Europees recht en beleid

Laatste update: 25 juli 2024

Contact:


Op 16 maart 2013 is de gewijzigde richtlijn betalingsachterstand bij handelstransacties (2011/7) in nationale wetgeving geïmplementeerd. (Decentrale) overheden hebben een voorbeeldfunctie bij betalingsverplichtingen. Daarom heeft Nederland zich bij de totstandkoming van de richtlijn sterk gemaakt voor strenge maatregelen ter bestrijding van betalingsachterstanden door overheden.

Belangrijkste bepalingen richtlijn

Een schuldeiser kan bij te late betaling aanspraak maken op een standaardbedrag van € 40,-. Een aanmaning of ingebrekestelling is niet vereist. Ook hoeft niet aangetoond te worden dat hij deze kosten daadwerkelijk gemaakt heeft. De maximale betaaltermijn voor overheidsinstanties bedraagt dertig dagen, net als de maximale verificatieperiode. Deze periode betreft de termijn waarbinnen de schuldenaar de ontvangen prestatie kan aanvaarden, dan wel beoordelen of deze aan de overeenkomst beantwoordt. Wil een (decentrale) overheid bij een aanbesteding een langere termijn voor verificatie of aanvaarding hanteren, dan moet dit in de overeenkomst en de aanbestedingsdocumenten zijn opgenomen. Een langere termijn dan dertig dagen is denkbaar bij bijzonder complexe contracten of wanneer een langere periode dan dertig dagen vereist is om te kunnen bepalen of een specifieke prestatie aan de overeenkomst beantwoordt.

Ten opzichte van de vorige richtlijn verhoogt nieuwe richtlijn betalingsachterstand de wettelijke handelsrente met 1%. Overheidsinstanties kunnen, in tegenstelling tot ondernemingen, contractueel niet naar beneden afwijken van de wettelijke handelsrente. Zij kunnen enkel een hogere handelsrente overeenkomen. In geval van te late betaling kunnen schuldeisers van overheidsinstanties dan ook ten minste aanspraak maken op vergoeding van de wettelijke handelsrente.

Implementatie Nederland

In Nederland zijn de bepalingen die implementatie behoefden opgenomen in afdeling 10 en 11 van titel 1 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. De richtlijn gaat uit van minimumharmonisatie, zodat lidstaten in hun nationale recht bepalingen mogen opnemen die gunstiger zijn voor de positie van schuldeiser. Er is gekozen voor een strikte implementatie van de richtlijnbepalingen. De richtlijn is van toepassing op alle types betaling die worden gedaan ter vergoeding van handelstransacties tussen overheidsdiensten en ondernemingen of tussen ondernemingen onderling.