Is een woonplaatsvereiste bij muzieklessubsidie mogelijk?

maart 2015

Onze gemeente wil een subsidieregeling openstellen voor ouders van kinderen die muziekles nemen. Daarbij willen als voorwaarde stellen dat de subsidieontvangers binnen onze gemeente wonen. Kunnen wij zonder meer een dergelijke  woonplaatsvereiste opnemen in deze subsidieregeling?

Antwoord in het kort

Nee, in beginsel mag de gemeente in een dergelijke subsidieregeling geen vestigingsvereiste stellen. Uit rechtspraak blijkt namelijk dat nationale maatregelen die dergelijke woonplaatsvereisten opleggen als indirect discriminerende maatregelen dienen te worden beschouwd. En daarmee indruisen tegen de Europese regels van vrij verkeer. Personen die op het grondgebied van een andere staat of gemeente en dus ook ouders van kinderen uit een andere gemeente worden op die manier namelijk in een minder gunstige positie gesteld dan zij die wel in de desbetreffende gemeente wonen.

Er zijn echter wel uitzonderingen die mogelijk gebruikt kunnen worden om een dergelijke maatregel toch te rechtvaardigen. Een voorbeeld hiervan is te vinden in de zaak zaak Gebhard, 30 november 1995 (zaak C-55/94). Een maatregel (in dit geval het woonplaatsvereiste in de subsidieregeling) moet dan aan de volgende vier voorwaarden voldoen:

1.      Het woonplaatsvereiste moet zonder discriminatie kunnen worden toegepast;
2.      Het moet zijn rechtvaardiging vinden in dwingende redenen van algemeen belang;
3.      Het moet geschikt zijn om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen (noodzakelijk); en
4.      Het mag niet verder gaan dan nodig is voor het bereiken van dat doel (proportioneel).

Zie voor nadere uitleg van deze vier Gebhard-criteria ook bijvoorbeeld de praktijkvraag van Europa decentraal over de kortingsregeling voor eigen inwoners voor het gemeentelijke zwembad. Voor wat betreft de afweging van deze vier criteria op de subsidieregeling voor muzieklessen merken wij het volgende op:

1. Discriminatie

Voor de kwalificatie van een maatregel als (indirect) discriminerend is het niet noodzakelijk dat zij tot gevolg heeft dat alle eigen onderdanen worden begunstigd of dat enkel sommige groepen onderdanen van andere lidstaten (bijvoorbeeld alleen onderdanen die in een bepaalde gemeente woonachtig zijn) worden benadeeld. Als de gemeente derhalve alleen muzieklessubsidie verstrekt aan eigen inwoners dan benadeelt zij daarmee onderdanen van andere lidstaten.

2. Rechtvaardigingsgronden

Voor toepassing van rechtvaardigingsgronden gaat het om geschreven (VWEU) of ongeschreven gronden (de zg. ‘rule of reason’).
Ten aanzien van maatregelen die op indirecte wijze discrimineren (zoals de maatregel om muziekles-subsidie te verstrekken) is de jurisprudentie van het Europese Hof over mogelijke rechtvaardigingsgronden niet eenduidig. Soms mag wel worden getoetst aan de ongeschreven rechtvaardigingsgronden en in andere gevallen weer niet.

Als we het hebben over de geschreven rechtvaardigingsgronden genoemd in het VWEU dan gaat het over bescherming van de openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid. Het lijkt in dit geval lastig om de muziekschoolsubsidie met woonplaatsvereiste aan een van deze rechtvaardigingsgronden op te hangen.

De rule of reason ziet op ongeschreven rechtvaardigingsgronden die door het Hof in haar jurisprudentie zijn benoemd (zie bijvoorbeeld Hof van Justitie Cassis de Dijon, 20 februari 1979 C-120/78), maar het betreft dan een niet-uitputtende lijst. In principe komen alle (niet economische) dwingende redenen van algemeen belang in aanmerking voor toepassing van deze rechtvaardigingsgrond. Gedacht zou dan bijvoorbeeld kunnen worden aan bepaalde culturele beleidsdoelen, waaraan in dit geval de muziekles-subsidie gekoppeld zou kunnen worden of aan koppeling van de subsidie aan doelen op het gebied van onderwijs. Een praktische oplossing die gemeenten voor muzieklessubsidie in dit kader ook wel toepassen is om deze niet aan ouders en met toepassing van een woonplaatscriterium te verlenen maar door deze aan scholen uit de gemeente te verlenen als begunstigde. Ook dan komt de subsidie immers vaak terecht bij kinderen uit de gemeente.

3 en 4. Noodzakelijk en proportioneel

U zult tot slot voor het toetsen van deze grond dus na moeten gaan wat de achterliggende gedachte is van het beleid dat de gemeente voert. Wat is de reden om de muziekles-subsidie slechts toe te kennen aan inwoners van de gemeente? Mogelijk wilt u muzieklessen binnen de gemeente stimuleren of mogelijk maken voor bepaalde doelgroepen? Om een potentieel discriminerende maatregel Europeesrechtelijk te rechtvaardigen is een objectieve rechtvaardiging nodig. De vraag die dan gesteld moet worden is of de maatregel noodzakelijk en proportioneel is. Zijn er bijvoorbeeld minder vergaande maatregelen om hetzelfde doel te bereiken? Indien dat het geval blijkt dan valt de muziekles-subsidie met woonplaatsvereiste dus niet te rechtvaardigen. In dit geval zal de gemeente dus moeten nagaan of zij met andere maatregelen dan het woonplaatsvereiste in de subsidieregeling niet hetzelfde doel had kunnen bereiken.
Een minder vergaande maatregel zou zoals gezegd bijvoorbeeld kunnen zijn het verstrekken van subsidie voor muzieklessen aan muziekscholen of basisscholen. Op die manier wordt geen onderscheid gemaakt tussen inwoners uit de gemeente en personen die daarbuiten woonachtig zijn. De muziekles(subsidie) is dan tenslotte voor iedereen beschikbaar. In de praktijk zal de muziekles-subsidie waarschijnlijk voornamelijk ten goede komen aan (jeugdige) inwoners, omdat zij in hun woonplaats muziekles volgen of deelnemen aan het basisonderwijs.

Zuiver interne situatie

Een beroep op de Europese vrij verkeersbepalingen waar in dit geval mogelijk inbreuk op wordt gemaakt, is overigens alleen mogelijk in een zogenaamde grensoverschrijdende situatie. Een Nederlander woonachtig in Nederland, kan zich hier in dit geval dus niet op beroepen.

Zie voor meer informatie ook het vrij verkeersdossier op de website van Europa decentraal.

Meer informatie:

Hof van Justitie, 16 januari 2003, C-388/01 (Commissie/Italië)
ICER checklist ‘voordeelregeling eigen inwoners’, Interdepartementale Commissie Europees recht (ICER)
Vrij verkeer, Europa decentraal
Uitzonderingen op verboden vrij verkeer van diensten, Europa decentraal
Meer praktijkvoorbeelden over de uitleg van het woonplaatsvereiste/vrij verkeer (koop onroerend goed, snelvaartontheffing, zuiver interne situatie/taxivergunning, kortingsregeling zwembad en bejaarden en musea)

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X