Nieuws

Publicatie: 23 maart 2026

Door:


Op 26 februari 2026 heeft de Europese Rekenkamer (ERK) een speciaal verslag gepubliceerd over het Europees innovatiepartnerschap voor productiviteit en duurzaamheid in de landbouw (EIP-AGRI) tijdens de periode 2014-2022. Het EIP-AGRI is het belangrijkste instrument van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) om landbouwinnovatie te ondersteunen. In de periode 2014-2022 heeft het EIP-AGRI meer dan vierduizend landbouwinnovatieprojecten ondersteund. In dit nieuwsbericht leggen we uit wat het EIP-AGRI is, vatten we de hoofdbevindingen en aanbevelingen van de ERK samen en belichten we de rol van decentrale overheden.

Europees Innovatiepartnerschap voor productiviteit en duurzaamheid in de landbouw

Doelstellingen

Het EIP-AGRI wordt gefinancierd door het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) als onderdeel van het GLB en het onderzoeks- en innovatiebeleid van de EU (Horizon). Het doel van het EIP-AGRI is volgens artikel 55 van de ELFPO-verordening (Verordening nr. 1305/2013) om de productiviteit en duurzaamheid van de landbouwsector financieel te ondersteunen door middel van:

  1. Het beter op elkaar afstemmen van onderzoek en landbouwpraktijk en het aanmoedigen van gebruik van beschikbare innovatiemaatregelen op bredere schaal;
  2. Het bevorderen van snellere en ruimere toepassing van innovatieve oplossingen; en
  3. Het informeren van de wetenschappelijke gemeenschap over de onderzoeksbehoeften van de landbouwpraktijk.

Het doel van het EIP-AGRI is om de productiviteit en duurzaamheid van de landbouwsector financieel te ondersteunen.

Operationele groepen

Belanghebbenden, zoals landbouwers, bosbouwers, onderzoekers, adviseurs en agrovoedingsbedrijven, kunnen volgens artikel 56 van de Verordening een “operationele groep” (OG) oprichten om financiering aan te vragen voor een innovatief project. Volgens artikel 57 van de Verordening moeten OG’s:

  1. Een plan opstellen, bestaande uit onder andere een beschrijving van het innovatieve plan en een beschrijving van de verwachte resultaten;
  2. besluiten nemen over de uitwerkingen en uitvoering van innovatieve acties gefinancierd uit het ELFPO; en
  3. de projectresultaten verspreiden, zoals via het EIP-netwerk opgericht volgens artikel 53 van de Verordening.

Commissie richtsnoeren en nationale GLB-strategieën

De Europese Commissie beheert en monitort het EIP-AGRI en heeft richtsnoeren vastgelegd voor de uitvoering van het EIP-AGRI. Hierin wordt een succesvolle innovatie uitgelegd als:

  1. Een nieuw idee of een bestaand idee dat voor het eerste in een specifieke context wordt gebruikt;
  2. Een innovatie die in de praktijk wordt gebracht;
  3. Een innovatie die nuttig blijkt te zijn; en
  4. Een innovatie die op grote schaal wordt toegepast.

De lidstaten moeten op hun beurt het EIP-AGRI integreren in hun nationale GLB-strategieën, projectoproepen organiseren, projecten selecteren en de voortvloeiende resultaten beoordelen.

Hoofdbevindingen van de ERK

De ERK concludeert dat het EIP-AGRI een belangrijk instrument is voor het financieel stimuleren van economische, ecologische en sociale duurzaamheid in de landbouw door middel van innovatie en samenwerking. Tegelijkertijd constateert de ERK dat het EIP-AGRI niet ten volste wordt benut om een drietal redenen.

1. Beperkte impact van OG-projecten op landbouwpraktijken door gebrek aan aandacht voor de behoeften van landbouwers

De ERK stelt dat meer dan een kwart van de zeventig projecten uit de steekproef slechts indirect of helemaal niet afgestemd was op de behoeften van landbouwers. Zelfs bij landbouwgerelateerde projecten waren landbouwers vaak niet actief betrokken. Projecten die wel waren gericht op de behoeften van landbouwers, hebben geleid tot een hogere kwaliteit van landbouwinnovatie. Daarnaast blijkt uit de steekproef van de regelingen van vier lidstaten, waaronder Nederland, dat zij geen specifieke doelstellingen of prioriteiten voor de reikwijdte van de projectoproepen hebben vastgesteld. Ook hebben zij landbouwers niet gestimuleerd om actief deel te nemen aan een OG-project.

Meer dan een kwart van de zeventig projecten uit de steekproef was slechts indirect of helemaal niet afgestemd op de behoeften van landbouwers.

Daarom adviseert de ERK de Commissie om er samen met de lidstaten voor te zorgen dat OG-projecten zijn gebaseerd op de innovatiebehoeften van landbouwers. Bovendien moet de Commissie een specifieke steunmaatregel voor OG-projecten opnemen in een GLB-interventie.

