Vrij verkeer

Stel: een gemeente in Italië geeft 60-plussers met de Italiaanse nationaliteit korting op toegangskaartjes tot musea, maar 60-plussers van andere nationaliteiten niet. Mag dat? Of: een provincie wil het openbaar vervoer voor inwoners van de eigen provincie gratis maken. Kan zij dat doen?

Bij dit soort vragen krijgen decentrale overheden te maken met de vrij verkeersregels.

Vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten

De EU hecht grote waarde aan een goed functionerende interne markt binnen Europa. Dit met als doel om groei en welvaart in alle lidstaten te stimuleren. Hiervoor is het belangrijk dat personen, diensten, goederen en kapitaal op deze markt zonder binnengrenzen vrij kunnen circuleren.

Belemmeren verboden

Het belemmeren van het vrije verkeer en dus van deze vier vrijheden is op basis van het EU-Werkingsverdrag verboden. Daarom moeten decentrale overheden alle wet- en regelgeving aanpassen die belemmeringen opwerpt voor het vrije verkeer en daarbij al dan niet bewust onderscheid maakt tussen personen, diensten, goederen of kapitaal uit eigen land en uit andere Europese lidstaten.

Decentrale overheden handelen ‘als overheid’

Decentrale overheden kunnen met de regels van vrij verkeer te maken krijgen wanneer zij ‘als overheid’ activiteiten verrichten of juist nalaten. Hierbij moet gedacht worden aan decentrale regelgeving, in autonomie of in medebewind, de toepassing van regelgeving bijvoorbeeld door het verlenen van vergunningen, ontheffingen en activiteiten op het gebied van handhaving.

Verder kunnen de vrijverkeersregels ook van toepassing zijn op feitelijke handelingen van overheden en op de overheid die handelt als opdrachtgever op de markt (denk aan productclausules bij aanbesteding).

Van toepassing op allerlei beleidsterreinen

De vrijverkeersregels kunnen meespelen op allerlei beleidsterreinen, zelfs die terreinen die niet expliciet in de Europese verdragen worden genoemd zoals volkshuisvesting (het verbieden van Nederlandse woning – corporaties als Sint Servatius om over de grens actief te zijn), ruimtelijke ordening (het verbieden van permanente bewoning van vakantiehuisjes) enzovoort.


Jurisprudentie Vrij verkeer

EU-burgerschap jurisprudentie

HvJ EU, 8 maart 2011. Zambrano tegen RVA

Zaak C-34/09. In deze zaak heeft art. VWEU naast art. 21 een zelfstandige betekenis gekregen. Het Europese Hof verleende aan illegaal verblijvende ouders met de nationaliteit van een derde land het recht op een verblijfsvergunning en een werkvergunning, omdat hun kinderen de EU-nationaliteit hadden.

Uitzetting ouders
Uitzetting van de illegaal in België verblijvende Colombiaanse ouders had feitelijk tot gevolg dat de kinderen verplicht werden het EU-grondgebied te verlaten. Volgens het Hof werd deze kinderen het effectieve genot van de met hun status van Unieburger verbonden rechten ontzegd.

HvJ EU, 5 mei 2011. McCarthy tegen Secretary of State for the Home Department

Zaak C-434/09. Bijna twee maanden later oordeelde het Hof echter in de zaak McCarthy dat EU-burgers die nooit hun recht op vrij verkeer hebben uitgeoefend, zich niet kunnen beroepen op het EU-burgerschap om het verblijf van hun echtgenoot die uit een derde land komt, te regulariseren. Het Hof heeft in deze zaak duidelijk gemaakt dat de Zambrano-uitspraak een uitzonderlijke situatie betrof.

Zambrano uitzonderlijke uitspraak
Het uitzonderlijke karakter van de zaak Zambrano wordt ook bevestigd in de nationale rechtspraak. Uit een inventarisatie van op rechtspraak.nl gepubliceerde nationale uitspraken is af te leiden dat Nederlandse rechters niet snel een beroep op de Zambrano-uitspraak accepteren.

Nederlandse standpunten Vrij verkeer

Vrij verkeer van werknemers Nederlandse standpunten

Nederland heeft gebruik gemaakt van de maximale overgangstermijn van zeven jaar voor het vrij werknemersverkeer met Bulgarije en Roemenië. Het kabinet is van mening dat vrij werknemersverkeer met Kroatië in de eerste fase van het overgangsregime niet wenselijk is.

