
De Dienstenrichtlijn viert dit jaar zijn twintigste verjaardag. In voorbereiding daarop heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat nieuwe brochures voor medeoverheden over de omgang met de Dienstenrichtlijn en Dienstenwet gepubliceerd. Reden genoeg voor KED om hierover het gesprek aan te knopen met de Waarnemend Directeur Mededinging en Consumenten bij het Directoraat-Generaal Economie en Digitalisering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Joost Weekers.
Twee specifieke brochures, voor gemeenten aan de ene kant, en provincies en waterschappen aan de andere kant. Wat was daar de aanleiding voor?
“Binnen het ministerie leefde niet zomaar de gedachte ‘tijd voor een mooie brochure’. We hebben goed contact gehad met verschillende doelgroepen door middel van een ronde tafel met de brancheverenigingen. Daarnaast zijn er tien werkbezoeken geweest waaruit de behoefte van gemeenten, provincies en waterschappen naar voren kwam: ‘help ons nou om inzicht te krijgen in de Dienstenrichtlijn. Wat staat er in? Wat zijn de verplichtingen? Wat hebben we er aan?’ De brochures zijn het mooie resultaat van die samenkomst. Daar hebben wij ook baat bij, omdat het goed bij de beleidsdoelstellingen van dit kabinet past om te zorgen voor minder regeldruk en een goed ondernemings- en vestigingsklimaat.”
Welke behoefte beogen de brochures te vervullen ten aanzien van het Dienstenrichtlijn/Dienstenwetdossier bij decentrale overheden?
“De Dienstenrichtlijn gaat verder dan alleen het mogelijk maken en faciliteren van grensoverschrijdende dienstverlening in de Europese Unie. De Europese rapporten van Draghi en Letta [over concurrentiekracht, red.] zorgden voor een revival van de interne markt. Die rapporten, de interne markt, en ook de Dienstenrichtlijn zijn van invloed op het lokale vestigingsklimaat. Dit betekent dat we ervoor moeten zorgen dat markten ook binnen de lidstaten op orde zijn.”
Weekers vervolgt: “De Dienstenrichtlijn bleek alleen niet altijd goed leesbaar in de praktijk. Daarnaast is opgevallen dat bijvoorbeeld bij gemeenten niet uitsluitend één afdeling bezig is met de Dienstenrichtlijn; dat zit vaak verspreid. Vanuit de medeoverheden en ondernemers kwamen er signalen dat de informatievoorziening rondom de Dienstenrichtlijn versnipperd is. Ons doel is dan ook om te verduidelijken dat de decentrale overheden allemaal, samen, verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de Dienstenrichtlijn. Verder zijn ondernemers gebaat bij zo duidelijk mogelijke kaders, meer eenheid in de regels, of in ieder geval zo min mogelijk belemmeringen. Die belemmeringen hoeven overigens helemaal niet zo groot te zijn. Het kan gewoon om de viskraam van de ene gemeente gaan, die graag in een andere gemeente zijn diensten wil verrichten.”
De Dienstenrichtlijn vormt slechts het kader; je mag belemmeringen ontwerpen, zolang die maar proportioneel en in lijn met een doel van algemeen belang zijn.
“De Dienstenrichtlijn bevat de regels waar medeoverheden zelf keuzes in kunnen en mogen maken. Wij willen dat ook uitstralen met de brochures. Ze vormen alleen maar het kader. Zolang je als medeoverheid een goede onderbouwing biedt over waarom je iets zo instelt dan is het helemaal prima. Een van de punten uit de brochure is dan ook dat je op zich belemmeringen mag opwerpen, zo lang die maar proportioneel zijn. In mijn belevenis is de dynamiek van deze richtlijn ook wel bijzonder. Als je bijvoorbeeld aan de aanbestedingsrichtlijnen niet voldoet is het gelijk niet rechtmatig en heb je een probleem. Als je aan de Dienstenrichtlijn niet voldoet lijdt vooral je eigen regio of vestigingsklimaat eronder. Je moet dus uit jezelf meer interactie opzoeken.”
Voldoe je niet aan de Dienstenrichtlijn, dan lijdt je eigen regio of vestigingsklimaat. Je moet dus uit jezelf meer de interactie opzoeken
Zijn er verschillen tussen gemeenten versus provincies en waterschappen bij de toepassing van het Dienstenrichtlijn- en Dienstenwetdossier?
