Nieuws

Publicatie: 18 mei 2026

Door: en


Veranderende geopolitieke verhoudingen, versnelling van digitalisering, klimaatverandering en bredere maatschappelijke transities zorgen ervoor dat opnieuw wordt nagedacht over de wijze waarop EU-lidstaten staatssteun inzetten om publieke doelen te realiseren. Staatssteun is daarmee allang niet meer alleen een technisch-juridisch onderwerp, maar raakt steeds nadrukkelijker aan strategische keuzes over industriebeleid, duurzaamheid, woningbouw en Europese autonomie.

Op 11 mei 2026 organiseerden Kenniscentrum Europa Decentraal en de Vereniging voor Europees Staatssteunrecht het Staatssteuncongres. Het congres bracht (decentrale) overheden, juristen, beleidsmakers en andere professionals met staatssteun-affiniteit samen om inzichten te delen over de toepassing en ontwikkeling van staatssteun binnen de huidige en toekomstige Europese context.

Doel van de bijeenkomst was niet alleen kennisdeling, maar ook reflectie: hoe verhouden de klassieke uitgangspunten van het staatssteunrecht zich tot de actuele geopolitieke realiteit waarin Europese concurrentiekracht, strategische autonomie en publieke investeringen steeds vaker samenkomen?

Oprichting Vereniging voor Europees Staatssteunrecht

Na de aftrap van het congres door dagvoorzitters Nicole Reijnen en Stefano Frans (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) werd in het historische Paushuize een bijzonder moment gemarkeerd: de officiële oprichting van de Vereniging voor Europees Staatssteunrecht. Symbolisch werd dit moment door sprekers omschreven als “witte rook”, waarmee de ambitie werd onderstreept om een duurzaam kennisplatform te creëren voor professionals die werken met staatssteun in de publieke en semipublieke sector. De vereniging wil bijdragen aan structurele kennisopbouw, uitwisseling van praktijkervaringen en verdieping van juridische en beleidsmatige inzichten.

De oprichters benadrukten dat de behoefte aan een dergelijk netwerk groeit, juist omdat staatssteun steeds vaker raakt aan complexe vraagstukken zoals verduurzaming, woningtekorten en Europese industriële strategie. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via www.verenigingstaatssteun.nl.

Staatssteun uit het verdomhoekje

Prof. Hans Vedder (Universiteit Groningen) opende het inhoudelijke programma met een pleidooi voor wat hij omschreef als de “de-boemanisering” van staatssteun.

Volgens Vedder is staatssteun in het publieke debat te vaak beladen met negatieve connotaties, terwijl het in de praktijk een essentieel beleidsinstrument kan zijn. De klassieke gedachte dat de markt via de “onzichtbare hand” vanzelf tot optimale uitkomsten leidt, wordt steeds vaker genuanceerd. In sectoren zoals klimaat, energie en innovatie blijkt overheidsinterventie noodzakelijk om maatschappelijke doelen te bereiken.

Daarom pleitte hij ervoor om afstand te nemen van het idee dat staatssteun primair een “verboden” praktijk zou zijn. Het woord verbod komt immers niet letterlijk voor in artikel 107 VWEU. In plaats daarvan zou staatssteun moeten worden gezien als een gereguleerd instrument binnen het Europese rechtssysteem: toegestaan binnen kaders, onder toezicht van de Europese Commissie, en gericht op het waarborgen van een goed functionerende interne markt. Die herwaardering vraagt volgens hem ook om een andere manier van kijken bij beleidsmakers en juristen: minder defensief, meer strategisch, en met oog voor de publieke waarde die via staatssteun kan worden gerealiseerd.

De staat(steun) van Europa

Sascha Grievink (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) en Jisk Hoogma (Invest-NL) gingen in hun deelsessie in op de bredere macro-economische context aan de hand van het zogenoemde Draghi-rapport, waarin de toekomstige concurrentiepositie van de Europese Unie wordt geanalyseerd.

Steeds belangrijker worden ook hybride vormen van financiering, zoals blended finance.

De centrale boodschap was dat Europa zich in een fase bevindt waarin het internationale economische speelveld ingrijpend verandert. De concurrentiekracht van de EU staat onder druk, onder meer door schaalvoordelen in andere werelddelen, versnelling van technologische ontwikkeling en geopolitieke fragmentatie. Om die positie te versterken zijn grootschalige investeringen noodzakelijk, met name in kapitaalmarkten, innovatie en strategische sectoren. Daarbij werd benadrukt dat staatssteun slechts één instrument is binnen een breder palet van beleidsopties.

Steeds belangrijker worden ook hybride vormen van financiering, zoals blended finance. Hierbij wordt publiek en privaat kapitaal gecombineerd om investeringen in maatschappelijke prioriteiten mogelijk te maken. Deze aanpak wordt onder meer ingezet bij klimaattransitie, infrastructuur en sociale innovatie, waarbij publieke middelen als hefboom fungeren om private investeringen los te trekken.

Staatssteun voor Tata Steel?

Tijdens de deelsessie over staatssteun en de energietransitie werd uitvoerig stilgestaan bij de rol van grootschalige industriële steunmaatregelen. Carl van der Horst, adviseur duurzame gebiedsontwikkeling en energiebeleid bij Tata Steel, gaf inzicht in de complexe praktijk van verduurzaming binnen energie-intensieve industrie. De discussie richtte zich onder meer op de (voorwaardelijke) intentie van het kabinet om circa 2 miljard euro aan steun beschikbaar te stellen voor de verduurzaming van Tata Steel. Dit dossier werd gekarakteriseerd als een schoolvoorbeeld van de spanning tussen economische, ecologische en juridische belangen.