Tewerkstellingsvergunning aanvragen

Voor werknemers uit Kroatië blijft het dus nodig een tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Hiermee volgt het kabinet eenzelfde lijn als ten tijde van de toetreding van lidstaten in 2004 en 2007.

Nieuws Vrij verkeer

Begin onderhandelingen Brexit: burgerrechten

Op 19 juni 2017 zijn de onderhandelingen over het uittreden van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) officieel van start gegaan. De eerste fase van de onderhandelingen gaat voornamelijk over het lot van EU-burgers die in het VK wonen en andersom. Hoewel het VK gestemd heeft voor Brexit, groeit de populariteit van de EU onder EU-burgers.

Lees het volledige bericht

Brexit lunchbijeenkomst 6 juli – VNG

Op donderdag 6 juli organiseert de VNG een lunchbijeenkomst over het uittredingsproces van het Verenigd Koninkrijk (VK). Geïnteresseerden in de Brexit en gevolgen voor Nederlandse gemeenten hiervan kunnen zich kosteloos aanmelden voor het bijwonen van de bijeenkomst.

Lees het volledige bericht

Commissie presenteert wetgevingspakket voor competitieve, verbonden en schone mobiliteit

Om de mobiliteit- en vervoerssector in Europa te moderniseren, heeft de Europese Commissie een nieuw wetgevingspakket aangenomen, genaamd ‘Europa in beweging’. Met acht wetgevingsvoorstellen wil de Commissie gaan werken aan schone, concurrerende en verbonden mobiliteit binnen de EU. De vervoerssector verschaft aan meer dan elf miljoen mensen in de EU werk en is verantwoordelijk voor een vijfde van de uitstoot van broeikasgassen. De verwachting van de Commissie is dan ook dat op de lange termijn de maatregelen ook voordelen gaan opleveren buiten de vervoerssector.

Lees het volledige bericht

Commissie wederom akkoord met Duitse tolheffing

De Europese Commissie voorziet wederom geen problemen met betrekking tot de invoering van tolheffing voor buitenlandse automobilisten op de Duitse snelwegen. Hoewel de Commissie al eerder tot deze conclusie kwam, heeft zij op verzoek van het Europees Parlement de beslissing heroverwogen.

Lees het volledige bericht

Utrecht en Noord-Holland meest gevoelig voor Brexit

De economische gevolgen van de brexit verschillen per provincie. Utrecht en Noord-Holland lijken het gevoeligst, omdat het Verenigd Koninkrijk een relatief groot belang heeft in de goederenexport van deze provincies. Het Brits vertrek uit de EU biedt regio’s echter ook kansen. Dit blijkt uit een studie van het ING economisch bureau van 17 mei 2017.

Lees het volledige bericht

Commissie publiceert handhavingspakket voor EU interne markt

De Europese Commissie heeft nieuwe stappen gezet om de naleving en de praktische werking van de interne markt van de EU te verbeteren. Het gaat om een nieuw pakket van maatregelen, waaronder twee wetgevingsvoorstellen. Deze nieuwe wetgeving zou het gemakkelijker moeten maken voor burgers en bedrijven om hun papierwerk online in hun thuisland te regelen. Ook wanneer ze werken, wonen of zaken doen in een ander EU-land.

Lees het volledige bericht

Commissie doet aanbeveling voor Brexit onderhandelingen

De Europese Commissie heeft de Raad een aanbeveling toegestuurd over de opening van de artikel 50-onderhandelingen. In deze aanbeveling vallen onder andere de ontwerp-onderhandelingsrichtsnoeren te lezen. Eerder werden de politieke richtsnoeren vastgesteld door de Europese Raad, onderhavige ontwerp-onderhandelingsrichtsnoeren vormen het wettelijk mandaat.

Lees het volledige bericht

Leiders van de EU stemmen unaniem over Brexitstrategie

Op 29 april 2017 kwamen de 27 EU-staatshoofden en regeringsleiders samen in Brussel om de richtlijnen te bepalen over de onderhandelingen rondom de Brexit. Zij hebben unaniem ingestemd met een ‘ferm en eerlijk politiek mandaat’ voor de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk (VK).

