Europees recht en beleid

Laatste update: 20 april 2026

Contact:


Voldoet een steunmaatregel aan de vijf cumulatieve staatssteuncriteria, dan moet deze maatregel volgens de Europese staatssteunregels worden aangemeld bij de Europese Commissie (artikel 108, lid 3 VwEU). Een gemeente, provincie of waterschap kan nagaan of de steun mogelijk is vrijgesteld van de aanmeldingsplicht. Daarnaast is het van belang vast te stellen of de steun wordt verleend binnen de sector van duurzaam vervoer. Dan kan de gemeente, provincie of waterschap gebruik maken van de Verordening (EU) 2026/562 voor bepaalde categorieën steun in de sectoren spoorvervoer, binnenvaart en multimodaal vervoer (hierna: TBER, volgens de Engelse beschrijving Transport Block Exemption Regulation), van steun worden vrijgesteld.

Behalve de TBER heeft de Commissie ook nieuwe richtsnoeren inzake staatssteun voor land- en multimodaal vervoer (hierna: LMTG) opgesteld. Mocht de steun niet onder de TBER vallen, dan kunnen de decentrale overheden gebruik maken van de brede richtsnoeren. In dat geval geldt dat de steun vooraf moet worden aangemeld bij de Commissie, overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU.

Maar wanneer kan voor steun aan vervoer de TBER toegepast worden? En welke voorwaarden worden er in deze Verordening gesteld? En als steun niet hoeft te worden gemeld bij de Europese Commissie, welke procedure dient er dan wel gevolgd te worden? Op deze pagina vindt u antwoorden op deze vragen.

Wanneer kan de TBER toegepast worden?

De TBER is volgens artikel 1(1) van toepassing op de volgende steuncategorieën:

Exploitatiesteunregelingen (zie ook bepaling para 16; 22; en 23):

  • Ter vermindering van de externe kosten van vervoer (sub a);
  • Om nieuwe commerciële spoor- en binnenvaartverbindingen voor goederenvervoer te introduceren (sub b).

Investeringssteunregelingen (zie ook bepalingen para 24-29):

  • Verbetering en vernieuwing van spoorwegvoorzieningen, binnenvaartvoorzieningen en multimodale vervoersvoorzieningen voor spoor of binnenvaart, met inbegrip van havensuprastructuur, zolang de suprastructuur in kwestie gelegen is in een binnenvaartvoorziening of een multimodale vervoersvoorziening met een spoor- of binnenvaartverbinding (sub c);
  • Voor de bouw, verbetering en vernieuwing van particuliere spooraansluitingen (sub e);
  • Verwerving van voertuigen voor spoor- of binnenvaartvervoer (sub f);
  • Voor de verwerving van intermodale laadeenheden (Intermodal Loading Units, ILU) en kranen op schepen (sub g)
  • Interoperabiliteit in de sectoren van duurzaam vervoer over land (sub h);
  • Aanpassing en modernisering in de sectoren van duurzaam vervoer over land (sub i).

Ad-hocinvesteringssteun (zie ook bepaling para 14) en investeringssteunregelingen:

  • Voor de bouw, verbetering en vernieuwing van goederenterminals voor spoor en binnenvaart (sub d);

De TBER is niet van toepassing op:

  • Steunregelingen die niet voorzien in uitsluiting van de betaling van individuele steun aan ondernemingen ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering uitstaat (artikel 1, lid 2, onder a).
  • Ad-hocsteun aan een onderneming  waarvan een bevel tot terugvordering uitstaat (artikel 1, lid 2, onder b).
  • Steun die afhangt van het gebruik van binnenlandse producten in plaats van ingevoerde producten (artikel 1, lid 2, onder c).
  • Steun aan ondernemingen in moeilijkheden (artikel 1, lid 2, onder d).
  • Steunmaatregelen die op zichzelf of door de daaraan verbonden voorwaarden of financieringswijze leiden tot een daarmee onlosmakelijk verbonden schending van het Unierecht, waaronder (artikel 1, lid 2, onder e):
    • Verplichting voor de begunstigde om zijn hoofdkantoor in de lidstaat te hebben
    • Verplicht gebruik van binnenlands geproduceerde goederen of diensten
  • Steun voor het nakomen van openbare dienstverplichtingen betreffende passagiers- of goederenvervoer (artikel 1, lid 2, onder f).
  • Steun voor haveninfrastructuur en haventoegangsinfrastructuur (artikel 1, lid 2, onder g).
  • Steunregelingen als bedoeld in hoofdstuk II, na het verstrijken van zes maanden na inwerkingtreding of een latere datum vastgesteld door de Commissie (artikel 1, lid 2, onder h).
  • Aanpassingen van de in punt h) bedoelde regelingen, anders dan wijzigingen die geen invloed hebben op de verenigbaarheid of het evaluatieplan (artikel 1, lid 2, onder i).

