Grensoverschrijdende arbeid
Door het vervagen van de grenzen binnen de EU krijgen decentrale overheden steeds vaker te maken met uitgezonden of gedetacheerde werknemers.
Martin Herz is juridisch adviseur bij Kenniscentrum Europa Decentraal.
Martin helpt u graag verder met de volgende onderwerpen:
(+31) 06 29877875
m.herz@europadecentraal.nl
De adviseurs van Kenniscentrum Europa decentraal beantwoorden vragen voor de helpdesk en verzorgen de publicatie en updates van de content op de website. Daarnaast geven zij presentaties en participeren zij in netwerken.
Door het vervagen van de grenzen binnen de EU krijgen decentrale overheden steeds vaker te maken met uitgezonden of gedetacheerde werknemers.
Het Europese mededingingsrecht focust zich primair op het gedrag van ondernemingen. Denk hierbij aan het kartelverbod van artikel 101 VWEU en het misbruikverbod van artikel 102 VWEU.
Decentrale overheden die als onderneming op de markt treden, kunnen samenwerken met andere ondernemingen. Bijvoorbeeld door middel van technologieoverdracht of inkoopafspraken. Hierdoor kan er sprake zijn van een schending van het kartelverbod.
Decentrale overheden die economische activiteiten verrichten moeten zich houden aan de gedragsregels Markt en Overheid, die zijn opgenomen in de Mededingingswet
Als één of meerdere bedrijven een overgroot deel van een bepaalde markt in handen hebben, kan dit een negatieve invloed hebben op de mededinging. Fusies, overnames van ondernemingen en de oprichting van joint ventures die boven bepaalde omzetgrenzen uitkomen, moeten daarom worden gemeld bij de Europese Commissie of bij de Autoriteit Consument en Markt.
Onder Europese regelgeving mogen ondernemingen geen misbruik maken van hun machtspositie. Dit geldt ook voor (decentrale) overheden wanneer zij als onderneming op de markt optreden.
Artikel 101 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat kartelvorming door ondernemingen verboden is. Het wegnemen van concurrentie door een kartel is namelijk schadelijk voor consumenten en economische groei.
Ter waarborging van eerlijke concurrentie binnen de EU bestaan er Europese en Nederlandse mededingingsregels. Het mededingingsrecht kent bepaalde begrippen die relevant zijn voor het bepalen van de concurrentie op de markt.
De aanbestedingsregels zijn alleen van toepassing op aanbestedende diensten. Hier vallen ook publiekrechtelijke instellingen onder. Maar wat zijn dit precies? Dat leest u op deze pagina.
Decentrale overheden kunnen ervoor kiezen om binnen publiek-publieke samenwerkingsstructuren opdrachten te vergeven of aan verbonden publieke of private organisaties opdrachten te vergeven. Ook kunnen decentrale overheden binnen hun eigen organisatie opdrachten verstrekken. Bij zulke opdrachten kan er sprake zijn van enige vorm van inbesteden. Dan is het van belang om te kijken of de aanbestedingsrichtlijnen in acht genomen moeten worden of dat ze mogelijk niet van toepassing kunnen worden verklaard. Op deze pagina leest u meer over de verschillende vormen van inbesteden. Daarnaast wordt ingegaan op de uitzondering horizontale samenwerking.
In de voorbereiding van een opdracht kunnen zich situaties voordoen die een aanbestedende dienst niet heeft voorzien. Gemeenten, provincies en waterschappen hoeven in het geval van deze dwingende spoed de termijnen voor bepaalde procedures niet in acht te nemen. Het betreft de termijnen die gelden voor de openbare of de niet-openbare aanbestedingsprocedure of voor de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. Een voorwaarde hiervoor is wel dat er sprake is van onvoorzienbaarheid van de omstandigheden voor de aanbestedende dienst en dat deze aanbestedende dienst geen verwijt kan worden gemaakt.
Decentrale overheden hebben steeds meer aandacht voor onderzoek en innovatief aanbesteden. Zij moeten de mogelijkheid krijgen om innovatieve producten en diensten aan te schaffen om toekomstige groei te bevorderen en de efficiëntie en kwaliteit van hun diensten te verbeteren. Dit kan onder meer door middel van een innovatiepartnerschap of de concurrentiegerichte dialoog. Onder meer in de aanbestedingsrichtlijnen (bijvoorbeeld Richtlijn 2014/24) wordt aandacht besteed aan innovatie.