Sancties vormen een belangrijk instrument van het extern optreden van de Europese Unie (EU). Zij worden ingezet binnen het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB) en vastgelegd in rechtstreeks toepasselijke EU-verordeningen, waardoor zij directe gevolgen kunnen hebben voor overheden, bedrijven en andere partijen binnen de lidstaten.
Juridische basis
Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) bepaalt in artikel 29 dat de Raad van de Europese Unie (de Raad) besluiten kan vaststellen waarin het standpunt of het optreden van de EU in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid wordt vastgelegd. Op basis van deze bepaling kan de Raad besluiten vaststellen die dienen als politieke en juridische grondslag voor het instellen van beperkende maatregelen tegen staten, natuurlijke personen, rechtspersonen en andere entiteiten.
Wanneer op grond van artikel 215 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) sanctiemaatregelen worden vastgesteld ter uitvoering van een besluit binnen het GBVB, worden deze omgezet in EU-verordeningen. Op grond van artikel 288 VWEU hebben deze verordeningen algemene werking, zijn zij verbindend in al hun onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten.
Sancties in de decentrale praktijk
EU-sancties kunnen verschillende vormen aannemen, zoals financiële restricties, handels- en exportverboden, het bevriezen van tegoeden en reisbeperkingen. Deze maatregelen kunnen zich richten tegen staten, maar ook tegen natuurlijke personen, ondernemingen en andere entiteiten. In de praktijk gaat het vaak om gerichte sancties die zijn bedoeld om specifieke activiteiten of financiële stromen te beperken.
Voor decentrale overheden betekent dit dat sanctieregels kunnen doorwerken in bestaande taken en processen. Dit kan zich voordoen bij het aangaan of voortzetten van contractuele relaties, het verstrekken van subsidies, het verlenen van vergunningen en het organiseren van aanbestedingen. Sancties kunnen daarbij zowel directe verbodsbepalingen bevatten als verplichtingen om te toetsen of betrokken partijen, goederen of financiële stromen onder een sanctieregime vallen. Omdat sancties worden vastgelegd in rechtstreeks toepasselijke EU-verordeningen, gelden zij ook voor decentrale overheden, ongeacht hun betrokkenheid bij de politieke besluitvorming die aan deze maatregelen voorafging.
Oekraïne
Sancties en aanbestedingen
Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne heeft de Europese Unie een groot aantal opeenvolgende sanctiepakketten vastgesteld. Deze sanctieregelgeving wordt regelmatig aangepast en uitgebreid. Voor decentrale overheden betekent dit dat wijzigingen in het geldende Unierecht kunnen doorwerken in lopende processen, ook wanneer samenwerkingen of besluiten op een eerder moment rechtmatig tot stand zijn gekomen. Nieuwe of aangepaste sancties kunnen aanleiding geven om bestaande dossiers opnieuw te beoordelen aan de hand van het actuele sanctieregime.
Decentrale aanbestedende diensten moeten bij nieuwe en bestaande opdrachten toetsen of inschrijvers, leveranciers, onderaannemers of uiteindelijk belanghebbenden direct of indirect onder de toepasselijke sanctieregels vallen. Deze verplichting volgt rechtstreeks uit de EU-sanctieverordeningen en geldt ongeacht het moment waarop een aanbesteding is gestart of een contract is gesloten.
Indien naleving van EU-sancties vereist dat een contract wordt beëindigd of opgeschort, leidt dit niet automatisch tot aansprakelijkheid of schadevergoeding, mits de beëindiging of opschorting aantoonbaar noodzakelijk is ter naleving van de toepasselijke sanctieverordening. Gezien de regelmatige wijzigingen in sanctieregelgeving is het van belang om lopende aanbestedingen en contractuele relaties periodiek te toetsen aan het geldende sanctieregime.
Uitfasering Russisch gas
Met Verordening (2026/261) is een stapsgewijs verbod vastgesteld op de invoer van Russisch aardgas. Nederlandse decentrale overheden importeren zelf doorgaans geen gas uit Rusland. De relevantie ligt daarom in energiecontracten en aanbestedingen. Wanneer leveranciers hun leveringsketen moeten aanpassen vanwege dit verbod, kan dit gevolgen hebben voor bestaande overeenkomsten of de uitvoering daarvan. In dat geval moet worden beoordeeld of voortzetting van het contract verenigbaar blijft met het geldende EU-recht en of contractuele aanpassing noodzakelijk is.
Decentrale relevantie
Voor decentrale overheden ligt de relevantie van sancties niet in het formuleren van buitenlands beleid, maar in de toepassing van juridisch bindende sanctieregels binnen bestaande bevoegdheden en processen. Sancties kunnen doorwerken in dagelijkse besluitvorming en uitvoering, zonder dat decentrale overheden invloed hebben gehad op de politieke besluitvorming die aan deze maatregelen voorafging.
De recente sancties met betrekking tot Rusland, Belarus en Oekraïne hebben ook consequenties voor decentrale overheden.
Bronnen
- Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)
- Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
- Verordening (2026/261), Europese Commissie