Daarnaast moet, volgens de bepalingen van de verordening, de steun noodzakelijk zijn. In het kader van de verdere ontwikkeling van projecten/activiteiten mag steun onder de TBER alleen worden verleend als het project of de activiteit zonder steun niet verder kan. Daarnaast geldt dat de werkzaamheden van het gesteunde project/de gesteunde activiteit schriftelijk moeten worden aangevraagd voordat deze aanvangen. De aankoop van gronden en voorbereidende werkzaamheden, zoals het verkrijgen van vergunningen en het verrichten van haalbaarheidsonderzoek, vallen niet onder het begrip van de start van de werkzaamheden van het gesteunde project.

Ook is de steunmaatregel niet vrijgesteld onder de TBER wanneer de onderneming dankzij de investering voldoet aan Unienormen die al zijn goedgekeurd en van kracht zijn. Als het gaat om een goedgekeurde maar nog niet in werking getreden Unienorm, kan er sprake zijn van een stimulerend effect indien de steun ertoe aanzet de investering ten minste 12 maanden voordat de norm van kracht wordt te implementeren en te voltooien, voor zover de norm niet met terugwerkende kracht van toepassing is. Echter, bij steun voor aanpassing aan toekomstige Unienormen en voor strengere of ambitieuzere nationale normen dan de Unienormen, kan sprake zijn van een stimulerend effect, ongeacht of dergelijke nationale normen bestaan. Hetzelfde geldt voor steun die wordt toegekend in het geval van bindende nationale normen die bij ontstentenis van Unienormen zijn vastgesteld.

Welke voorwaarden stelt de TBER aan het verlenen van steun?

Om steun te verlenen op basis van één van de steuncategorieën uit de TBER dient er te worden voldaan aan de gemeenschappelijke bepalingen van de TBER uit hoofdstuk I daarvan en aan de specifieke voorwaarden van het toepasselijke artikel uit hoofdstuk II.

Steun onder de TBER kan in verschillende vormen toegepast worden, waaronder subsidies, rentesubsidies, investeringen, leningen, garanties en belastingvoordelen. Zowel ad-hocsteun, investeringssteunregelingen als exploitatiesteunregelingen, op grond waarvan meermaals steun kan worden verleend, kunnen staatssteunproof worden gemaakt met de TBER.

Algemene voorwaarden

In hoofdstuk I van de TBER worden een aantal algemene voorwaarden genoemd waaraan steunverlening onder de TBER aan moet voldoen:

Maximale drempel voor aanmelding (artikel 4)

  • Voor een regeling van individuele exploitatiesteun voor de introductie van nieuwe commerciële verbindingen geldt er een maximaal steunbedrag van 15 miljoen EUR per verbinding.
  • Voor een regeling van individuele investeringssteun voor de bouw, verbetering en vernieuwing van spoorwegvoorzieningen, binnenvaartvoorzieningen en multimodale vervoersvoorzieningen voor spoor of binnenvaart geldt er een maximaal steunbedrag van 30 miljoen EUR per project.
  • Voor een regeling van toegekende individuele investeringssteun voor particuliere spooraansluitingen geldt er een maximaal steunbedrag van 4 miljoen EUR per project.
  • Voor ad-hocinvesteringssteun voor de bouw, verbetering en vernieuwing van goederenterminals voor spoor of binnenvaart geldt er een maximaal steunbedrag van 10 miljoen EUR per project.

Transparantie van de steun (artikel 5)

Er wordt uitgegaan van brutobedragen (zie ook artikel 7), dus voor aftrek van de belasting. Een vooraf berekend brutosubidie-equivalent (BSE) moet worden berekend zonder dat een risicobeoordeling hoeft te worden uitgevoerd. Voor bijzondere vormen van steun gelden nog overige voorwaarden die in deze bepaling zijn terug te vinden. Voor het berekenen van het steunelement kan gebruik worden gemaakt van de Staatssteun Calculator van Kenniscentrum Europa Decentraal.

Stimulerend effect (artikel 6)

Bij alle steunverlening moet er sprake zijn van een stimulerend effect. Steun wordt geacht een stimulerend effect te hebben indien de begunstigde, voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden voor het project of de activiteit, bij de betrokken lidstaat een schriftelijke steunaanvraag heeft ingediend. Daarnaast zijn er overige criteria voor verschillende steunaanvragen.

