Nieuws

Publicatie: 29 juni 2026

Door:


Met temperaturen boven de 25°C is in Nederland de zomer weer begonnen. Dat betekent dat veel mensen in Nederland verkoeling zoeken in de zee, het meer, de rivier of andere zwemlichamen. Niet alleen ter bescherming van het milieu maar ook ter bescherming van de gezondheid van de mens is het belangrijk dat de hygiëne en veiligheid van zwemlocaties worden gewaarborgd en gecontroleerd.

Op 16 juni 2026 heeft de Europese Commissie in samenwerking met het Europees Milieuagentschap (EMA) het jaarlijkse zwemwaterverslag gepubliceerd. Dit verslag is gebaseerd op de gegevens van 22.200 zwemlocaties in heel Europa, waarvan 757 in Nederland, tussen 2022 en 2025. Dit nieuwsbericht legt eerst de Europese regels met betrekking tot zwemwater uit. Daarna worden de belangrijkste resultaten van het verslag die relevant zijn voor decentrale overheden samengevat.

De Zwemwaterrichtlijn

De regels voor zwemwater zijn hoofdzakelijk vastgelegd in de Zwemwaterrichtlijn (Richtlijn 2006/7/EG, afgekort ‘ZWR’). De ZWR is onderdeel van het uitgebreide Europees kader van waterbeleid bestaande uit onder andere de Kaderrichtlijn Water (Richtlijn 2000/60/EG) en de Richtlijn Stedelijk Afvalwater (Richtlijn 91/271/EEG).

De ZWR heeft als doel om de milieukwaliteit te behouden, te beschermen en te verbeteren en de gezondheid van de mens te beschermen. Daartoe legt de ZWR regels vast voor de controle van, het beheer van en de informatieverstrekking aan het publiek over de zwemkwaliteit. De regels van de ZWR gelden voor “zwemwater” waarmee elk oppervlaktewater, dus zowel kustwateren als binnenwateren, wordt bedoeld waar naar verwachting veel mensen zullen zwemmen en waar zwemmen niet permanent verboden is of waarvoor geen permanent negatief zwemadvies bestaat.

De lidstaten moeten elk jaar alle zwemwateren aanwijzen en de duur bepalen van het badseizoen. Na afloop van elk badseizoen moeten zij een zwemwaterkwaliteitsbeoordeling uitvoeren. Op basis van deze beoordeling worden de zwemwateren ingedeeld op kwaliteitsstatus (‘slecht’, ‘aanvaardbaar’, ‘goed’, uitstekend’).

Meer informatie over de Zwemwaterrichtlijn vindt u op onze pagina Zwemwater.

Resultaten zwemwaterverslag

Merendeel van de zwemlocaties is van uitstekende kwaliteit

Uit het rapport blijkt dat het grote merendeel (85 procent) van de zwemwateren in Europa in 2025 van uitstekende kwaliteit was. Daarnaast voldeed 96 procent van de Europese zwemwateren aan de minimumeisen gesteld onder de ZWR. Slechts 1,5 procent van de zwemwateren werd in 2025 als slecht bestempeld.

Over de hele EU was de zwemkwaliteit van kustwateren, zoals zeeën, beter dan die van binnenwateren, zoals meren, plassen en rivieren. Deze conclusie is gebaseerd op de gegevens van 14.861 gemonitorde kustwateren in 22 lidstaten en Albanië en 7.428 binnenwateren in 25 lidstaten, Albanië en Zwitserland. Terwijl kustwateren voor 87,4 procent van uitstekende zwemwaterkwaliteit waren, was 78,3 procent van de binnenwateren van uitstekende kwaliteit. In Nederland is er een vergelijkbaar verschil tussen de percentages van uitstekende zwemwaterkwaliteit van kustwateren (75 procent) en binnenwateren (70,4 procent). Dit verschil op Europees en nationaal niveau is te verklaren doordat veel binnenwateren bestaan uit kleine meren, vijvers en rivieren met een lage waterstand die kwetsbaarder zijn voor kortstondige vervuiling door zware regenval of droogte.

Over de hele EU was de zwemkwaliteit van kustwateren, zoals zeeën, beter dan die van binnenwateren, zoals meren, plassen en rivieren.

Het EMA heeft samen met de Commissie een interactieve kaart ontwikkeld waarop alle zwemlocaties en de desbetreffende kwaliteitsniveaus in de hele EU te raadplegen zijn.

Gestage vooruitgang van de zwemwaterkwaliteit

Het rapport laat zien dat de kwaliteit van het Europese zwemwater stabiel is gebleven. De geleidelijke verbetering van de waterkwaliteit is vooral te danken aan Europese regels, zoals de Zwemwaterrichtlijn (ZWR), de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Deze regels hebben gezorgd voor betere controle van de waterkwaliteit, beter waterbeheer, investeringen in afvalwaterzuivering en een betere aanpak van schadelijke blauwalgen. Vervolgens hebben deze geresulteerd aan de drastische vermindering van organische verontreinigende stoffen en ziekteverwekkers die werden geloosd in onbehandeld of gedeeltelijk behandeld stedelijk afvalwater. Deze vermindering heeft er op haar beurt weer voor gezorgd dat mensen nu ook veilig kunnen zwemmen in voorheen ernstig vervuilde stedelijke wateren en rivieren.

