Het ter beschikking stellen van natuurterreinen aan natuurorganisaties en staatssteunregels

Introductie

De vraag in hoeverre natuurbeheer onder de staatssteunregels valt, blijft tot op heden een punt van discussie. De vraag is of natuur- en landschapbeheerorganisaties wel als onderneming kwalificeren, omdat zij mogelijk geen economische activiteiten verrichten. Een recente uitspraak van het Gerecht bevestigt dat bij steunverlening aan organisaties die zich inspannen voor het behoud van natuur en landschappen rekening moet worden gehouden met de staatssteunregels

Zaak

Arrest Hof van Justitie, (Gerecht) , 15 oktober 2018, Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters tegen de Europese Commissie ondersteund door Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Zaak T-79/16

Beleidsdossier en thematiek

Staatssteun, natuurbeheer en Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB)

Samenvatting en feiten

In december 2008 werd er een staatssteunklacht ingediend bij de Europese Commissie door een aantal partijen die later zijn opgevolgd door de Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters (VGG).  Het betrof een vermeende bevoordeling voor terreinbeherende organisaties (TBO’s) bij de verwerving en het beheer van natuurgronden. Dit gebeurt onder meer door aan deze organisaties subsidies te verstrekken voor de aankoop van grond en door aan hen grond te leveren om niet of onder de marktwaarde.

Op 2 september 2015 nam de Europese Commissie een beslissing (besluit C-2015 5929) op de klacht van de VGG. De Europese Commissie stelde vast dat de TBO’s weliswaar staatssteun hebben ontvangen, maar deze steun werd goedgekeurd omdat deze werd verleend voor Diensten van Algemeen Economisch Belang.

Rechtsvraag

Verzoekers willen dat dit besluit van de Europese Commissie nietig wordt verklaard en dat hun beroep hierop ontvankelijk wordt verklaard. Ze voeren hiervoor vier middelen aan (terug te vinden in punt 35) waaronder onjuiste rechtsopvatting van DAEB regelgeving.  Daartegenover verzoekt de Europese Commissie dat het beroep niet ontvankelijk wordt verklaard en dat het beroep ongegrond wordt verklaard.

Het Gerecht van de Europese Unie gaat hier verder op in en gaat voorts ook na in hoeverre de Commissie de DAEB regelgeving juist heeft geïnterpreteerd.

Uitspraak

Het Gerecht toetst aan de vier middelen die zijn opgevoerd door de verzoekers. Interessant is hoe het Gerecht aankijkt tegen het besluit van de Europese Commissie dit onder DAEB regelgeving toe te staan.

Aldus het Gerecht kon de Commissie destijds niet concluderen dat de economische activiteiten van de TBO’s alleen een algemeen belang dienen. Immers kunnen deze activiteiten mogelijk ook door andere commerciële partijen worden uitgevoerd. Een bekend voorbeeld wat vaak terugkomt is de verkoop van hout en het ontvangen van inkomsten uit toerisme/horeca activiteiten.

Het Gerecht heeft tevens gekeken naar andere vergelijkbare steunregelingen waar de Europese Commissie zich over heeft uitgesproken en die hebben geresulteerd in een zaak. Zo is er bij een Duitse steunregeling (Duitsland/Commissie T-347/09) gekeken naar de verbondenheid van deze activiteiten met de publieke taak. Echter hier is sprake van een andersoortig compensatiemechanisme.

Het Gerecht stelt derhalve vast dat het besluit van de Commissie niet inging op de vraag hoe overcompensatie zou moeten worden voorkomen en een onderzoek achteraf. Dit alles resulteert erin dat de Europese Commissie een formeel onderzoek moet starten naar de staatssteun aan de natuurorganisaties, omdat er twijfels zijn of deze staatssteun wel goedgekeurd kan worden

Conclusie

De uitspraak van het Gerecht heeft tot gevolg dat ten aanzien van sommige activiteiten NBO’s dus als ondernemingen kunnen worden aangemerkt. Dit betekent dat het Europees staatssteunverbod ook van toepassing kan zijn op steun verleend door decentrale overheden aan zulke organisaties.

Door:

Paul Zondag, Europa decentraal

X