Enerzijds staat de noodzaak om industriële CO₂-uitstoot te verminderen en klimaatdoelen te halen centraal. Anderzijds speelt de vraag hoe dergelijke grootschalige steun zich verhoudt tot het Europese gelijk speelveld en bestaande instrumenten zoals het emissiehandelssysteem. De sessie maakte duidelijk dat staatssteun in deze context niet los kan worden gezien van bredere Europese beleidskaders, en dat nationale keuzes altijd moeten worden gewogen binnen de logica van de interne markt.

Huisvesting

De woningmarkt vormde een ander belangrijk thema binnen het congres. Maarten Aalbers (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en Nicole Hoos (gemeente Ede) gingen in een aparte deelsessie in op de rol van staatssteun bij het aanpakken van het woningtekort.

Het woord ‘verbod’ komt niet voor in artikel 107 VWEU.

Recent heeft de Europese Commissie een aangepast besluit vastgesteld waarin de voorwaarden voor steun aan sociale en betaalbare huisvesting in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) zijn verduidelijkt en in sommige gevallen verruimd. Hierdoor wordt het voor lidstaten eenvoudiger om bepaalde vormen van steun buiten de meldingsplicht te houden. Dit biedt gemeenten en andere overheden meer ruimte om actief in te grijpen in segmenten waar sprake is van marktfalen, met name in het betaalbare en sociale huursegment. Tegelijkertijd werd benadrukt dat een goede onderbouwing essentieel blijft.

Gemeenten wordt geadviseerd om via woonbehoefteonderzoek en marktanalyse te onderbouwen waar precies sprake is van tekorten of verstoringen in de markt. Alleen dan kan goed worden vastgesteld of en in welke vorm staatssteun proportioneel en gerechtvaardigd is.

Aanbesteding

In de sessie over aanbestedingsrecht gaven prof. Allard Knook (PwC Nederland), Doortje Ninck Blok (Windt Le Grand Leeuwenburgh), Theunis Dankert (TRIP Advocaten) en prof. Wout de Cock (Vrije Universiteit Brussel) een breed overzicht van de Europese aanbestedingsregels. Aan de hand van praktijkvoorbeelden en stellingen werd ingegaan op de spanning tussen juridische beginselen zoals transparantie, non-discriminatie en gelijke behandeling enerzijds, en de toenemende geopolitieke druk op overheden anderzijds.

Met name in sectoren als defensie, energiezekerheid en kritieke infrastructuur blijkt deze spanning concreet voelbaar. Hoewel het EU-recht ruimte biedt om nationale veiligheidsbelangen mee te wegen, blijft de precieze afbakening daarvan juridisch complex en contextafhankelijk. De sprekers benadrukten dat onduidelijkheid over aanbestedingsprocedures al snel kan leiden tot juridische procedures en politieke discussie. Kennis van Europees recht blijft daarom een cruciale randvoorwaarde voor goed openbaar bestuur.

Onderwijs, onderzoek en zorg

In deze deelsessie stonden de sectoren zorg en onderwijs centraal, met bijdragen van prof. Hans Vedder en Josry Anthonijsz (UMCG). De kernvraag was hoe staatssteunregels moeten worden toegepast in sectoren waar publieke en private rollen vaak door elkaar lopen. Universitaire medische centra, zoals het UMCG, opereren immers zowel als ontvanger van publieke middelen als verstrekker van steun in samenwerkingsverbanden.

Daarbij kwam met name de toepassing van DAEB-constructies aan de orde. Wanneer kan zorg of onderwijs als een dienst van algemeen economisch belang worden aangemerkt, en wanneer valt men terug op het reguliere staatssteunkader? Ook werd stilgestaan bij samenwerking tussen instellingen en de vraag hoe grensoverschrijdende financieringsconstructies juridisch moeten worden beoordeeld binnen het staatssteunrechtelijke kader.

De blik uit Luxemburg

Advocaat-generaal prof. Andrea Biondi van het Hof van Justitie van de Europese Unie gaf vanuit Luxemburg een inkijk in de dynamiek van het Hof en de wijze waarop het omgaat met de steeds complexer wordende Europese regelgeving. Hij benadrukte dat zowel de Europese Commissie als lidstaten beschikken over een breed palet aan instrumenten om publieke doelstellingen via de interne markt te realiseren. Daarbij speelt interpretatie door het Hof een belangrijke rol.

Staatssteun ontwikkelt zich tot een strategisch beleidsinstrument.

Volgens Biondi is de toepassing van staatssteunregels in de loop der jaren flexibeler geworden. Deze ontwikkeling hangt samen met de teleologische interpretatiemethode van het Hof, waarbij regelgeving wordt uitgelegd in het licht van doel en context, in plaats van uitsluitend op basis van letterlijke interpretatie. Daarnaast onderstreepte hij het belang van soft law-instrumenten, zoals richtsnoeren en mededelingen van de Commissie, die in de praktijk een belangrijke rol spelen bij de toepassing van staatssteunregels.

Afsluiting

Na afloop van de inhoudelijke sessies was er gelegenheid voor deelnemers om in informele setting verder te praten en ervaringen uit te wisselen tijdens de afsluitende borrel.

Het Staatssteuncongres bood daarmee een breed en gelaagd beeld van de actuele ontwikkelingen binnen het Europese staatssteunrecht. Van theoretische herwaardering tot zeer concrete beleidsvraagstukken in woningbouw, industrie en zorg: het congres liet zien dat staatssteun zich steeds meer ontwikkelt tot een strategisch beleidsinstrument binnen de Europese Unie.

De bijeenkomst kan worden beschouwd als inhoudelijk rijk, actueel en verbindend, met duidelijke aandacht voor de toekomst van het Europese staatssteunkader in een veranderende wereld.