Introductie
Op 12 september 2025 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) in zaak C-359/24, Commissie tegen Griekenland, geoordeeld over de herziening en aanpassing van Griekse stroomgebiedsbeheersplannen en overstromingsrisicobeheerplannen. De Commissie had beroep ingesteld omdat Griekenland deze plannen niet binnen vastgestelde termijnen had herzien en bijgewerkt. Griekenland stelde dat het te laat indienen van de geactualiseerde stroomgebiedsbeheersplannen en overstromingsrisicobeheerplannen het gevolg was van natuurrampen, en bepaalde nationale maatregelen. Het Hof benadrukte echter dat een lidstaat zich niet kan beroepen op natuurrampen, eigen nationale regels, praktijken of procedures om te rechtvaardigen dat hij zijn verplichtingen uit het Europees recht niet nakomt.
Zaak
C-359/24, Europese Commissie tegen Helleense Republiek, ECLI:EU:C:2025:403
Beleidsdossier en thematiek
Klimaat en Milieu, Europees Waterbeleid, Waterbeheer, Kaderrichtlijn Water en Richtlijn Overstromingsrisico’s.
Feiten
Wetgeving
De Kaderrichtlijn Water (KRW) (2000/60) focust op de verbetering van de kwaliteit van watersystemen. Deze richtlijn bevat maatregelen op het gebied van waterbeleid, waaronder de verplichting voor lidstaten om nationale stroomgebiedsbeheersplannen binnen vijftien jaar na de datum van inwerkingtreding, voor het eerst te herzien en bij te stellen (artikel 13 (7) van de KRW). Deze plannen en aanpassingen moeten binnen drie maanden na publicatie aan de Commissie en de betrokken lidstaten worden toegezonden (artikel 15(1) KRW).
De Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) (2007/60/EG) richt zich op de beoordeling en het beheer van overstromingsrisico’s. Kort samengevat, liggen drie bepalingen aan dit arrest ten grondslag. Lidstaten zijn verplicht kaarten op te stellen per beheerseenheid en een gecoördineerd overstromingsrisicobeheerplan te maken (artikel 7(1) ROR), die vanaf 22 december 2021 elke zes jaar moeten worden herzien en bijgesteld (artikel 14(3) ROR). De voorlopige overstromingsrisicobeoordelingen, kaarten en plannen moeten uiterlijk binnen drie maanden na publicatie aan de Commissie worden meegedeeld (artikel 15(1) ROR).
Achtergrond
Op 15 februari 2023 heeft de Commissie aan Griekenland een brief van ingebrekestelling verstuurd, omdat Griekenland zijn verplichtingen voortvloeiend uit artikel 13(7) en 15(1) van de KRW niet was nagekomen. Volgens de Commissie heeft Griekenland ook de ROR overtreden, omdat de overstromingsrisicobeheerplannen vanaf 2021/2022 niet waren herzien en aangepast, en bovendien niet met de Commissie zijn gedeeld.
Naar aanleiding van de brief van ingebrekestelling heeft Griekenland op 11 mei 2023 meegedeeld dat het eind 2023 de stroomgebiedsbeheerplannen voor de 14 stroomgebiedsdistricten zou herzien en vaststellen, en in augustus 2024 de overstromingsrisicobeheerplannen zou actualiseren en doorsturen.
Ondanks deze mededeling stelde de Commissie vast dat Griekenland de uiterste termijn van 2021 en 2022 had overschreden. Daarom heeft de Commissie op 16 november 2023 een met redenen omkleed advies naar Griekenland gestuurd.
Op 3 januari 2024, als antwoord op het met redenen omkleed advies, heeft Griekenland met betrekking tot de stroomgebiedsbeheersplannen (KRW) aangevoerd dat, hoewel de herziening en vaststelling van de plannen zich in de eindfase bevonden, het niet in staat was een inschatting te geven van de tijd die nog nodig was om het proces af te ronden. In het kader van de niet-nakomen van de verplichtingen uit de ROR, verklaarde Griekenland dat de overstromingsrisicobeheerplannen nog in voorbereiding waren en in augustus 2024 zouden worden voltooid en toegezonden.