De kwaliteit van het Europese zwemwater is stabiel gebleven.

Verschillen tussen de zwemwaterkwaliteit in Nederland en andere lidstaten

De lidstaten met het hoogste aandeel van zwemwateren van uitstekende kwaliteit waren Oostenrijk, Bulgarije, Cyprus en Griekenland (meer dan 95 procent). Daartegenover scoort Nederland met 70,9 procent beduidend lager en onder het Europese gemiddelde van 85 procent. Bovendien voldoet 96 procent van de Europese zwemwateren aan de minimumkwaliteitseisen gesteld onder de ZWR. Ook hier scoort Nederland lager met 94,3 procent.

Nederland scoort beduidend lager en onder het Europese gemiddelde.

Het verslag verwijst zelfs naar Nederland als een van de drie lidstaten waar meer dan 3 procent van de zwemwateren van slechte kwaliteit is in strijd met de ZWR. In Nederland waren 31 zwemwateren (4,1 procent) van slechte kwaliteit, waaronder de speelvijver Voorveldse Polder (provincie Utrecht), het Reitdiep bij Garnwerd (provincie Groningen) en de Binnenschelde (provincie Noord-Brabant). De ZWR staat toe dat zwemwateren van slechte kwaliteit alsnog voldoen aan de gestelde normen en dus niet hun status als zwemwater verliezen, mits er vanaf het voldoende seizoen adequate beheersmaatregelen worden getroffen, zoals:

  • een zwemverbod;
  • een negatief zwemadvies;
  • het vaststellen van oorzaken en redenen voor de slechte zwemwaterkwaliteit; en
  • adequate maatregelen die vervuiling voorkomen, verminderen of verwijderen.

Lidstaten moeten het publiek ook waarschuwen door middel van duidelijke en eenvoudige waarschuwingsborden en informatie verstrekken over de oorzaken van vervuiling en de genomen maatregelen naar aanleiding van de zwemwaterprofielen

Rivierzwemwater biedt ruimte voor verbetering

Tot slot besteedt het verslag speciale aandacht aan het verbeteren van de zwemwaterkwaliteit in rivieren. Het relatief lage aandeel uitstekend rivierzwemwater in de EU (47 procent van de circa 1200 aangewezen rivierzwemlocaties) laat zien dat het een bijzondere uitdaging is voor de lidstaten om de zwemwaterkwaliteit in rivieren naar het hoogste niveau te brengen. In vergelijking met kustwateren en meren vertonen rivieren vaak een grotere hydrologische variabiliteit in waterkwaliteit op de korte termijn door bijvoorbeeld:

  • snel veranderende weers- en hydrologische omstandigheden;
  • kortstondige vervuiling na hevige regenval door riooloverstromingen en regenwaterafvoer;
  • storting van afvalwater stroomopwaarts;
  • stedelijke en landbouwgerelateerde vervuiling; en
  • klimaatgerelateerde droogte en overstromingen.

Het is een bijzondere uitdaging voor de lidstaten om de zwemwaterkwaliteit in rivieren naar het hoogste niveau te brengen.

Het verslag noemt een aantal manieren waarop de lidstaten de zwemwaterkwaliteit in rivieren kunnen verbeteren. Lidstaten kunnen hun zwemwaterbeheer over administratieve en nationale grenzen heen onderling coördineren, zodat maatregelen, zoals infrastructurele verbeteringen, stroomopwaarts de zwemwaterkwaliteit stroomafwaarts verbeteren. Daarnaast kunnen lidstaten informatie en beheer op stroomgebiedniveau delen om grensoverschrijdende vervuilingsincidenten langs de riviercorridor te beperken.

Decentrale relevantie

In Nederland is de ZWR geïmplementeerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Decentrale overheden zijn nauw betrokken bij de uitvoering van het Europees beleid en de regelgeving op het gebied van zwemwater. De provincies wijzen elk voorjaar wateren aan die geschikt zijn om in te zwemmen. Zij stellen ook vast hoelang het badseizoen duurt en nemen maatregelen voor behoud of verbetering van de waterkwaliteit en veiligheid.

Van ongeveer twee derde van de zwemlocaties is een waterschap de waterbeheerder. Deze moet een zwemwaterprofiel opstellen en bijhouden. Dit profiel brengt de gezondheidsrisico’s voor zwemmers in kaart. Ook is het waterschap verantwoordelijk voor controle van de kwaliteit van het water. Het moet maatregelen nemen voor het behoud of de verbetering van de zwemwaterkwaliteit en reageren op onverwachte situaties die de kwaliteit van het zwemwater kunnen schaden. Op basis van monitoring door het waterschap kan de provincie een negatief zwemadvies of een zwemverbod afkondigen. 

Hoewel het verslag van het EMA en de Commissie overwegend positief is over de huidige status van de zwemwaterkwaliteit in de EU en Nederland, benadrukt het verslag ook dat er in Nederland nog aanzienlijke winst te boeken is. Daarbij spelen provincies en waterschappen een belangrijke rol in het verbeteren van de zwemwaterkwaliteit in Nederlandse binnenwateren en rivieren.

Bronnen