2. Veel OG-projecten hadden weinig of geen innovatiepotentieel

Slechts een kwart van de projecten in de steekproef voldeed aan de vier bovengenoemde kernmerken van een succesvol innovatieproject volgens de richtsnoeren. Volgens de ERK is de selectie van projecten met weinig of geen innovatie potentieel te wijden aan verschillende factoren.

Ten eerste was in veel gevallen het innovatievermogen van het projectvoorstel geen doorslaggevend criterium. Ten tweede speelden vaak het potentiële “nut van de resultaten” en de “bredere toepassing” slechts een kleine rol in de selectieprocedure. In Nederland bleek bijvoorbeeld dat een OG-project, waarin een landbouwer en een gemeente samenwerkten om een innovatieve manier te formuleren voor de herbestemming van voormalige agrarische gebouwen, was afgestemd op de nichebehoeften van de betrokken landbouwer. Hierdoor leidde dit project tot weinig overdraagbare innovatie. Ten derde was er soms weinig concurrentiedruk tijdens de selectieprocedures om financiering te verkrijgen.

In veel gevallen was het innovatievermogen van het projectvoorstel geen doorslaggevend criterium.

Daarom beveelt de ERK de Commissie aan om er samen met de lidstaten voor te zorgen dat nationale selectieprocedures een beslissende rol toeschrijven aan het potentieel van een project om te leiden tot een innovatie met nuttige resultaten die op grote schaal kan worden toegepast.

3. Innovaties konden niet op grotere schaal worden toegepast door gebrek aan kennisoverdracht

Om een innovatiecultuur te creëren waarin innoverende oplossingen als resultaat van OG’s worden verspreid en breder worden toegepast, zijn effectieve mechanismen nodig. Echter, bij het merendeel van de projecten in de steekproef werden de belangrijkste resultaten en kennis niet verspreid. Slechts zes projecten van de zeventig hebben geleid tot innovatie die vóór 2025 op grote schaal werd toegepast. In Nederland werden bijvoorbeeld de ontwikkelde statistische modellen voor aardappelselectie en aardappelkweek en markers voor het voorspellen van de eigenschappen van aardappelrassen niet openbaar gemaakt. Hierdoor konden deze resultaten niet breder worden toegepast.

Bij het merendeel van de projecten in de steekproef werden de belangrijkste resultaten en kennis niet verspreid.

De ERK benoemt verschillende factoren die hebben bijgedragen aan het gebrek van verspreiding. Zo is er onduidelijkheid bij de OG’s over de betekenis van de term “verspreiding van resultaten” in artikel 57 lid 3 van de ELFPO-verordening en de richtsnoeren van de Commissie. Hierdoor deelden sommige OG’s bijvoorbeeld alleen hun activiteiten en niet hun resultaten. Daarnaast controleerden de lidstaten niet of OG’s hun resultaten verspreidden, zelfs wanneer er communicatieactiviteiten in het projectplan waren gepland en werden vergoed.

Daarom doet de ERK twee aanbevelingen. Ten eerste moet de Commissie de verplichting voor OG’s om hun resultaten te verspreiden verduidelijken. Zij moet er samen met de lidstaten voor zorgen dat de gegenereerde kennis wordt gepubliceerd. Ten tweede moet de Commissie manieren bieden om de OG’s te ondersteunen bij de effectieve verspreiding van de resultaten.  

Decentrale relevantie

De lidstaten moeten het EIP-AGRI integreren in hun nationale GLB-strategieën, projectoproepen organiseren, projecten selecteren en de voortvloeiende resultaten beoordelen. In Nederland werd het EIP-AGRI als onderdeel van het GLB tussen 2014 en 2020 vormgegeven in het deels gedecentraliseerde Plattelandsontwikkelingsprogramma2014-2020 (POP3). Agrarische ondernemers konden subsidie aanvragen van een rijksregeling of een provinciale regeling. Provincies speelden dus als subsidieverstrekker en toezichthouder een belangrijke rol in de financiering en controle van projecten onder het POP3 en uitvoering van het EIP-AGRI.

Volgens de ERK wordt innovatie steeds belangrijker in het GLB. Het GLB 2023-2027 wordt op nationaal niveau ingevuld door het Nationaal Strategisch Plan (NSP) (de opvolger van het POP3). Net als het POP3 volgt het NSP een deels gedecentraliseerde aanpak door de provincies hun eigen provinciale regelingen op te laten stellen. De aanbevelingen van de ERK zijn daarom nog steeds zeer relevant voor de provincies bij de uitvoer, selectieprocedures, de subsidieverlening en resultaatbeoordeling volgens hun aangenomen provinciale regelingen onder het NSP en het GLB 2023-2027.

Bronnen