soms lastig, omdat Europese projecten vaak gericht zijn op de lange termijn en minder concreet zijn. Daarom benutten we Europese kansen vooral samen met de MRA.”
“We hebben al aan verschillende Europese projecten deelgenomen. Zo werkten we mee aan Cities 2030, een Horizon subsidie waarin we met veertig partners uit heel Europa drie jaar lang bouwden aan een circulair voedselsysteem. Daarnaast zijn we aangesloten bij de URBAN Agenda en Big Buyer Working Together, hebben we de European Circular Cities Declaration ondertekend, zijn we voorzitter van de werkgroep Public Procurement van het netwerk Eurocities en halen we regelmatig Europese subsidies binnen, mede dankzij ons subsidiebureau en onze actieve aanwezigheid in verschillende Europese netwerken. In 2022 zijn we uitgeroepen tot Innovatiestad van Europa. Met het prijzengeld van een half miljoen euro ondersteunen we lokale ondernemers via de Haarlemse Innovatieprijs.”
Zonder groot budget begonnen, maar wél met veel creativiteit. Zo maak je kleine successen zichtbaar.
Wat zijn de belangrijkste nieuwe maatregelen of accenten voor de komende jaren?
“De komende jaren ligt de focus op het verder opschalen van circulaire inkoop en het concreter in beeld brengen van de totale opgave. De doorontwikkeling van de grondstoffenhub is een belangrijk speerpunt. Het doel is om hergebruik nog beter meetbaar te maken en te zorgen dat de businesscase financieel beter rondkomt, want hergebruik kost nu nog geld. Recent hebben we een startsubsidie voor circulaire initiatieven gelanceerd om de ambitie te ondersteunen. In onze voortgangsrapportage zijn de plannen en ambities overzichtelijk samengevat. Daarnaast willen we onze communicatie structureler en herkenbaarder maken, zodat we een grotere doelgroep bereiken.”
Wat is je advies aan andere gemeenten die ook stappen willen zetten richting circulariteit?
“Begin klein en concreet door in de stad te gaan kijken wat er leeft. In ons geval was dat voedsel en textiel, omdat dat thema’s zijn die zowel inwoners als ondernemers direct raken. Begin daarom simpelweg met het voeren van gesprekken, luister waar behoefte aan is en sluit daarop aan. Beginnen met circulariteit zonder veel budget en capaciteit dwingt je om creatief te zijn. Juist door klein te beginnen en kleine successen zichtbaar te maken, krijg je mensen mee.”