“Ja en nee. De Dienstenrichtlijn zelf maakt geen onderscheid tussen overheden. Beide moeten de richtlijn toepassen en voldoen aan de regels. Aan de andere kant heb je wel een verschil. De regels van de gemeente raken direct aan de ondernemers. Die van provincies en waterschappen zijn van minder directe invloed, omdat zij minder strikt dienstgerichte regels uitvoeren. De voorbeelden uit de brochures maken dit duidelijk. Denk bij gemeenten aan horeca, detailhandel en markten. Provinciale voorbeelden gaan meer over milieuregels en ruimtelijke ordening. De keuze voor twee brochures zorgt daarom voor betere aansluiting op iedere doelgroep. Het zijn andere vergunningen en type eisen.”
Gemeentelijke regels raken direct aan ondernemers. Provinciale en waterschapsregels zijn minder strikt dienstgericht.
In hoeverre hebben nieuwe ontwikkelingen zoals verdere digitalisering, de Single Digital Gateway, en AI invloed op de onderdelen van het Drl/Dw die over informatievoorziening gaan, en hoe kunnen deze ontwikkelingen helpen bij de toepassing van het Drl/Dw bij medeoverheden?
“Over de vraag hoe we binnen de dienstencontext omgaan met AI en digitalisering kijken we sterk naar het Ondernemersplein. Vanuit onze indruk werkt dat platform uitstekend, maar de ambtenaren bij medeoverheden moeten een grote bulk aan data nog vaak met de hand verwerken. Als je streven is om alle vergunningsregels van alle gemeentes op één plek te krijgen: dat is een berg werk. Er loopt nu een pilot om AI toe te passen om de gegevens te ontsluiten en dat hele proces te vergemakkelijken. Samen met BZK en RVO hebben we een fijne samenwerking hierin. Voor de Single Digital Gateway zien wij bij de vanuit de praktische uitvoeringskant raakvlakken, omdat de SDG ook via het Ondernemersplein doorwerkt. De SDG bouwt dan ook fijn voort op wat de Dienstenrichtlijn in de basis heeft opgezet. Dat maakt het hele systeem van informatievoorziening gewoon beter toegankelijk. De SDG ligt ook bij BZK, en daarover loopt de samenwerking met EZK oprecht goed.”
Wat is de grootste uitdaging, grootste kans voor decentrale overheden m.b.t. het Drl/Dw en welke oproep doen jullie aan medeoverheden?
“Onze oproep is ook meteen de grootste uitdaging: pak de brochure, kijk eens naar je eigen praktijk en leg die naast de brochure. Komt het overeen? Zijn er belemmeringen binnen de gemeente, provincie of waterschap voor ondernemers? Zijn die belemmeringen onderbouwd en zijn die proportioneel en non-discriminatoir? Ga daar vervolgens over in gesprek met ondernemers. Op lokaal niveau is de afstand tussen bestuur en ondernemers klein. De lokale wethouder komt gewoon de ondernemer op de straat tegen. Die zullen waarschijnlijk niet vanzelf zeggen van ‘goh, wat heb jij gedaan met de Dienstenrichtlijn’, maar als je de brochure hebt gelezen en je hebt het top of mind, dan zou je het gesprek kunnen openen.”
Hoe gaat EZK verder met deze brochures?
“We blijven de brochure actief onder de aandacht brengen bij medeoverheden. Dat doen we via verschillende kanalen, zoals nieuwsbrieven, bijeenkomsten en samenwerkingen met koepelorganisaties zoals de VNG. Daarnaast wil EZK bijdragen aan verdere bewustwording over de betekenis van de Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet in de dagelijkse praktijk van beleidsvorming, vergunningverlening en regelgeving. De brochure is daarbij bedoeld als praktisch hulpmiddel om medeoverheden te ondersteunen bij het toetsen van regelgeving aan beginselen zoals noodzakelijkheid, proportionaliteit en non-discriminatie. Ook blijven we signalen uit de praktijk volgen, bijvoorbeeld over vragen of knelpunten die gemeenten en provincies ervaren bij de toepassing van de Dienstenrichtlijn.”
Meer informatie
Informatiebrochure Dienstenrichtlijn en Dienstenwet voor gemeenten – Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Informatiebrochure Dienstenrichtlijn en Dienstenwet voor provincies en waterschappen – Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Vrijheid van vestiging – Kenniscentrum Europa Decentraal
Vrij verkeer van diensten – Kenniscentrum Europa Decentraal
Dienstenrichtlijn: Procedures – Kenniscentrum Europa Decentraal
Dienstenrichtlijn: vergunningen – Kenniscentrum Europa Decentraal