Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)
Europa werkt samen met overheden aan het verbeteren van de grensoverschrijdende samenwerking (GROS). Lees op deze pagina meer over samenwerking over de grenzen.
Vanaf 1 januari 2026 zijn lidstaten verplicht om verleende de-minimissteun in een centraal register op nationaal of EU-niveau te registreren. Nederland maakt gebruik van het centrale EU-register, het eAidRegister (hierna: eAir).
OntdekkenEuropa werkt samen met overheden aan het verbeteren van de grensoverschrijdende samenwerking (GROS). Lees op deze pagina meer over samenwerking over de grenzen.
De negatieve effecten van het verbruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van broeikasgassen zijn steeds merkbaarder. De EU wil in 2050 klimaatneutraal zijn om de gevolgen van klimaatverandering te beperken.
Om mens en milieu te beschermen tegen de risico’s van chemische stoffen is er EU-wetgeving, bijvoorbeeld voor fijnstof, stikstof of PFAS. De EU inventariseert de risico’s van stoffen en formuleert maatregelen.
De gevolgen van klimaatverandering worden in Europa steeds merkbaarder. Klimaatadaptatie, namelijk het doen van vroegtijdige aanpassingen, moet Europa klimaatbestendiger maken.
In het klimaatakkoord uit 2019 zijn doelen gesteld voor het omschakelen van de energievoorziening. Er moet worden overgeschakeld van aardgas naar alternatieve energiebronnen zoals warmtenetwerken. Nederland moet in 2050 aardgasvrij zijn. De mogelijkheden om staatssteun te verstrekken voor omschakeling zijn samengevat op deze pagina en in een factsheet.
Het beheer van radioactief afval is op de lange termijn een complex onderwerp. Lidstaten moeten daarom een nationaal wettelijk, regelgevend en organisatorisch kader vaststellen voor het beheer van radioactief afval.
Behalve wet- en regelgeving speelt binnen het Europees recht ook een aantal beginselen een belangrijke rol. De meeste beschreven beginselen zijn expliciet opgenomen in de Verdragen van de Europese Unie, maar voor bijvoorbeeld het transparantiebeginsel geldt dit niet. Decentrale overheden kunnen met een aantal van deze beginselen direct te maken krijgen.
Binnen de Europese Unie geldt dat burgers van lidstaten vrij zijn om in andere lidstaten diensten te verrichten, wat verankerd is in artikel 56 VWEU en verder.
Naast de mogelijkheid om bepaalde inschrijvers uit te sluiten van een aanbestedingsprocedure op grond van de uitsluitingsgronden, kunnen aanbestedende diensten besluiten om niet alle bedrijven toe te laten zich in te schrijven voor de geplaatste overheidsopdracht. De aanbestedende dienst beperkt dan het aantal gegadigden tot drie of vijf en nodigt hen vervolgens uit om zich in te schrijven. Om tot een selectie te komen stelt de aanbestedende dienst een aantal selectiecriteria op. Hier zijn de aanbestedingsbeginselen op van toepassing. Op deze pagina wordt uitgelegd waar deze selectie precies uit bestaat, wanneer aanbestedende diensten deze criteria kunnen toepassen en welke criteria toegestaan zijn.
Er zijn vele soorten opdrachten die decentrale overheden regelmatig onder dezelfde of vergelijkbare voorwaarden plaatsen. Een aanbestedende dienst kan in dat geval een raamovereenkomsten sluiten met één of meer opdrachtnemers. Hieronder kunnen individuele opdrachten geplaatst worden, met toepassing van de voorwaarden die zijn vastgelegd in de raamovereenkomst.
Provincies, gemeenten en waterschappen die staatssteun willen aanmelden of kennisgeven bij de Europese Commissie, kunnen contact opnemen met de Rijksoverheid of Kenniscentrum Europa Decentraal.
Als decentrale overheden steun willen verlenen in het kader van ruimtelijke ordening, moeten zij rekening houden met de staatssteunregels. Er bestaat geen specifiek EU regime met betrekking tot steun in het kader van ruimtelijke ordening, zoals die er bijvoorbeeld wel is voor andere sectoren.