Aangezien de situatie van niet-nakoming bleef voortbestaan, heeft de Commissie besloten om een zaak bij het Hof in te dienen, met de volgende klachten:
- Het niet-nakomen van de KRW
- Het niet-nakomen van de ROR
Beoordeling door het Hof
KWR
Argumenten van partijen
Griekenland betoogde dat de plannen in 2024 alsnog waren afgerond, in maart en april 2024 waren goedgekeurd door de regering en in juni 2024 waren gepubliceerd in het Staatsblad. Om deze reden vroeg Griekenland de Commissie om de klacht in te trekken.
De Commissie erkende dat Griekenland intussen aan haar verplichtingen had voldaan, maar benadrukte dat dit pas na de termijn van het met redenen omkleed advies was gebeurd, en daarom niet relevant was voor de beoordeling. De Commissie stelde dat Griekenland aan de verplichting was om binnen de vastgestelde termijn aan zijn verplichtingen te voldoen, niet was nagekomen.
Beoordeling door het Hof
Het Hof oordeelde dat uitsluitend moet worden beoordeeld of een lidstaat zijn verplichtingen is nagekomen op het moment dat de termijn in het met redenen omkleed advies afloopt. Het Hof stelde vast dat Griekenland op 16 januari 2024, de uiterste datum, de plannen nog niet had vastgesteld en had medegedeeld. Daarom besloot het Hof dat het beroep van de Commissie, ten aanzien van het niet-nakomen van de verplichtingen uit het KWR, gegrond was.
ROR
Argumenten van partijen
De Commissie hanteerde vergelijkbare argumenten in de zaak rond de overtreding van de ROR. Zij stelt echter dat Griekenland verplicht was de overstromingsrisicobeheerplannen te herzien en vast te stellen, en deze uiterlijk op 22 maart 2022 aan de Commissie ter beschikking te stellen.
Van haar kant verzocht Griekenland om verwerping van het beroep, omdat het de Commissie op de hoogte had gesteld van het proces van herziening en actualisatie. Daarnaast voerde Griekenland aan dat het te maken had met natuurrampen en dat het proces ook werd vertraagd door nationale maatregelen, zoals openbare raadplegingen, de bijwerking van gegevens, en vaststellingsprocedures waarbij verschillende nationale instanties betrokken zijn.
Beoordeling door het Hof
Het Hof herhaalde zijn vaste rechtspraak dat alleen de situatie op het moment van het verstrijken van de termijn in het met redenen omkleed advies relevant is. Daarom worden latere ontwikkelingen niet meegewogen in de beoordeling door het Hof.
Ten aanzien van het argument dat Griekenland te kampen had met natuurrampen, zoals de branden in 2023 en de overstromingen in 2020 en 2023, oordeelde het Hof dat dit argument niet standhield. Voor de rampen van 2023 gold dat Griekenland toen al in gebreke was, aangezien de deadlines van 2021 en 2022 al verstreken waren. Met betrekking tot de overstromingen van 2022 erkende het Hof dat deze vóór de deadlines plaatsvonden, maar merkte het tevens op dat de niet-nakoming voortduurde tot het moment van het arrest, ruim vier jaar later.
Ten aanzien van het argument dat nationale maatregelen tot vertraging hadden geleid wijst het Hof de argumenten van de hand. Volgens vaste rechtspraak kan een lidstaat zich niet beroepen op nationale regels, praktijken of bestuurlijke complexiteit om een schending van EU-recht te rechtvaardigen. Lidstaten zijn verplicht alle nodige maatregelen te nemen om de doelen van richtlijn te bereiken, wat ook blijkt uit artikel 258 en 288 VWEU.
Het Hof benadrukt dat volgens artikel 258 VWEU het niet van belang is of de niet/nakoming van een richtlijn voortvloeit uit politieke keuzes, nalatigheid of technische moeilijkheden.
Decentrale relevantie
Het is van belang dat de decentrale overheden alert zijn op het herzien en aanpassen van hun stroomgebiedsbeheersplannen en overstromingsrisicobeheerplannen volgens de KWR en ROR binnen de vastgestelde tijdlijn. Uitzonderingen zoals natuurrampen en/of nationale procedures worden niet altijd in overweging genomen als reden voor uitstel bij het nakomen van Europese verplichtingen.
Bron of Aanvullende informatie
Waterbeheer, Kenniscentrum Europa Decentraal
Richtlijn 2000/60/EG, Europees Parlement en de Raad
Richtlijn 2007/60/EC, Europees Parlement en de Raad