Zoeken
Staatssteun
Subonderwerpen

Monumenten

Decentrale overheden kunnen het nationale staatssteunkader voor monumentenzorg (hierna: Monumentenkader) gebruiken voor steun voor monumenten. Het Monumentenkader biedt een juridisch kader, waarmee decentrale overheden steun aan monumenten staatssteunproof kunnen maken. Steunmaatregelen op basis van deze regeling hoeven niet aangemeld te worden bij de Europese Commissie; het Monumentenkader is door het ministerie van OCW kennisgegeven bij de Europese Commissie onder de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV). Jaarlijkse rapportage is wel verplicht.

Nationale staatssteunkader voor monumentenzorg

Het Monumentenkader heeft als nationale, juridische grondslag de ‘Monumentenwet 1988 – Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Brim)’ (NB: het Brim vormt geen grondslag voor decentrale steun van provincies en gemeenten). Steun onder het Monumentenkader hoeft niet gemeld te worden bij de Commissie. Het Monumentenkader is door het ministerie van OCW kennisgegeven bij de Europese Commissie onder de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) (SA.40475). Jaarlijkse rapportage over de uitgaven is wel verplicht.

Reikwijdte en werkwijze

De regeling is alleen van toepassing op compensatiesteun voor extra kosten voor de instandhouding en het herstel van monumenten. Als uw provincie, gemeente of waterschap steun staatssteunproof wil maken op basis van de Monumentenregeling, verwijst u in de subsidieregeling of de beschikking naar de Monumentenregeling en het nummer van de kennisgeving, SA.40475.

Voorwaarden

Monumentensteun van decentrale overheden moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

– Net als rijksmonumenten moeten  de provinciale of gemeentelijke monumenten worden ingeschreven in een register met provinciale of gemeentelijke monumenten alvorens het onroerend goed kan worden gekwalificeerd als een officieel (beschermd) monument;
– De werkzaamheden zijn vanuit technisch oogpunt noodzakelijk voor de instandhouding van het monument;
– De steun mag niet ingezet worden voor commerciële en/of operationele activiteiten. Monumenten met een functie (zoals een hotel) komen alleen in aanmerking voor de meerkosten van restauratie of herstelwerkzaamheden;
– Kosten ter verbetering van comfort of uitbreidingen van de gebouwen komen niet in aanmerking;
– Cumulatie met andere steunmaatregelen is toegestaan, mits de steunintensiteit niet boven 100% van de totale kosten gaat.

Drempelbedragen

De maximale steundrempel voor de toepassing van het Monumentenkader zijn:
– voor investeringssteun 100 miljoen euro per project;
– voor exploitatiesteun 50 miljoen euro per onderneming per jaar.

Voor toepassing van het Monumentenkader (en de AGVV) zijn er maximale drempelbedragen, die voor Nederlandse begrippen heel hoog liggen. Toch worden steunverleners dringend aanbevolen om een bepaling in hun subsidiebeschikking op te nemen om er zeker van te zijn dat bovengenoemde drempelbedragen niet overschreden worden. Onderstaande bepaling is een voorbeeld dat in een subsidiebeschikking opgenomen kan worden. De bepaling is gericht op eventueel later door dezelfde of andere overheden te verlenen subsidie gebaseerd op dezelfde beleidsdoelstelling (cultuur).

Deze subsidie wordt verleend op basis van het Nationaal Monumentenkader (SA.40475) onder toepassing van artikel 4, lid 1, sub z van Verordening (EU) nr. 651/2014. Een onderneming en het eventuele moederconcern mag niet meer dan 100 miljoen euro investeringssteun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed ontvangen per jaar per project. Voor exploitatiesteun geldt een maximum van 50 miljoen euro per onderneming per jaar. Begunstigden van staatssteun hebben een eigen verantwoordelijkheid om na te gaan of aan de staatssteunregels wordt voldaan. Overschrijding van de maximumbedragen leidt tot onrechtmatige staatssteun, die teruggevorderd kan worden.

Achtergrond

De Nationale Monumentenregeling is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt. De ministeries van OCW, VROM en BZK stelden de regeling op, met consultatie van VNG en IPO. In 2009 keurde de Europese Commissie deze regeling op basis van art. 107 lid 3d VWEU (Steunmaatregel N 606-2009). Eind 2014 liep de Monumentenregeling af. Per 1 januari 2015 is de regeling vrijgesteld onder artikel 53 over cultuur en cultureel erfgoed in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV).

Decentrale overheden die gebruik hebben gemaakt van de Monumentenregeling, dienen jaarlijks over de uitgaven te rapporteren. Hierover ontvangt uw provincie of gemeente een brief van het ministerie van BZK.

