Inburgering
Vanaf 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering 2021 in werking getreden. Deze nieuwe wet geeft gemeenten meer regie en verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielzoekers.
Sinds 1 januari 2026 zijn lidstaten verplicht om verleende de-minimissteun te registreren. Nederland maakt gebruik van het centrale EU-register, het eAidRegister (hierna: eAir).
OntdekkenVanaf 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering 2021 in werking getreden. Deze nieuwe wet geeft gemeenten meer regie en verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielzoekers.
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. Hierbij werken zij samen met gemeenten, bijvoorbeeld wanneer er een nieuwe opvanglocatie in een gemeente wordt geopend. Wanneer een asielzoeker een verblijfsvergunning verkrijgt, wordt hij daarmee statushouder. Gemeenten dienen dan te zorgen voor passende huisvesting voor statushouders.
Er bestaan Europese regels die relevant zijn voor onder meer arbeidsmigratie, gezinshereniging en irreguliere migratie. Op deze pagina leest u meer over deze onderwerpen.
Decentrale overheden kunnen subsidieprogramma’s inzetten om lokale en regionale sportactiviteiten te ondersteunen. Bijvoorbeeld door een subsidie voor het organiseren van sportactiviteiten of een verlaagde grondprijs. Hierbij kunnen staatssteunregels van toepassing zijn.
Wilt u als decentrale overheid een relatief laag steunbedrag verlenen aan een onderneming? Afhankelijk van de hoogte van het steunbedrag en de betrokken sector, kunnen decentrale overheden steun verlenen op basis van een van de drie de-minimisverordeningen.
Voldoet een steunmaatregel aan de vijf cumulatieve staatssteuncriteria, dan moet deze maatregel volgens de Europese staatssteunregels worden aangemeld bij de Europese Commissie.
Als een steunmaatregel voldoet aan de vijf staatssteuncriteria, is het aanmelden van deze maatregel bij de Europese Commissie om goedkeuring te verkrijgen dan de enige mogelijkheid om de steun rechtmatig te kunnen verlenen?
Decentrale overheden mogen op basis van Europese regelgeving economische activiteiten in het algemeen belang beleggen bij een onderneming, als de markt de diensten onvoldoende oppakt of deze niet tegen maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden verricht. De overheid mag de onderneming daarna compenseren voor het uitvoeren van de dienst.
Gemeenten kunnen met aanbestedingsregels te maken hebben bij uitvoering van hun taken in het kader van het sociaal domein. Op deze pagina leest u meer daarover en hoe het aanbestedingsrecht komt kijken bij subsidieverlening, sociale en andere specifieke diensten en meer.
De Europese aanbestedingsrichtlijnen maken onderscheid tussen drie verschillende soorten overheidsopdrachten: voor werken, leveringen en diensten. Het is belangrijk om dit verschil te maken, omdat de hoogte van het drempelbedrag verschilt. De drempelwaarde voor werken ligt namelijk hoger dan die voor diensten en leveringen. Op deze pagina wordt hier verder op in gegaan en geven we een aantal praktische voorbeelden van de classificatie van overheidsopdrachten.
In dit sub-dossier leest u meer over de aanbestedingsplicht voor decentrale overheden. Als het gaat om een overheidsopdracht of concessie boven de Europese drempelwaarde bestaat er namelijk een aanbestedingsplicht.
Tijdens aanbestedingen of tijdens de looptijd van een aanbesteed contract krijgen decentrale overheden er regelmatig mee te maken dat de oorspronkelijke opdracht gewijzigd moet worden. Het kan bijvoorbeeld blijken dat een geplande parkeergarage onvoldoende plekken zal hebben en dat er daarom een ander ontwerp moet komen of dat het wenselijk is geworden dat een inhuurkracht meer dan het oorspronkelijk overeengekomen aantal uren kan maken. Mogelijk gaat het dan om een wezenlijke wijziging. Wijzigingen zijn onder omstandigheden mogelijk, maar dit kan niet onbeperkt gebeuren.
Op deze pagina wordt ingegaan op de voorwaarden hiervan. Daarnaast benoemen we de situaties waarin er géén sprake is van een wezenlijke wijziging.