Lees het volledige bericht

Nederlandse aanbevelingen voor Europese Brexit Top

De Tweede Kamer en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) hebben aanbevelingen gedaan voor de Europese Brexit Top die plaatsvindt op 29 april. De AIV stelde een rapport op met aanbevelingen vanuit het Nederlandse perspectief ten aanzien van de aangekondigde Brexit. Op 29 april debatteren de regeringsleiders van alle EU-lidstaten over de richtlijnen voor de Brexit-onderhandelingen in Brussel.

Lees het volledige bericht

Brexit: Parlement stelt sleutelvoorwaarden

Het Europees Parlement stelde woensdag 5 april 2017 sleutelvoorwaarden vast voor de onderhandelingen omtrent Brexit. In de resolutie worden de voor het Parlement belangrijkste voorwaarden voor een uittredingsovereenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk (VK) vastgelegd. Het Parlement nam deze resolutie aan met een grote meerderheid: 516 Parlementariërs stemde vóór, 113 tegen en er waren 50 onthoudingen.
Lees het volledige bericht

Praktijk Vrij verkeer

Verboden kapitaal praktijk

Voorbeeld 1. Sint Servatius

Woningbouwcorporatie Sint Servatius wilde een grensoverschrijdend bouwproject in België uitvoeren. De minister weigerde de benodigde toestemming te verlenen. Volgens hem mocht Sint Servatius alleen activiteiten verrichten die in het belang waren van de volkshuisvesting van Nederland, daar was in dit geval geen sprake van.

Inbreuk vrij verkeer van kapitaal

Volgens Sint Servatius was dit een inbreuk op het vrij verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU) en stapte naar de rechtbank in Maastricht.

Oordeel

Volgens de rechtbank is een dergelijk onvoorwaardelijk verbod voor Nederlandse woningbouwcorporaties een belemmering van het vrij verkeer van kapitaal. Het feit dat de woningbouwcorporatie ook een publieke taak verricht, staat daar niet aan in de weg.

Belgische dochteronderneming

Sint Servatius had geld geleend aan een Belgische dochteronderneming die bouwactiviteiten in België uitvoerde. Deze directe investering valt volgens de rechtbank onder kapitaalverkeer.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie.

Hof

Volgens het Hof (C-567/07) is het feit dat de corporaties toestemming moeten vragen voor grensoverschrijdende activiteiten in strijd met art. 63. Er is geen sprake van strijd met het vrij verkeer van kapitaal als de verlening van toestemming gebaseerd is op objectieve criteria die niet-discriminerend en vooraf kenbaar zijn. Daardoor kan een grens worden gesteld aan de wijze van uitoefening van de beoordelingsbevoegdheid van de nationale autoriteiten.

Omdat het hier ging om een prejudiciële vraag, kon het Hof verder niet oordelen of de Nederlandse wetgeving daadwerkelijk binnen deze interpretatie viel of niet.

Voorbeeld 2. Konle

De zaak Konle (C-302/97) speelde zich af in Tirol. Daar bestond een vergunningsstelsel dat ervoor zorgde dat onroerend goed alleen verkregen kon worden als men er permanent ging wonen.

Dit stelstel kwam aan het licht toen een Duitse ondernemer (dhr. Konle) zich wilde vestigen in een vakantiehuis in Tirol. Een vergunning daarvoor werd geweigerd. Konle ging in beroep bij de nationale rechter die om een prejudiciële procedure verzocht bij het Hof

Hof

Volgens het Hof was het stelsel in strijd met het Europees recht. Een gemeente kan met geldboeten hetzelfde bereiken als met bovengenoemd stelsel, zonder dat dit in strijd is met Europees recht.

Dwangsom

Wanneer Tirol dus niet kiest voor een vergunning vooraf, maar voor een dwangsom achteraf, voldoet de maatregel aan de eisen zoals gesteld in dit arrest en heeft de gemeente alle risico’s vermeden.

Praktijkvragen Vrij verkeer

Wat verandert er voor het afgeven van officiële verklaringen van de burgerlijke stand op basis van de nieuwe Verordening 2016/1191?

Een burger uit onze gemeente wil tijdelijk in een andere lidstaat verblijven en dient daarvoor bepaalde documenten aangaande de burgerlijke stand te overleggen in de lidstaat van bestemming (zoals documenten met betrekking tot geboorte, naam, afstamming, woon- en/of verblijfplaats, nationaliteit en bewijs dat geen sprake is van een strafrechtelijk verleden etc.). Kan deze inwoner hiervoor een beroep doen op de nieuwe Verordening 2016/1191 inzake de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie?

