Wat zijn DAEB en DAB en wat is hun relatie tot de Dienstenrichtlijn?

februari 2013

Volgens art. 2 Dienstenrichtlijn zijn niet-economische diensten van algemeen belang van de werking van de richtlijn uitgezonderd. Maar wat zijn diensten van algemeen (economisch) belang (DAB en DAEB) en wat is hun de relatie tot de Dienstenrichtlijn?

Versie juni 2009

Antwoord

Het begrip diensten van algemeen belang (DAB) is onder te verdelen in diensten van algemeen economisch belang (DAEB) en niet-economische diensten van algemeen belang (ook afgekort DAB). De afkorting DAB staat dus enerzijds voor het koepelbegrip diensten van algemeen belang en anderzijds vormt het een term voor niet-economische diensten van algemeen belang.

Voor de samenleving van algemeen belang

DAB (zowel economisch als niet-economisch) zijn diensten die voor de samenleving van algemeen belang worden geacht. Deze diensten onderscheiden zich van gewone diensten door de aanwezigheid van publieke belangen met betrekking tot de kwaliteit, toegankelijkheid en leveringszekerheid. Onder DAB vallen diensten waar een publiek belang mee is gemoeid, ongeacht of deze diensten nu wel of niet op de markt en onder concurrentie worden aangeboden.

Belang onderscheid DAB en DAEB

Het onderscheid tussen DAB en DAEB is van groot belang, aangezien de interne marktregels en de mededingingsregels (in principe) van toepassing zijn op DAEB, maar niet op DAB. Het EG-Verdrag verhindert de regulering van DAEB niet. Het voorkomt wel dat de regels van de interne markt worden omzeild door de regulering te toetsen aan eisen van noodzakelijkheid en proportionaliteit.

Strikte regels

Hoewel de lidstaten, en daarmee de decentrale overheden, bevoegd zijn om zelf te bepalen wat zij onder DAB verstaan, zijn zij ondanks deze vrije aanwijzingsbevoegdheid bij de aanwijzing van DAB aan strikte regels gebonden. Zo moet er onder andere sprake zijn van een ontoereikende markt, moet de dienst duidelijk en officieel zijn omschreven en mag er geen overcompensatie plaatsvinden.

Wanneer DAB of DEAB?

Voor decentrale overheden is het echter niet altijd even duidelijk wanneer er sprake is van een DAB of DAEB. Het ministerie van Economische Zaken heeft in zijn notitie uit 2005 daarom getracht om, door het opstellen van een algemene definitie en het geven van duidelijke voorbeelden, meer duidelijkheid te brengen in het grijze gebied van DAB en DAEB.

Ook is de Europese Commissie met een mededeling gekomen, waarin zij een visie over de noodzaak van een overkoepelend Europees kader voor DAB uiteenzet en verwijst naar de rol van het Protocol DAB bij het Verdrag van Lissabon. Deze mededeling heeft tot gevolg dat er meer rechtszekerheid is verschaft, maar dat regelgeving met betrekking tot de diensten van algemeen belang nog wel aan de lidstaten is overgelaten.

DAB

De groep diensten die worden uitgevoerd door entiteiten belast met een publieke taak, zijn DAB. Deze diensten worden niet op de markt aangeboden. Bovendien zijn de interne markt en mededingingsregels op deze diensten niet van toepassing. Voorbeelden van DAB zijn justitie, politie, rechtspraak en openbare drinkwatervoorziening. Op grond van art. 2 Dienstenrichtlijn vallen deze diensten buiten de richtlijn.

DAEB

De groep diensten waarmee een publiek belang is gemoeid, die aan ondernemingen door de overheid zijn opgedragen, zijn DAEB. Deze diensten worden op de markt aangeboden en hierop zijn (in principe) de interne markt- en mededingingsregels van toepassing. Bij DAEB valt te denken aan diensten op het gebied van post, energie, telecommunicatie, bepaalde vormen van hoger onderwijs, audiovisuele diensten, sociale woningbouw en bepaalde zorgdiensten.

Relatie tot Dienstenrichtlijn

Hoewel de Dienstenrichtlijn niets aan de vrijheid van de decentrale overheden afdoet in het benoemen van diensten van algemeen belang, is het in het kader van een goede screening belangrijk om als gemeente, provincie of waterschap vast te stellen wanneer een dienst een DAB of een DAEB is. Zo vallen DAB niet onder de Dienstenrichtlijn (art. 2), terwijl DAEB (behoudens uitzonderingen) wel door de Dienstenrichtlijn worden geraakt.

Artikel 1

Het standpunt dat de lidstaten, en daarmee de decentrale overheden, een zekere vrijheid hebben in het benoemen van diensten van algemeen belang en de organisatie ervan is ook terug te vinden in art. 1 Dienstenrichtlijn:

Lid 2: Deze richtlijn heeft geen betrekking op de liberalisering van diensten van algemeen economisch belang die voorbehouden zijn aan openbare of particuliere entiteiten, noch op de privatisering van openbare dienstverrichtende entiteiten.

Lid 3: Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de vrijheid van de lidstaten om in overeenstemming met het gemeenschapsrecht vast te stellen wat zij als diensten van algemeen belang beschouwen, hoe deze diensten moeten worden georganiseerd en gefinancierd, in overeenstemming met de regels van staatssteun, en aan welke bijzondere verplichtingen zij onderworpen zijn.

Meer informatie:

Dienstenrichtlijn
Diensten van Algemeen Belang
Handreiking DAEB en Staatssteun

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X