Zoeken
Staatssteun
Subonderwerpen

Vrijstellingsmogelijkheden

Als een steunmaatregel voldoet aan de vijf staatssteuncriteria, is het aanmelden van deze maatregel bij de Europese Commissie om goedkeuring te verkrijgen dan de enige mogelijkheid om de steun rechtmatig te kunnen verlenen? Nee, de Europese Commissie heeft een aantal verordeningen vastgesteld op basis waarvan bepaalde soorten staatssteun vrijgesteld zijn van de aanmeldingsverplichting.

Voldoet een steunmaatregel aan de vijf cumulatieve staatssteuncriteria, dan moet volgens de Europese staatssteunregels deze maatregel worden aangemeld bij de Europese Commissie volgens artikel 108, lid 3 VwEU. Decentrale overheden kunnen echter onderzoeken of de steun aan ondernemingen direct ‘staatssteunproof’ kan worden gemaakt. Hiervoor zijn verschillende vrijstellingsmogelijkheden die gelden als uitzonderingen op de aanmeldingsplicht. Voordeel daarvan is dat niet hoeft te worden gewacht op goedkeuring door de Europese Commissie, maar dat de steun direct kan worden verstrekt.

De volgende vrijstellingen geven mogelijkheden aan decentrale overheden om steunmaatregelen verenigbaar te maken met de interne markt zonder voorafgaande goedkeuring. Daarbij moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De vrijstellingsmogelijkheden zijn:

  • de de-minimisverordening;
  • de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV);
  • de Landbouwvrijstellingsverordening (LVV);
  • de Visserij vrijstellingsverordening (VVV);
  • het DAEB vrijstellingsbesluit.

Het verschilt per situatie welke vrijstelling het beste kan worden gebruikt.

Koepelvrijstellingen

Naast de vrijstellingsverordeningen en de mogelijkheid om een onderneming met een DAEB te belasten, zijn er ook nog een aantal zogenoemde koepelvrijstellingen. Koepelvrijstellingen zijn regelingen die al bij de Europese Commissie zijn aangemeld en goedgekeurd. Hiermee wordt de regeling verenigbaar met de interne markt geacht, dus ook alle steun die op basis ervan wordt verleend. De koepelvrijstellingen die het meest gebruikt worden door decentrale overheden zijn het Nationale Monumentenkader, de catalogus groenblauwe diensten en het DAEB-besluit inzake woningcorporaties. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van een koepelvrijstelling, dient hierover gerapporteerd te worden aan de Europese Commissie.

De-minimisverordening

De de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 1407/2013) maakt het mogelijk om steun in de vorm van kleine bedragen (tot € 200.000) ‘staatssteunproof’ te verlenen. Op grond van de de-minimisverordening kunnen decentrale overheden ondernemingen over een periode van drie belastingjaren tot € 200.000 steunen. Door het geringe effect van deze steunverlening op het EU handelsverkeer kwalificeert steun onder dit drempelbedrag niet als staatssteun. De de-minimisverordening is van toepassing op alle sectoren, behalve voor de sectoren landbouw en  visserij . Daarvoor en voor Diensten van Algemeen Ecnomisch Belang (DAEB) gelden andere steunplafonds. Voor het verlenen van de-minimissteun hoeft er geen kennisgevingsprocedure gevolgd te worden. Ook geldt er voor de-minimissteun geen rapportageverplichting. Meer informatie over deze verordening vindt u op de pagina de-minimisverordening.

Algemene groepsvrijstellingsverordening

De Algemene Groepsvrijstellingsverordening of de AGVV (Verordening (EU) nr. 651/2014) biedt de meeste opties voor vrijstelling van het verbod op steunverlening en is van toepassing op bijna alle economische sectoren. Wel gelden er per steuncategorie wisselende voorwaarden. Decentrale overheden die steun willen verlenen op basis van de AGVV moeten aan de voorwaarden voldoen en een kennisgevingsprocedure volgen. Ook moeten zij jaarlijks rapporteren over de steunuitgaven. Meer informatie over de AGVV vindt u op de pagina Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

Landbouwvrijstellingsverordening

Voor steun aan de landbouwsector kunnen decentrale overheden gebruik maken van de Landbouwvrijstellingsverordening of LVV (Verordening (EU) nr. 702/2014). Deze verordening is van toepassing op agrariërs die actief zijn in de primaire productie en de verwerking en afzet van landbouwproducten. Ook bevat de verordening een speciaal gedeelte voor steun voor plattelandsontwikkeling (POP3). Meer informatie over de LVV vindt u op de pagina Landbouwvrijstellingsverordening.

Visserijvrijstellingsverordening

Op basis van de Visserij vrijstellingsverordening of VVV (Verordening (EU) nr. 1388/2014) kan steun worden verleend aan kleine en middelgrote ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten. Visserij- en aquacultuurproducten worden gedefinieerd in bijlage I van Verordening (EU) nr. 1379/2013.

Diensten van algemeen economisch belang

Diensten die niet, onvoldoende of tegen niet aanvaardbare voorwaarden door de markt worden verzorgd, mogen door de overheid worden belegd bij een onderneming. Decentrale overheden mogen deze onderneming compenseren voor het uitvoeren van deze Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). In het DAEB-vrijstellingsbesluit zijn voorwaarden gesteld waaronder compensatie van (decentrale) overheden voor het verrichten van taken van algemeen economisch belang kan worden vrijgesteld van melding bij de Commissie. Het besluit bevat een verlicht regime voor lokale en sociale DAEB’s, zoals kinderopvang. Bij het verlenen van steun op basis van het DAEB-vrijstellingsbesluit is het niet nodig om een kennisgevingsprocedure te volgen, wel moet er tweejaarlijks gerapporteerd worden over de uitgaven.

Meer informatie over de verplichtingen die decentrale overheden hebben bij het toepassen van een vrijstellingsmogelijkheid is te lezen in deze praktijkvraag.

Meer weten?

Bent u werkzaam voor een gemeente, provincie of waterschap en twijfelt u of uw casus zich leent voor de toepassing van bijvoorbeeld de AGVV of vraagt u zich af hoe de verschillende vrijstellingsverordeningen zich tot elkaar verhouden? Voor deze en andere vragen kunt u contact opnemen met onze helpdesk.

STEL UW VRAAG