Bekijk het antwoord

Kan een gemeente arbeidsmigranten die (tijdelijk) gehuisvest zijn in de gemeente verplichten om arbeid in de gemeente te verrichten?

Onze gemeente wil aan de huisvestigingsvergunning van arbeidsmigranten uit de Europese Unie in de gemeente de eis koppelen dat deze arbeidsmigranten in de gemeente werkzaam moeten zijn. Mag onze gemeente dit doen of is een dergelijke verplichting in strijd met de Europese regels van vrij verkeer?

Bekijk het antwoord

Mag een gemeente een schaarse vergunning voor onbepaalde tijd verlenen?

Onze gemeente hanteert een vergunningstelsel voor standplaatsen voor het plaatsen van onder andere marktkramen en snackkarren. Deze standplaatsvergunningen worden in beperkte hoeveelheden verstrekt. Mag de gemeente dergelijke standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd verlenen, zonder hierbij in strijd te handelen met de Europese regelgeving inzake vrij verkeer?

Bekijk het antwoord

Mag een overheid de import van jachttrofeeën beperken?

De EU hecht grote waarde aan een goed functionerende interne markt in Europa. Er zijn echter mogelijkheden om het importeren van een bepaald product vanuit andere lidstaten te verbieden. Mogen overheden het importeren van bepaalde producten, zoals bijvoorbeeld een geschoten tijger als jachttrofee, beperken? Mag onze gemeente het importeren van bepaalde producten verbieden, ook al bestaan er regels omtrent het vrij verkeer? 

Bekijk het antwoord

Is een woonplaatsvereiste bij muzieklessubsidie mogelijk?

Onze gemeente wil een subsidieregeling openstellen voor ouders van kinderen die muziekles nemen. Daarbij willen als voorwaarde stellen dat de subsidieontvangers binnen onze gemeente wonen. Kunnen wij zonder meer een dergelijke  woonplaatsvereiste opnemen in deze subsidieregeling?

Bekijk het antwoord

Zijn gemeentelijke voorwaarden voor kopers onroerend goed in strijd met vrij verkeer van kapitaal?

Wij willen als gemeente de voorwaarde stellen dat kopers van onroerend goed over een ‘voldoende band’ met onze gemeente beschikken. We willen dit doen omdat we denken dat op deze manier de minst kapitaalkrachtige bevolking van onze gemeente meer kans heeft aan een woning te komen. Handelen we hiermee in strijd met het vrij verkeer van kapitaal?

Bekijk het antwoord

Geldt het vrij verkeer van werknemers ook voor werknemers uit Kroatië?

Als gemeente zijn wij vaak het eerste aanspreekpunt voor migranten die in onze gemeente komen wonen en krijgen we te maken met Europeesrechtelijke vrij verkeer vraagstukken. Nu is Kroatië op 1 juli toegetreden tot de EU. Bij de toetreding van Bulgarije en Roemenie gold een overgangsperiode voor wat betreft de regels voor vrij verkeer van werknemers. Geldt die overgangsregel ook voor Kroaten? Zo ja, hoe lang duurt deze overgangsperiode en wat houdt deze precies in?

Bekijk het antwoord

Publicaties Vrij verkeer

Voordeelregelingen

ICER Checklist, met uitgebreide toelichting voor ‘Voordeelregelingen eigen inwoners’

Wet- en regelgeving Vrij verkeer

Burgerschapsrichtlijn wet- en regelgeving

De Burgerschapsrichtlijn heeft betrekking op het recht van vrij verkeer en verblijf, inclusief het duurzaam verblijfsrecht, op het grondgebied van de lidstaten door EU-burgers en hun familieleden (art. 1 richtlijn). De richtlijn geeft uitwerking aan art. 21 VWEU. De begunstigden (art. 3 richtlijn) zijn onderdanen van de EU-lidstaten, dat wil zeggen:

– Werknemers;
– Dienstverleners en -ontvangers;
– Zelfstandigen
– Studenten;
– Gepensioneerden;
– Economisch niet-actieven;
– De familieleden van deze categorieën burgers.

