Kan onze gemeente op basis van Europees recht de veroorzaker van milieuvervuiling aansprakelijk stellen?

november 2015

In onze gemeente ligt een verontreinigd terrein. Dit terrein moet gesaneerd worden. Bestaat er Europese regelgeving op grond waarvan onze gemeente de veroorzakers van milieuvervuiling aansprakelijk kan stellen?

Antwoord in het kort

Ja, decentrale overheden kunnen veroorzakers van bepaalde typen milieuvervuiling aansprakelijk stellen op grond van het ‘vervuiler betaalt’ beginsel. Dit Europese beginsel is vastgelegd in art. 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en is verder uitgewerkt in Richtlijn 2004/35 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 over milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade.

Het ‘Vervuiler betaalt’ beginsel

Het milieubeleid van de Europese Unie is onder andere gebaseerd op het ‘vervuiler betaalt’ beginsel. Dit beginsel houdt in dat de vervuiler zelf verantwoordelijk is voor de kosten van het voorkomen of bestrijden van schade aan het milieu.

Reikwijdte Richtlijn milieuaansprakelijkheid en reikwijdte

Richtlijn 2004/35 over milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade is gericht op het voorkomen of herstellen van 3 typen milieuschade: schade aan water, schade aan de bodem en schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats.

Deze richtlijn heeft tot doel een kader voor milieuaansprakelijkheid vast te stellen, op basis van het beginsel dat de vervuiler betaalt, voor het voorkomen en herstellen van milieuschade.

Definitie milieuschade

In art. 2 van de richtlijn wordt per type milieuschade toegelicht wanneer er sprake is van schade. Schade in de zin van de richtlijn wordt omschreven als een meetbare negatieve verandering in de natuurlijke rijkdommen of een meetbare aantasting van een ecosysteemfunctie, die direct of indirect optreedt. Een voorbeeld van milieuschade is verontreiniging van wateren door chemische stoffen.

Plicht tot nemen preventieve en herstelmaatregelen

Ondernemingen moeten preventieve maatregelen nemen, wanneer er nog geen schade aan het milieu is veroorzaakt maar er wel door hun activiteiten een onmiddellijke dreiging van schade aan het milieu bestaat (artikel 5 van de richtlijn). Indien er wel sprake is van schade aan het milieu zijn exploitanten op grond van art. 6 en 7 van de richtlijn verplicht om maatregelen te treffen om de betrokken verontreinigende stoffen en/of enige andere schadefactoren onmiddellijk onder controle te houden, in te perken, te verwijderen of anderszins te beheersen. Hierdoor moet verdere milieuschade en negatieve effecten op de menselijke gezondheid of verdere aantasting van functies worden beperkt of voorkomen.

Kosten en verhaal

Het basisprincipe van de richtlijn is dat de exploitant die de milieuschade heeft veroorzaakt de kosten voor het voorkomen en bestrijden van de milieuschade draagt. Een exploitant die door beroepsactiviteiten milieuschade of een onmiddellijk gevaar voor milieuschade heeft veroorzaakt, wordt financieel aansprakelijk gesteld. Dit moet exploitanten aansporen om maatregelen te treffen en praktijken te ontwikkelen om het risico op milieuschade zo klein mogelijk te houden, zodat de kans dat zij geconfronteerd worden met financiële consequenties van hun aansprakelijkheid, wordt verkleind (zie overweging 2 van richtlijn 2004/35).

Aansprakelijkheid

De richtlijn legt twee vormen van aansprakelijkheid vast. Aan de ene kant legt de richtlijn een risico -aansprakelijkheid op aan de exploitanten van activiteiten die zijn opgesomd in bijlage III bij de richtlijn (zie art. 3 lid 1 sub a van richtlijn 2004/35). Denk bijvoorbeeld aan afvalbeheeractiviteiten en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze vorm van aansprakelijkheid is niet gebaseerd op schuld of nalatigheid.

De andere vorm van aansprakelijkheid die de richtlijn oplegt is schuldaansprakelijkheid. Deze aansprakelijkheid is van toepassing op alle andere beroepsactiviteiten voor schade aan soorten en habitats (zie art. 3 lid 1 sub b van richtlijn 2004/35). Deze vorm van aansprakelijkheid is wel gebaseerd op schuld of nalatigheid.

Taak decentrale overheden

In Nederland spelen decentrale overheden een belangrijke rol in de controle op het naleven van milieuaansprakelijkheidsregels. De taak van decentrale overheden is om vervuiling te voorkomen, de verantwoordelijke vervuilers zelf de schade te laten herstellen of hen ervoor laten betalen. Biedt het optreden van de overheid onvoldoende bescherming, dan kunnen er acties tegen ondernomen worden door belangengroeperingen. Zij kunnen besluiten van overheden aanvechten voor de rechter.

Implementatie in Nederland

In Nederland is Richtlijn 2004/35 geïmplementeerd door een toevoeging aan hoofdstuk 17 Wet milieubeheer. De richtlijn is geïmplementeerd in titel 17.2 ‘maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan’.

Door:

Merit van Veen, Europa decentraal

Meer informatie:

Milieuaansprakelijkheid, Europese Commissie
Milieuaansprakelijkheid, InfoMil
Aansprakelijkheid voor naleving Europees recht, Europa decentraal
Richtlijn 2004/35

Meer weten over dit onderwerp?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG