Europees recht en beleid

Laatste update: 19 maart 2026

Contact: en


Met het EU-migratie- en asielpact is het gemeenschappelijk asiel- en migratiekader herzien op grond van artikelen 78 en 79 VWEU, in samenhang met het solidariteitsbeginsel van artikel 80 VWEU.

Voor het asielbeleid geldt dat dit op grond van artikel 78 VWEU in overeenstemming moet zijn met het Verdrag van Genève van 1951. Daarnaast is het recht op asiel verankerd in artikel 18 van het Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest), en volgt het verbod op refoulement uit artikel 19, tweede lid, van het Handvest. Het beginsel van non-refoulement houdt in dat een persoon niet mag worden uitgezet, teruggestuurd of overgedragen naar een land waar een reëel risico bestaat op vervolging, foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, of andere ernstige schade. Dit verbod geldt ongeacht de wijze van binnenkomst en vormt een fundamentele grens aan het terugkeer- en grensbeleid.

Het in artikel 80 VWEU neergelegde solidariteitsbeginsel vormt het verdragsrechtelijke uitgangspunt voor de in de Verordening asiel- en migratiebeheer opgenomen mechanismen voor herverdeling of alternatieve solidariteitsbijdragen tussen lidstaten.

De instrumenten van het EU-migratie- en asielpact zijn in 2024 vastgesteld en worden vanaf 12 juni 2026 van toepassing, met overgangsregelingen voor specifieke instrumenten. Het merendeel van deze instrumenten heeft de vorm van verordeningen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten. Alleen de Richtlijn opvangvoorzieningen vereist omzetting in nationale wetgeving.

  • Screeningverordening (2024/1356): Regelt een verplicht systeem van screening aan de buitengrenzen voor personen die irregulier binnenkomen. Dit bevat criteria voor identificatie, veiligheids- en gezondheidschecks, en de toewijzing van de volgende procedure (asiel of terugkeer).
  • Verordening asielprocedures (2024/1348): Stelt procedurele normen vast voor de behandeling van asielaanvragen in de EU, inclusief termijnen, informatieverplichtingen, beslissingswijzen en beroepsmogelijkheden. Hiermee wordt de eerdere Asielprocedurerichtlijn vervangen.
  • Verordening asielnormen (2024/1347): Harmoniseert de criteria voor internationale bescherming, de rechten en verplichtingen van beschermingsgerechtigden en de status die zij verkrijgen. De verordening wordt van toepassing vanaf 1 juli 2026 en vervangt vanaf dat moment de Kwalificatierichtlijn (2011/95/EU).
  • Verordening asiel- en migratiebeheer (2024/1351): Voert een nieuw systeem in voor verantwoordelijkheid en solidariteit, met mechanismen voor taakverdeling en ondersteuning tussen lidstaten, in plaats van het eerdere “Dublin”-kader.
  • Eurodac-verordening (2024/1350): Bepaalt de regels voor de vernieuwde Eurodac-databank, die vingerafdrukken en gegevens bevat voor identificatie in het kader van asiel en migratie.
  • Crisis- en overmachtsverordening (2024/1352): Stelt de juridische voorwaarden vast waaronder de EU in crisis- of uitzonderingssituaties aanvullende instrumenten kan toepassen (bijv. versnelde procedures, tijdelijke maatregelen).
  • Verordening terugkeergrensprocedure (2024/1349): Bevat specifieke regels voor de terugkeerprocedures aan de buitengrenzen voor personen wier asielverzoek niet ontvankelijk wordt verklaard.
  • Richtlijn opvangvoorzieningen (2024/1346): Regelt minimumnormen voor opvangvoorzieningen, inclusief verblijf, medische zorg en sociale voorwaarden, en moet via nationale wetgeving worden omgezet.

Het EU migratie- en asielpact beoogt daarmee een uniforme toepassing van asielnormen binnen de EU, versterkte buitengrensprocedures en een gestructureerd solidariteitsmechanisme tussen lidstaten.

Betekenis voor decentrale overheden

Het migratie- en asielpact richt zich juridisch tot de lidstaten, maar werkt via nationale uitvoering en rechtstreeks toepasselijke verordeningen door in de decentrale praktijk. Wijzigingen in proceduretermijnen, grensprocedures, erkenningsnormen en terugkeerregels kunnen invloed hebben op de omvang en duur van opvang en op de doorstroom naar huisvesting van statushouders. Gemeenten en provincies dienen bij de uitvoering van hun taken rekening te houden met deze ontwikkelingen en zorg te dragen voor naleving van het toepasselijke Unierecht, in afstemming met nationale en regionale ketenpartners.

Heeft u vragen over de toepassing van het EU migratie- en asielrecht in uw decentrale praktijk, dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van Kenniscentrum Europa Decentraal.