Dienstenrichtlijn: procedures
Decentrale overheden moeten zorgen dat diensterverleners zich onbelemmerd in Nederland kunnen vestigen of tijdelijk diensten kunnen verrichten.
Aan het goed functioneren van de interne markt wordt grote waarde gehecht, daarom mogen de vier vrijheden niet belemmerd worden. Decentrale overheden krijgen met het vrij verkeer te maken wanneer zij bijvoorbeeld beleid opstellen of vergunningen verlenen.
Decentrale overheden moeten zorgen dat diensterverleners zich onbelemmerd in Nederland kunnen vestigen of tijdelijk diensten kunnen verrichten.
Decentrale overheden kunnen de toegang tot of de uitoefening van diensten niet zomaar afhankelijk stellen van alle eisen. Ook is onder de Dienstenrichtlijn het invoeren van een vergunningstelsel aan bepaalde eisen onderworpen. Op deze pagina zal worden ingegaan op de toegestane en verboden eisen. Ook zal het onderscheid tussen eisen die worden opgelegd aan dienstverleners die zich permanent vestigen en die tijdelijk diensten in een andere lidstaat aanbieden worden verduidelijkt.
Het Europese Hof van Justitie beantwoordde zes prejudiciële vragen van de Franse rechter. De vragen gingen over de toepassing van de Dienstenrichtlijn bij een vergunningsverplichting voor de kortstondige verhuur van woningen aan incidentele klanten.
Het Europese Hof van Justitie heeft uitspraak gedaan over de reikwijdte van het vrij verkeer van diensten. De Europese rechter geeft daarbij meer duidelijkheid inzake de kwalificatie van ‘diensten van de informatiemaatschappij’ (informatiedienst) en de mogelijkheid om regulerend op te treden ten aanzien van dit type diensten.
Een lidstaat mag het vrij verkeer van personen niet belemmeren door het verblijfsrecht van een derdelander (niet zijnde een Unieburger) die getrouwd is met een Unieburger van hetzelfde geslacht, te weigeren.
Op 6 februari 2018 deed het Europese Hof van Justitie, bij wijze van prejudiciële beslissing, uitspraak in een Belgische zaak. Het Hof oordeelde dat detacheringsverklaringen in sommige gevallen door nationale rechters buiten beschouwing moeten worden gelaten als er sprake is van fraude. Daarnaast kunnen ondernemingen aansprakelijk worden gesteld indien deze verklaringen frauduleus zijn.
Op 30 januari 2018 deed het Europese Hof van Justitie, bij wijze van prejudiciële beslissing, uitspraak in twee Nederlandse zaken. Deze langverwachte uitspraak is van belang voor decentrale overheden, omdat het Hof duidelijkheid verschaft over de werkingssfeer van Richtlijn 2006/123 (hierna: de Dienstenrichtlijn).
Op 30 januari 2018 deed het Europese Hof van Justitie, bij wijze van prejudiciële beslissing, uitspraak in twee Nederlandse zaken. Deze langverwachte uitspraak is van belang voor decentrale overheden, omdat het Hof duidelijkheid verschaft over de werkingssfeer van Richtlijn 2006/123 (hierna: de Dienstenrichtlijn).
In dit arrest oordeelt het Europees Hof van Justitie dat het aanbieden van taxidiensten via de applicatie Uber kwalificeert als een vervoersdienst. Dit in tegenstelling tot het standpunt van Uber dat het slechts een digitaal platform is dat vraag en aanbod van stedelijk vervoer bij elkaar brengt. Uber kan zich door de kwalificatie als vervoersdienst niet beroepen op het vrij verkeer van diensten zoals neergelegd in de Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG).
Het Europese Hof van Justitie besloot op 9 februari 2017 dat iemand die woonachtig is in een lidstaat van de EU, een deel van de hypotheekrente op de buitenlandse woning in Nederland in aftrek kan brengen. Wanneer iemand dus een belastbaar inkomen heeft in een bepaalde lidstaat en die lidstaat heeft ook het recht om belasting te heffen, dan zijn bepaalde aftrekposten uit het buitenland ook op te voeren bij de belastingaangifte.
Overheden mogen de kosten van vergunningsprocedures in rekening brengen bij de aanvrager van een vergunning. Deze kostenvergoeding voor de aanvrager dient echter wel redelijk en evenredig te zijn met de kosten van de vergunningsprocedure.