De Europese Commissie heeft nieuwe richtsnoeren voor Duurzame Stedelijke Mobiliteitsplannen (SUMP) uitgebracht die steden helpen bij het vormgeven van duurzame en toekomstbestendige mobiliteit. Ze bieden praktische stappen voor strategie, uitvoering en monitoring, zodat decentrale overheden zich tijdig kunnen voorbereiden op de verplichtingen vanaf 2027.
Wat staat er in de richtsnoeren?
De richtsnoeren zijn opgesplitst in verschillende delen die gezamenlijk een volledig beeld geven van SUMP’s en het opstellen van dit plan. Het schetst acht principes waarop de SUMP is gebaseerd. Een SUMP moet duidelijke doelstellingen hebben die gericht zijn op het verbeteren van toegankelijkheid van steden en gebaseerd zijn op een langetermijn strategie. Hiermee wordt de continuïteit van verbeteringen in stedelijke mobiliteit gewaarborgd en kunnen middelen op een strategische wijze worden ingezet.
De richtsnoeren benadrukken bovendien dat een SUMP een integrale benadering vereist, waarbij mobiliteit wordt verbonden met andere beleidsdoelen, zoals ruimtelijke ordening, klimaatbeleid, luchtkwaliteit, verkeersveiligheid en sociale inclusie. Ook wordt het belang van samenwerking tussen gemeenten, regio’s en andere betrokken partijen benadrukt, aangezien mobiliteitsstromen bij uitstek grensoverstijgend zijn.
In het tweede gedeelte wordt in vier fasen uiteengezet hoe decentrale overheden een SUMP kunnen ontwikkelen en implementeren. Daarbij worden concrete doelstellingen en taaklijsten aangereikt om de verschillende fasen te kunnen doorlopen. De vier fasen:
- Voorbereiding en analyse: deze legt de basis voor het planningsproces voor het opstellen van een SUMP, onder meer door het opzetten van een werkstructuur en het analyseren van de huidige mobiliteitssituatie in de stad.
- Strategieontwikkeling: in deze fase wordt de koers van de SUMP samen met burgers en andere betrokken partijenbepaald. Zo kunnen steden een visie ontwikkelen op de toekomstige inrichting van hun stedelijke mobiliteit en daarbij verschillende scenario’s uitwerken die inspelen op de huidige mobiliteitsuitdagingen.
- Opstellen van maatregelen: Op basis van de input uit de eerste twee fasen worden concrete maatregelen ontwikkeld die bijdrage aan het behalen van de doelstellingen van de SUMP. Denk aan het uitbreiden van fietsparkeerplaatsen wanneer een stad het fietsgebruik wil stimuleren. In deze fase worden ook verantwoordelijkheden toegewezen aan organisaties en personen die betrokken zijn bij de uitvoering van de SUMP.
- Implementatie en monitoring: deze fase gaat over de uitvoering van de maatregelen, evenals het monitoren en waar nodig bijsturen daarvan. Daarbij kunnen indicatoren worden gebruik om de voortgang van de geplande maatregelen te beoordelen.
Voor welke Nederlandse steden is dit belangrijk?
Volgens de TEN-T verordening moeten stedelijke knooppunten met meer dat 100.000 inwoners uiterlijke op 31 december 2027 beschikken over een SUMP. In Nederland zijn een groot aantal steden verplicht om een SUMP te ontwikkelen, waaronder Leiden, Maastricht, Utrecht, Den Bosch en Venlo. In bijlage II van de TEN-T verordening staat welke steden worden aangemerkt als een stedelijk knooppunt.
Met het geactualiseerde richtsnoer biedt de Commissie gemeenten en provincies een praktisch kader om zich tijdig voor te bereiden op de SUMP-verplichting vanaf eind 2027 en tegelijkertijd bij te dragen aan duurzamere, veiligere en toegankelijkere stedelijke mobiliteit. Om decentrale overheden hierbij verder te ondersteunen, worden lidstaten verzocht om een nationale SUMP-coördinator aan te wijzen.
Bronnen
- Guidelines for developing and implementing a SUMP, Europese Commissie
- TEN-T verordening, Europa Decentraal
- Duurzaam Stedelijk Mobiliteitsplan, Europa Decentraal