Schatkistbankieren houdt in dat de tegoeden van decentrale overheden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Het doel is het verlagen van de schuld van de Economisch Monetaire Unie (EMU). Decentrale overheden zijn in 2013 gaan schatkistbankieren, toen het Begrotingsakkoord 2014 werd afgesproken.
Regels schatkistbankieren
Op grond van de wet verplicht schatkistbankieren zijn alle decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in de vorm van een openbaar lichaam) verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Op grond van de ministeriële regeling schatkistbankieren decentrale overheden is er daarnaast de rekening-courantovereenkomst die iedere decentrale overheid heeft met de Staat der Nederlanden. De regeling bevat ook de verplichting voor decentrale overheden om een nieuwe bankrekening te openen bij een of meerdere banken, zodat die bankrekening gekoppeld kan worden aan de schatkist.
Het gaat om een ‘verplichte deelname aan schatkistbankieren zonder leenfaciliteit’. Decentrale overheden zijn niet vrij om hun middelen buiten de centrale overheid uit te zetten. Wel behouden ze de vrijheid om van andere partijen dan de centrale overheid te lenen. Door het verplichte schatkistbankieren hoeft de Nederlandse staat minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld en de EMU-schuld. Een neveneffect is dat de risico’s die decentrale overheden lopen met hun tegoeden worden geminimaliseerd.