Derdelanders

Derdelanders, ofwel mensen uit landen die niet tot de EU behoren, zijn in beginsel uitgesloten van de werking van de richtlijn, tenzij zij familielid zijn, zoals gedefinieerd in art. 2 lid 2 richtlijn.

Artikel 21 VWEU

Art. 21 VWEU luidt als volgt:

‘Iedere burger van de EU heeft het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld’.

Rechten EU-burgers

EU-burgers en hun familieleden hebben uit- en inreisrechten en verblijfsrechten (art. 4 en 5 richtlijn), inclusief een duurzaam verblijfsrecht onder bepaalde voorwaarden. Unieburgers met een geldig identiteitsbewijs of paspoort moeten worden toegelaten behoudens legitieme uitzonderingen. Van familieleden die derdelanders zijn mogen lidstaten een inreisvisum vragen (art. 5 lid 2 richtlijn).

Verblijfsrecht

EU-burgers hebben het recht om drie maanden op het grondgebied van een andere lidstaat te verblijven (art. 6). Een verblijfsrecht van meer dan drie maanden (art. 7 richtlijn) komt (al dan niet onder voorwaarden) toe aan:

– EU-burgers die in het gastland werknemer of zelfstandige zijn (art. 7 lid 1a richtlijn);
– EU-burgers die aan kunnen tonen dat ze over voldoende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering beschikken (art. 7 lid 1b richtlijn);
– Studenten die een opleiding volgen en over voldoende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering beschikken (art. 7 lid 1c richtlijn);
– Een familielid, al dan niet onderdaan van de EU, dat een EU-burger begeleidt of zich bij hem voegt en over voldoende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering beschikt (art. 7 lid 1d richtlijn);
– Ex-werknemers en ex-zelfstandigen hebben onder bepaalde voorwaarden ook het verblijfsrecht van drie maanden (art. 7 lid 3 richtlijn).

Uitzonderingen

De richtlijn bevat uitzonderingen die door nationale overheden ingeroepen kunnen worden om beperkingen op het inreis- en verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden te rechtvaardigen. Lidstaten kunnen de vrijheid van verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit, beperken ‘om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid’ (art. 27 lid 1 richtlijn).

Beroep op openbare orde- of openbare veiligheid-exeptie

Art. 27 lid 2 van de richtlijn bevat de voorwaarden die in de rechtspraak van het Hof van Justitie zijn ontwikkeld om een geslaagd beroep te kunnen doen op de openbare orde- of openbare veiligheid-exceptie.

Eisen uitzetting migrerende EU-burger

Er moeten aan vijf eisen voldaan worden voordat een migrerende EU-burger of zijn familielid kan worden uitgezet (art. 27 en 28 richtlijn):

– Het evenredigheidsbeginsel;
– De genomen maatregel mag uitsluitend op het persoonlijke gedrag van de betrokkene berusten, waarbij strafrechtelijke veroordelingen geen reden voor de maartegel vormen;
– Het gedrag van betrokkene moet een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormen;
– De maatregel mag niet losstaan van het individuele geval of verband houden met algemene preventieve redenen;
– Er moet rekening worden gehouden met de duur van het verblijf, de leeftijd, gezondheidstoestand, gezins- en economische situatie, sociale en culturele integratie in het gastland en de mate van binding met zijn land van oorsprong (art. 28 richtlijn).

Relatie Burgerschapsrichtlijn en Dienstenrichtlijn

De Burgerschapsrichtijn is van toepassing naast de Dienstenrichtlijn en ook buiten de Dienstenrichtlijn. De Dienstenrichtlijn heeft betrekking op regels die van toepassing zijn op de uitoefening van de diensten die zij verrichten.

Als de dienstverlener en EU-burger uit een andere lidstaat Nederland binnenkomt, moet de (decentrale) overheid de administratieve formaliteiten van de Burgerschapsrichtlijn in acht nemen die betrekking hebben op migratierechten.

EU-burgerschap wet- en regelgeving

In artikel 18, 20 en 21 VWEU worden de rechten en regels omtrent het EU-burgerschap uitgelegd.

Artikel 18 VWEU:

Binnen de werkingssfeer van de Verdragen en onverminderd de bijzondere bepalingen, daarin gesteld, is elke discriminatie op grond van nationaliteit verboden.

Het Europees Parlement en de Raad kunnen, volgens de gewone wetgevingsprocedure, regelingen treffen met het oog op het verbod van bedoelde discriminaties.

