Nieuws

Publicatie: 9 september 2025

Door:


Het reces is voorbij: even de draad oppakken. De Strategische Agenda 2024–2029 was al eerder vastgesteld, de Commissie heeft haar werkprogramma voor 2025 gepubliceerd en Mario Draghi heeft de Unie uitgedaagd om grote keuzes te maken in zijn rapport over de toekomst van de Europese concurrentiekracht. Ondertussen vinden de voorbereidingen plaats op het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK). Samen vormen deze ontwikkelingen een web van juridische en financiële contouren.
Voor decentrale overheden is het belangrijk om de rode draad te herkennen: welke Europese lijnen lopen er nu, waar worden bevoegdheden verlegd, en wat betekent dit concreet voor de uitvoeringspraktijk op lokaal en regionaal niveau?

Welvaart en veiligheid in samenhang

Een duidelijke trend is de vervlechting van thema’s die voorheen los van elkaar stonden. Welvaart en veiligheid schuiven naar elkaar toe. Met het ambitieuze programma Readiness 2030 wil de EU honderden miljarden mobiliseren voor defensie en paraatheid. Dat raakt niet alleen de klassieke militaire sector, maar ook civiele infrastructuur, energievoorziening en logistieke knooppunten. Met Readiness 2030 laat de EU zien dat veiligheid en defensie niet langer alleen een zaak van de lidstaten zijn. Het gaat om honderden miljarden aan investeringen, niet alleen in militaire capaciteiten maar ook in civiele infrastructuur. Voor decentrale overheden betekent dit dat havens, spoor, energievoorziening en zelfs waterbeheer onderdeel worden van een bredere Europese veiligheidslogica. Daarmee schuift een thema dat traditioneel ver van gemeenten leek, plots dichterbij de lokale beleidspraktijk.

De Critical Raw Materials Act en de Chips Act versterken dit beeld. Zij verankeren juridisch dat bepaalde grondstoffen en technologieën niet langer enkel marktkwesties zijn, maar strategische assets van de Unie. Voor regio’s die zich profileren in hightech of maakindustrie betekent dit dat Europese kaders steeds bepalender worden voor hun ontwikkelingsruimte. Het laat zien dat ook op dit terrein de Europese Unie direct invloed uitoefent op de strategische keuzes die lokaal gemaakt worden.

Met Readiness 2030 laat de EU zien dat veiligheid en defensie niet langer alleen een zaak van de lidstaten zijn.

Klimaat en digitalisering scherper geformuleerd

In de Strategische Agenda en het Werkprogramma 2025 werden klimaat en digitalisering opnieuw stevig verankerd. De Clean Industrial Deal mikt op 90 procent emissiereductie tegen 2040, een doelstelling die grote gevolgen heeft voor regio’s met industriële clusters. Ook de Digital Europe Programme (2025–2027) onderstreept de inzet op AI, cybersecurity en digitale vaardigheden. Voor decentrale overheden betekent dit dat vergunningverlening, regionale planning en samenwerking met kennisinstellingen steeds nadrukkelijker in lijn moeten zijn met Europese doelstellingen.

Nieuwe instrumenten democratie en rechtsstaat

De bescherming van de democratische rechtsorde krijgt eveneens een steviger fundament. Het Democracy Shield introduceert maatregelen tegen desinformatie en buitenlandse inmenging. Dat klinkt abstract, maar kan in de praktijk reiken tot gemeenteraadsverkiezingen en de manier waarop lokale overheden communiceren met inwoners. Bovendien blijft het rechtsstatelijkheidsmechanisme – vastgelegd in Verordening 2020/2092 – een factor van belang. Omdat decentrale overheden vaak direct betrokken zijn bij de uitvoering van EU-fondsen, dragen zij medeverantwoordelijkheid voor de naleving. Strengere controles op transparantie, rechtmatigheid en onafhankelijke rechtspraak raken dus ook lokaal beleid. Daarmee is de rechtsstaat niet langer alleen een nationaal vraagstuk, maar een randvoorwaarde voor toegang tot Europese middelen, ook op decentraal niveau.

Rapport-Draghi: een financiële wake-up call

Het rapport van Mario Draghi kan worden gelezen als een wake-up call. Hij stelt dat Europa jaarlijks honderden miljarden extra moet investeren in sleuteltechnologieën, defensie en klimaattransitie om niet achterop te raken bij de VS en China. Zijn analyse dat de huidige begrotingsstructuur daarvoor niet geschikt is, klinkt inmiddels breed door in Brussel. Voor decentrale overheden is dit relevant omdat Draghi pleit voor een centraler begrotingsinstrument. Dat kan betekenen dat Brussel meer directe zeggenschap krijgt over fondsen die nu onder gedeeld beheer vallen, zoals de cohesiegelden. Voor gemeenten en provincies is dit geen detail, maar een fundamentele vraag naar hun positie: zijn zij straks nog mede-eigenaar van Europese fondsen, of slechts uitvoerder van centraal beleid?

MFK: waar lijnen samenkomen

Alle eerdergenoemde prioriteiten komen uiteindelijk samen in het nieuwe MFK 2028–2034. Daar worden de financiële kaders juridisch vastgelegd en wordt bepaald wie zeggenschap heeft over de uitvoering. In Brussel klinkt steeds luider de roep om meer centralisatie van cohesie- en landbouwfondsen, waarbij men vreest dat versnipperd beheer te weinig slagkracht oplevert. Daartegenover staat het pleidooi van lidstaten en het Comité van de Regio’s, die benadrukken dat Europese transities zonder decentrale betrokkenheid onuitvoerbaar zijn.

Het MFK bepaalt niet alleen de budgetten, maar ook de governance-structuur voor de komende zeven jaar.

De inzet is dus groot. Het MFK bepaalt niet alleen de budgetten, maar ook de governance-structuur voor de komende zeven jaar. Voor gemeenten en provincies ligt daar een cruciale vraag: blijven zij aan tafel bij de vormgeving van cohesie en landbouw, of worden zij vooral uitvoerders van centraal beleid? De uitkomst daarvan zal bepalen hoeveel ruimte er overblijft voor lokaal maatwerk in het realiseren van Europese ambities. De inzet is daarom niet alleen budgettair, maar ook bestuurlijk.

Conclusie

Deze snelle ‘recap’ van de afgelopen maanden laat zien dat Europa gestaag inzet op meer centralisatie, meer integratie van beleidsterreinen en hogere ambities op het gebied van klimaat, digitalisering en veiligheid. Voor decentrale overheden betekent dit dat hun rol verandert: zij blijven onmisbaar voor de uitvoering, maar hun invloed op de vormgeving van beleid staat onder druk. Het komende MFK wordt daarmee een beslissend kruispunt. Wie nu de ontwikkelingen volgt en voorbereidingen treft, kan straks beter inspelen op de Europese agenda die onvermijdelijk ook lokaal voelbaar zal zijn.

Bronnen

Strategische Agenda 2024–2029
Werkprogramma Europese Commissie 2025
Digital Europe Programme (2025–2027)
Rapport van Mario Draghi over Europese concurrentiekracht