Steunintensiteit en in aanmerking komende kosten (artikel 7)

De steunintensiteit moet berekend worden op basis van bedragen voor belasting waarbij btw alleen wordt meegerekend indien deze niet terug te vorderen is. De in aanmerking komende kosten moeten worden onderbouwd met duidelijke en actuele bewijsstukken. Indien steun niet in de vorm van een subsidie wordt verleend, moet het brutosubsidie-equivalent worden bepaald. Toekomstige steun en kosten moeten worden gedisconteerd naar het moment van toekenning. Indien van toepassing kunnen vereenvoudigde kostenopties worden gebruikt overeenkomstig de regels van het betreffende Uniefonds.

Cumulatie (artikel 8)

TBER mag worden gecumuleerd met andere verenigbare steun van andere verordeningen mits de maatregelen in kwestie betrekking hebben op andere identificeerbare in aanmerking komende kosten. Voor dezelfde/ elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende identificeerbare in aanmerking komende kosten mag steun worden gecumuleerd tot de maximale toegestane steunintensiteit of het maximale steunbedrag.

Met betrekking tot de de-minimissteun kan steun onder de TBER worden gecumuleerd indien de de-minimissteun niet aan specifieke in aanmerking komende kosten kan worden toegerekend. Indien de de-minimissteun echter betrekking heeft op dezelfde identificeerbare kosten als andere steun, is cumulering alleen toegestaan tot de maximale steunintensiteit zoals vastgesteld in hoofdstuk II van de TBER.

Publicatie en informatie

De steun moet worden bekend gemaakt in de “Transparency Award Module” (TAM) van de Commissie volgens bijlage II of op een staatssteunwebsite op nationaal of regionaal niveau. Voor meer informatie over TAM en de drempel bedragen zie Transparantie.

Procedurele voorwaarden

Publicatie (artikel 9)

Bij de inwerkingtreding van een steunmaatregel moet de decentrale overheid de tekst van de steunmaatregel op haar website of digitaal publicatieblad publiceren. Dat geldt ook voor beschikkingen van ad-hocsteun. In het kader van transparantie moet bij steunverlening elke individuele steunverlening van meer dan € 100.000, – worden vastgelegd. Daarnaast dienen de aanvullende gegevens genoemd in bijlage III eveneens gepubliceerd te worden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de transparency aid module (TAM).

Kennisgeving en rapportage/verslaglegging (artikel 19)

Onder de TBER moet steun binnen twintig werkdagen na inwerkingtreding worden kennisgegeven. Kenniscentrum Europa Decentraal ondersteunt, in opdracht van het ministerie van BZK, provincies en gemeenten bij het doorlopen van een kennisgevingsprocedure.

Verder moeten decentrale overheden jaarlijks over de uitgaven rapporteren.

Evaluatie (artikel 20)

Voor grote steunregelingen geldt een evaluatie op basis van een door de Commissie goedgekeurd evaluatieplan, om te beoordelen of de steunmaatregel noodzakelijk en doeltreffend is en wat de effecten zijn op mededinging en handel. Daarnaast zijn er specifieke regels voor ontwerp-evaluatieplannen, evaluatieverplichtingen en kennisgeving.

Monitoring (artikel 21)

De lidstaten moeten gedetailleerde dossiers bijhouden met alle gegevens en bewijsstukken die nodig zijn om vast te stellen dat aan de voorwaarden van de TBER is voldaan. Deze dossiers moeten gedurende ten minste tien jaar worden bewaard vanaf de datum waarop de steun is toegekend. Daarnaast moeten lidstaten achteraf steekproefsgewijze controles uitvoeren, onder meer op basis van belastingaangiften van de begunstigde. Van deze verificaties moeten eveneens gedetailleerde dossiers worden bijgehouden, die ten minste tien jaar na de datum van de verificatie worden bewaard.

Specifieke voorwaarden

Steunverlening onder de TBER dient vervolgens ook te voldoen aan de specifieke voorwaarden gesteld in de toepasselijke bepaling (zie hoofdstuk I en hoofdstuk II). Voor iedere categorie gelden afzonderlijke bepalingen ten aanzien van de steunintensiteiten, de hoogte van de steun en de criteria waaraan moet worden voldaan.

Welke procedure dient er te worden gevolg bij steunverlening op grond van de TBER?

Steunmaatregelen die onder de TBER vallen, hoeven niet ter goedkeuring via de meldingsprocedure te worden gemeld bij de Commissie. Kennisgeving en rapportage zijn echter wel verplicht. Uiterlijk tien werkdagen voordat de steunregeling in werking treedt of de ad-hocsteun verleend wordt, moet de kennisgeving bij de Europese Commissie zijn afgerond. Als een gemeente of provincie tot de conclusie komt dat steun verleend kan worden op grond van de TBER en er een kennisgevingsprocedure gestart moet worden, dan moet er contact worden opgenomen met Kenniscentrum Europa Decentraal.