Gevolgen handelsverkeer en mededinging

Steun voor het restaureren en conserveren van monumenten is bedoeld voor een zeer specifieke categorie projecten, die zonder staatssteun niet haalbaar zou zijn. De gevolgen voor het handelsverkeer en de mededinging zijn niet zo schadelijk:
– De begunstigden (eigenaren van monumenten die natuurlijke/rechtspersoon zijn) zijn actief op lokale markten;
– De concurrentie met vastgoedondernemingen is zeer beperkt, omdat de renovatiekosten hoog zijn.

De begunstigden op de markt van verhuur van monumenten moeten marktconform diensten aanbieden.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

 


Jurisprudentie Monumenten

Monumenten

Europese Commissie, 15 januari 2008. Subsidie aan NV Bergkwartier

Steunmaatregel N-393/2007. Dit project gaat over de renovatie en uitbreiding van het IJsselhotel, een nationaal monument. Het project kan niet als een marktinvestering worden beschouwd. Door de uitvoering van het project te steunen, wordt er geïnvesteerd in het behoud van het nationaal cultureel erfgoed.

Concurrenrende markt
NV Bergkwartier, de onderneming die het project realiseert, is actief op een markt die openstaat voor concurrentie in de EU. Daarom kan de Commissie een effect van deze steun op het handelsverkeer niet uitsluiten. De steunmaatregel wordt goedgekeurd, voor zover deze het behoud van het cultureel erfgoed betreft (art. 107 lid 3d VWEU, voorheen art. 87 lid 3d EG-Verdrag).

Europese Commissie, 16 mei 2006. Monumentenfonds Noord Brabant

Steunmaatregel NN 76/2005. Het monumentenbeleid van de provincie Brabant is erop gericht beschermde (geregistreerde) monumenten te bewaren als onderdeel van het streven naar een duurzame ontwikkeling van Noord-Brabant. Het beleid richt zich op van monumenten, door middel van ontwikkeling en fysiek onderhoud. Daartoe worden samenwerkingsverbanden met derde partijen opgezet.

Monumentenfonds
Een voorbeeld hiervan is het NV Monumentenfonds Brabant. Dit fonds verwerft een kleine groep monumenten, waarvan de financiering zo problematisch is dat deze anders verloren zouden gaan. Het fonds restaureert de monumenten en staat in voor het behoud en de exploitatie ervan. Het fonds ontvangt hiervoor maximaal € 800.000,= aan subsidie. Ook verleent Noord-Brabant een zachte, achtergestelde lening van maximaal € 4 miljoen, tegen een rentepercentage van 5%.

Europese Commissie
De Europese Commissie oordeelde dat deze steun verenigbaar is met art. 107 lid 3d VWEU (voorheen art. 87 lid 3d EG-Verdrag).

Europese Commissie, 27 mei 2003. National Haritage Memorial Fund

Steunmaatregel NN 11/2002. De beschikking over het National Heritage Memorial Fund in het Verenigd Koninkrijk (NN 11/2002) geeft voorwaarden weer, die steun ten behoeve van het behoud van cultureel erfgoed mogelijk maken.

Nieuws Monumenten

Leeuwarden als culturele hoofdstad van Europa

In 2018 zijn Leeuwarden en Valetta (in Malta) de culturele hoofdsteden van Europa. Het centrale thema in Leeuwarden is ‘Iepen Mienskip’. De stad staat daarmee voor het van onderaf flexibel en transparant samenwerken aan een betere wereld.

Lees het volledige bericht

Cultuurprogramma steden & regio’s: Laatste kans om in te schrijven

Het ‘Culture for Cities and Regions Initiative’ wil steden en regio’s ondersteunen bij het maken van goede investeringen in cultuur, door onder meer kennis uit te wisselen over culturele projecten. Geïnteresseerde steden en regio’s kunnen zich opgeven voor de laatste vijf studiebezoeken tussen april en juni 2016. Deadline voor aanmelden is 21 maart.
Lees het volledige bericht

Het nationale monumentenkader verlengd

Decentrale overheden maken vaak gebruik van het Nationale monumentenkader. De verwachting is dat dat ook voor de toekomst het geval zal zijn. Omdat de looptijd van het kader ten einde is, heeft het Ministerie van OCW een nieuwe kennisgeving ingediend onder de AGVV. Voor decentrale overheden is het van belang te weten dat zij het SA-nummer van de regeling moeten vermelden in hun subsidieregeling of -beschikking, als zij gebruikmaken van het Monumentenkader. Daarnaast moeten zij bij de jaarlijkse rapportage over de uitgaven de decentrale rechtsgrondslag voor de subsidie aangeven.
Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Monumenten

X