Het European Urban Initiative (EUI) heeft een nieuw beleidsrapport gepubliceerd over actieve en geïntegreerde mobiliteit. Het rapport bundelt lessen uit Europese stedelijke projecten die via het EUI-programma zijn gefinancierd, waarvoor decentrale overheden zelf ondersteuning kunnen aanvragen voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Het rapport biedt handvatten om actieve mobiliteit te ontwikkelen binnen een breder mobiliteitssysteem. Daarbij is er aandacht voor openbaar vervoer, openbare ruimte, inclusie en veiligheid. Met een stapsgewijze aanpak en concrete organisatorische aanbevelingen richt het rapport zich op decentrale overheden en stedelijke mobiliteitsprofessionals.
Actieve Mobiliteit
Actieve mobiliteit verwijst naar mensgedreven verplaatsing, zoals wandelen en fietsen (en soms rolstoelgebruik), zowel zelfstandig als in combinatie met openbaar vervoer. Deze vorm van mobiliteit draagt bij aan schonere lucht, meer beweging en toegankelijkere steden, en is relatief betaalbaar, wat de sociale inclusie vergroot. Een goed functionerend netwerk vraagt om veilige en goed verbonden infrastructuur, zoals toegankelijke stoepen, veilige oversteekplaatsen, doorlopende fietsroutes en goede koppelingen met het openbaar vervoer. Ontbreekt dit, dan ontstaan barrières en blijft de auto dominant. Het versterken van actieve mobiliteit vraagt daarom om een andere verdeling van ruimte, waarbij ook gedrag verandert doordat de omgeving lopen, fietsen en OV stimuleert.
Hoe Groningen de verkeerslogica herschrijft
Het rapport behandelt tien casestudies die laten zien hoe verschillend Europese steden omgaan met actieve mobiliteit. Eén daarvan is Groningen. Groningen bewijst dat je met Europese steun de stad anders kunt inrichten. In plaats van te investeren in traditioneel asfalt, benutte Groningen deze Europese samenwerking om een baanbrekend multimodaal netwerkkader te ontwikkelen. Ofwel: een plan voor hoe verschillende vervoersmiddelen binnen een stad goed met elkaar samenwerken. Daarnaast ontwikkelde de stad een nieuw verkeerslichtenbeleidsplan.
En de impact is direct merkbaar op straat: de verkeershiërarchie is verschoven. Voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer krijgen prioriteit. Fietsers hebben bijvoorbeeld kortere wachttijden bij verkeerslichten, waardoor het autoverkeer soms moet wachten. Om dit soepel te laten verlopen gebruikt de stad een innovatief voorspellend verkeersmodel dat met real-time data opstoppingen voorkomt voordat ze ontstaan.
En de impact is direct merkbaar op straat: de verkeershiërarchie is verschoven. Voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer krijgen prioriteit.
Groningen laat hiermee zien dat verandering niet alleen in fysieke ingrepen zit, maar vooral in de regels en logica die het gebruik van de stad sturen. Die aanpak deelt de stad ook met andere steden, onder meer via een intensieve city-to-city kennisuitwisseling met het Finse Turku. Daar wordt onderzocht hoe de multimodale verkeersaanpak uit Groningen kan worden vertaald naar het eigen mobiliteitsbeleid.
Aanbevelingen voor decentraal bestuur
De aanbevelingen in het EUI-rapport zijn vooral gericht op bestuurders en beleidsmakers van decentrale overheden. Een groot deel van de aanbevelingen sluit in bredere zin aan bij bestaande ambities van de Nederlandse mobiliteitsvisie. Tegelijkertijd blijkt uit diezelfde visie dat zelfs in een land als Nederland, dat samen met Denemarken tot de Europese top van fietslanden behoort, nog ruimte is voor verbetering.
Succesvolle implementatie draait daarbij niet om losse projecten, maar om langdurige bestuurlijke inzet, en het vermogen om binnen organisaties te blijven leren. Belangrijk daarbij is het vroeg ontwikkelen van een gedeelde probleemdefinitie en een duidelijke taakverdeling tussen afdelingen. Ook is structurele samenwerking belangrijk, zodat beleid niet versnipperd raakt. Daarom vraagt het rapport om een aanpak die in de basis logisch klinkt: beter samenwerken en communiceren, investeren in uitvoering naast plannen, en beleid baseren op zowel data als praktijkervaring.
Daarbovenop benoemt het concrete aanbevelingen voor bestuurders van decentrale overheden:
Maak pilots beleid
Veranker pilots in mobiliteits- en ruimtelijke plannen (zoals SUMPs) en koppel ze aan een concreet fiets- en wandelnetwerk. Gebruik ze als leerinstrument om maatregelen te testen en gericht op te schalen, in plaats van als losse experimenten. Ook Groningen maakte gebruik van stapsgewijze pilots binnen haar multimodale netwerk, en vertaalde inzichten hiervan, afgestemd op bestaande mobiliteitsdoelen, door naar beleid.
Laat (burger)participatie doorwerken
Zorg dat participatie niet alleen input oplevert, maar ook zichtbaar invloed heeft op keuzes. Dit versterkt het draagvlak voor maatregelen. In Maastricht gebeurt dit bijvoorbeeld via de Burgerbegroting, waar inwoners meebeslissen over investeringen in hun leefomgeving, waaronder ook mobiliteitsprojecten rond lopen en fietsen.
Schaal gefaseerd op
Breid maatregelen stap voor stap uit en gebruik feedback om ontwerpen te verbeteren, met oog voor het netwerk als geheel. Werk met herbruikbare en transparante standaarden en werkwijzen. Utrecht laat dit bijvoorbeeld zien via een geleidelijke uitbouw van hun fietsnetwerk binnen één samenhangende strategie.
Bronnen
How European cities are turning active mobility ideas into real-world solutions? European Urban Initiative
EUI City-to-City exchange between Groningen and Turku, EUI Policy Lab, Portico
From pilot to practice: lessons from European cities on increasing and scaling up active mobility, EUI Policy Lab, Portico
Meer informatie
Actieve mobiliteit: onmisbaar in onze infrastructuur, actieve mobiliteit
Groningen implementeert multimodaal én voorspellend verkeersmodel, NM-magazine
Managing a Multimodal Groningen, POLIS network
Mobiliteitsvisie 2050, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Mobiliteitsvisie – Groningen Goed op Weg, Gemeente Groningen
Stap voor stap bouwen aan gezonde en leefbare steden door actieve mobiliteit, Binnenlands Bestuur
Utrecht, Copenhagenize Index