Onze gemeente verstrekt horecavergunningen aan coffeeshops in combinatie met gedoogverklaringen in de zin van de Opiumwet. Is de Dienstenwet van toepassing?
Onze gemeente heeft momenteel twee coffeeshops. Voor het exploiteren van een coffeeshop zijn zowel een horecavergunning als een gedoogverklaring benodigd. In onze plaatselijke horecaverordening wordt het aantal horecavergunningen beperkt tot maximaal 45. Daarnaast hebben wij een beleidsregel op basis van artikel 13b van de Opiumwet, een lokaal gedoog- en handhavingsarrangement. Daarin hebben wij vastgelegd dat er, onder voorwaarden, maximaal twee gedoogverklaringen door onze gemeente worden afgegeven. Gedoogverklaringen worden alleen afgegeven in combinatie met een horecavergunning. Is op deze handelwijze de Dienstenwet van toepassing?De Dienstenrichtlijn, de horecavergunning en ‘slecht levensgedrag’ van de horeca-exploitant
De Dienstenrichtlijn waarborgt de vrijheid van verlening van commerciële diensten en stelt eisen aan vergunningstelsels die die vrijheid inperken. Dit geldt ook voor horecavergunningen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft meermaals verduidelijking gegeven over de benodigde details in lokale regels en de motivering van besluiten, om willekeur te voorkomen.
De Dienstenwet en het cannabisgedoogbeleid: gescheiden werelden maar innig verbonden
In december 2023 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke uitspraak over het cannabisgedoogbeleid in de gemeente Roermond. Op de toekenning van schaarse vergunningen zijn zowel de Dienstenrichtlijn als de Dienstenwet van toepassing. Maar geldt dat ook voor gedoogverklaringen en horecavergunningen voor coffeeshops? Hier spraken we over met Annemarie Drahmann en Demy Jongkind, beiden verbonden aan de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Samen schreven zij een annotatie bij de uitspraak van de Raad van State in de Gemeentestem, een juridisch vakblad.
Is branchering in een gemeentelijke Verordening Winkeltijden toegestaan op grond van de Dienstenrichtlijn?
Onze gemeente herziet momenteel de gemeentelijke Verordening Winkeltijden. Wij onderzoeken de mogelijkheden tot het stellen van afwijkende regels met betrekking tot de openingstijden voor verschillende winkelbranches, ook wel branchering genoemd. Moeten wij hierbij rekening houden met het Europees recht? Zo ja, zouden jullie ons kunnen vertellen wat de geldende verplichtingen precies zijn?Is de Dienstenrichtlijn van toepassing op een situatie tussen burgers als die richtlijn niet goed is geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving?
Het Hof van Justitie bevestigd in een uitspraak dat een decentrale overheid aansprakelijk kan worden gehouden voor schade in een geding tussen particulieren veroorzaakt is door het handelen van de decentrale overheid in strijd met de Dienstenrichtlijn.
Is Uber een vervoersdienst of digitaal bemiddelingsplatform?
In dit arrest oordeelt het Europees Hof van Justitie dat het aanbieden van taxidiensten via de applicatie Uber kwalificeert als een vervoersdienst. Dit in tegenstelling tot het standpunt van Uber dat het slechts een digitaal platform is dat vraag en aanbod van stedelijk vervoer bij elkaar brengt. Uber kan zich door de kwalificatie als vervoersdienst niet beroepen op het vrij verkeer van diensten zoals neergelegd in de Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG).
Uitzonderingen diensten
Artikel 51 en 52 VWEU (voor vrij verkeer van diensten in samenhang met artikel 62) bevatten uitzonderingen voor beperkingen op het vrij verkeer van personen en diensten. Decentrale overheden moeten hiermee rekening houden.
Vrij verkeer van diensten
Binnen de Europese Unie geldt dat burgers van lidstaten vrij zijn om in andere lidstaten diensten te verrichten, wat verankerd is in artikel 56 VWEU en verder.
Wanneer is een eis in een aanbestedingsprocedure in strijd met de vrij verkeersregels?
Een Italiaanse regeling op grond waarvan bij een openbare aanbestedingsprocedure alleen een concessie kan worden verleend aan een vennootschap die beschikt over een minimaal volgestort kapitaal van € 10 miljoen is in strijd met het vrij verkeer van diensten en het vrij verkeer van vestiging. Deze uitspraak is relevant voor decentrale overheden omdat zij bij het opleggen van eisen in aanbestedingsprocedures rekening moeten houden met de vrij verkeersregels.