Artikel 20 VWEU:

1. Er wordt een burgerschap van de Unie ingesteld. Burger van de Unie is een ieder die de nationaliteit van een lidstaat bezit. Het burgerschap van de Unie komt naast het nationale burgerschap doch komt niet in de plaats daarvan.

2. De burgers van de Unie genieten de rechten en hebben de plichten die bij de Verdragen zijn bepaald. Zij hebben, onder andere,
A. het recht zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven;
B. het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement en bij de gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar zij verblijf houden, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat;
C. het recht op bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties van iedere andere lidstaat op het grondgebied van derde landen waar de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn, niet vertegenwoordigd is, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat;
D. het recht om verzoekschriften tot het Europees Parlement te richten, zich tot de Europese ombudsman te wenden, alsook zich in een van de talen van de Verdragen tot de instellingen en de adviesorganen van de Unie te richten en in die taal antwoord te krijgen.

Deze rechten worden uitgeoefend onder de voorwaarden en binnen de grenzen welke bij de Verdragen en de maatregelen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld.

Artikel 21 VWEU:

1. Iedere burger van de Unie heeft het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld.

2. Indien een optreden van de Unie noodzakelijk blijkt om deze doelstelling te verwezenlijken en de Verdragen niet in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet, kunnen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure bepalingen vaststellen die de uitoefening van de in lid 1 bedoelde rechten vergemakkelijken.

3. Ter verwezenlijking van dezelfde doelstellingen als in lid 1 genoemd en tenzij de Verdragen in de daartoe vereiste bevoegdheden voorzien, kan de Raad, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, maatregelen inzake sociale zekerheid en sociale bescherming vaststellen. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

Interne markt

Art. 3 lid 3 van het VEU eist dat de EU een interne markt tot stand brengt. In art. 26 lid 1 van de VWEU wordt deze taak nog iets uitgebreider omschreven: ‘De Unie stelt de maatregelen vast die ertoe bestemd zijn om de interne markt tot stand te brengen en de werking ervan te verzekeren’.

Interne markt

Art. 26 lid 2 VWEU geeft een definitie van het begrip interne markt: ‘De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd volgens de bepalingen van de Verdragen’.

Vrij verkeer van werknemers wet- en regelgeving

Art. 45 van het VWEU houdt het verbod op discriminatie in.

Artikel 45 VWEU

1. Het verkeer van werknemers binnen de Unie is vrij.

2. Dit houdt de afschaffing in van elke discriminatie op grond van de nationaliteit tussen de werknemers der lidstaten, wat betreft de werkgelegenheid, de beloning en de overige arbeidsvoorwaarden.

3. Het houdt behoudens de uit hoofde van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid gerechtvaardigde beperkingen het recht in om,
     A. in te gaan op een feitelijk aanbod tot tewerkstelling;
     B. zich te dien einde vrij te verplaatsen binnen het grondgebied der lidstaten;
     C. in een der lidstaten te verblijven teneinde daar een beroep uit te oefenen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke voor de tewerkstelling van nationale werknemers gelden;
     D. op het grondgebied van een lidstaat verblijf te houden, na er een betrekking te hebben vervuld, overeenkomstig de voorwaarden die zullen worden opgenomen in door de Commissie vast te stellen verordeningen.

4. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de betrekkingen in overheidsdienst.

Vrijheid van vestiging wet- en regelgeving

Art. 49 VWEU bevat de regels voor het verbod op de beperking van de vrijheid van vestiging.

Artikel 49 VWEU:

In het kader van de volgende bepalingen zijn beperkingen van de vrijheid van vestiging voor onderdanen van een lidstaat op het grondgebied van een andere lidstaat verboden. Dit verbod heeft eveneens betrekking op beperkingen betreffende de oprichting van agentschappen, filialen of dochterondernemingen door de onderdanen van een lidstaat die op het grondgebied van een lidstaat zijn gevestigd.

Vrijheid van vestiging

De vrijheid van vestiging omvat, behoudens de bepalingen van het hoofdstuk betreffende het kapitaal:

– De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan;
– De oprichting en het beheer van ondernemingen, en met name van vennootschappen in de zin van art. 54 alinea 2 VWEU, overeenkomstig de bepalingen welke door de wetgeving van het land van vestiging voor de eigen onderdanen zijn vastgesteld.

X