Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Kabinet stuurt aan op meer samenwerking en uniformering in het gedecentraliseerde jeugdzorgstelsel

2 december 2019Aanbestedingen, Sociaal domein

De beoogde uitwerking van de decentralisatie van de jeugdzorg is tekortgeschoten. Minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Minister Dekker van rechtsbescherming hebben de Tweede Kamer geïnformeerd over een voorgenomen wetswijziging om de praktische uitwerking van de Jeugdwet te verbeteren. De VNG heeft zorgen geuit over de voorstellen van De Jonge en Dekker.

Kamerbrief

De Jonge en Dekker maakten op 8 november middels een Kamerbrief hun voorgenomen wijzigingen in de Jeugdwet kenbaar. De wijzigingen moeten veelvoorkomende problematiek in de jeugdzorg verhelpen.

Uitdagingen in de jeugdzorg

‘De beloften van de Jeugdwet zijn nog onvoldoende ingelost. Kinderen met complexe problemen ontvangen niet altijd op tijd de hulp die ze nodig hebben’, aldus Dekker en De Jonge. Uitdagingen zijn het gebrek aan continuïteit van weinig voorkomende, specialistische hulp, instellingen die tegen verschillende inkoopvoorwaarden aanlopen en tarieven die onder druk staan. Bij het vaststellen van tarieven wordt er te vaak niet geïndexeerd of zijn de door gemeenten vastgestelde tarieven niet kostendekkend.

Verder blijft de samenwerking door jeugdregio’s bij de inkoop van jeugdhulpverlening vaak uit. Per 1 januari 2015 zijn alle gemeenten ingedeeld in 42 samenwerkingsverbanden. De jeugdregio’s zijn ingericht om bovenlokale samenwerking te garanderen om te voorkomen dat elke gemeente apart hoog specialistische zorg moet inkopen. Meerdere van deze regio’s zijn sindsdien echter uiteen gevallen. Verschillende inkoopvisies of noties over de bekostiging zijn voorbeelden van redenen die tot frictie hebben geleid.

Voorgestelde wijzigingen

Om de bovenstaande problemen te verhelpen worden er vier aanpassingen in wet- en regelgeving voorgesteld:

  • De taken van de jeugdregio’s worden vastgelegd, alsmede welke soorten zorg er op welk bestuurlijk niveau moet worden georganiseerd;
  • Er worden zorgvuldigheidseisen gesteld bij de inkoop van jeugdzorg – bijvoorbeeld, meerjarige contracten bij de inkoop van weinig voorkomende, specialistische jeugdhulp;
  • Bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) worden basiscomponenten die onderdeel uitmaken van het benodigde tarief, zoals loon en prijsbijstelling, vastgelegd, om te lage tarieven voor zorgaanbieders te voorkomen;
  • Eventueel worden er verdere (kwaliteits)eisen gesteld aan lokale wijkteams.

Standpunt VNG

In reactie op de Kamerbrief heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aangegeven dat zij vindt dat met een top-down stelselwijziging (waarin het Rijk de jeugdhulpverlening stuurt) ‘geen kind geholpen is’. De VNG heeft meerdere standpunten ingenomen voorafgaand aan het wetgevingsoverleg (WGO) jeugd en aanverwante zaken van de Tweede Kamercommissie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat plaatsvond op 18 november. In de eerste plaats is de VNG van mening dat het jeugdhulpbudget structureel omhoog moet. De eenmalige € 400 miljoen in 2019 en € 300 miljoen in zowel 2020 als 2021 zijn niet genoeg. Nog belangrijker: het gebrek aan structurele verhoging van het budget voor jeugdzorg staat niet in verhouding met het verplichten van basiscomponenten van tarieven middels een AMvB.

Verder verwijst de VNG naar een rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie van Justitie en Veiligheid. Het betreffende rapport stelt dat kinderen te vaak te lang moeten wachten op adequate hulp. De VNG is bezig met het formuleren van oplossingen voor de door het rapport aangekaarte problemen. Dat moet voornamelijk gebeuren door het cultiveren van een gezamenlijke aanpak, het verbeteren van beschikbaarheid van jeugdhulp en betere inzet van jeugdhulpregio’s.

Ook heeft de VNG heeft een expertiseteam opgezet dat een advies zal schrijven over de reikwijdte van de plicht die rust op gemeenten om jeugdzorg te bieden. Op die manier moet meer duidelijkheid komen met betrekking tot wanneer die plicht wel of juist niet geldt. Als laatste punt wil de VNG een focus op het verlichten van administratieve lasten middels ‘stevige bovenlokale samenwerking’.

Wetgevingsoverleg Jeugd

Tijdens het wetgevingsoverleg zijn meerdere vragen gesteld over de Kamerbrief van de ministers. Een terugkerend vraagstuk betreft of actieve inmenging van het Rijk in de jeugdhulpverlening de problemen kan verhelpen. Het Rijk zal dan een bepalende invloed hebben op hoe de jeugdregio’s worden ingedeeld, welke zorgverlening op welk bestuurlijk niveau binnen die regio’s moet worden verleend en hoe tarieven daarvoor bepaald dienen te worden. Dit terwijl het tekort aan financiële middelen onvoldoende wordt verholpen, ongeacht meerdere brandbrieven van gemeenten. Uit onderzoek van de minister zelf blijkt dat het gemeentefonds op sociaal domein sneller wordt uitgeput dan dat het wordt aangevuld. Het verliezen van een deel van de regie maar het blijven dragen van de kosten van de inkoop van jeugdhulpverlening vormt een door gemeenten gedeelde zorg.

Maatwerk en samenwerking

Minister De Jonge gaf aan deze zorgen, samen met kritiek van organisaties als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, te begrijpen. Echter, zoals de minister eerder tijdens het WGO al had aangegeven, heeft hij ‘in toenemende mate voorbeelden gezien waarin een individuele gemeente onmogelijk het verschil kon maken in de kwaliteit en continuïteit van met name de meer gespecialiseerde jeugdhulp.’

Ondanks deze observatie werd er door Kamerleden tijdens het WGO om meer maatwerk verzocht bij een oplossing van dat probleem, aangezien er ook veel gemeenten zijn waar het wél goed gaat met de jeugdzorg. Hierop reageerde de minister dat het niet zo zou zijn dat het ministerie blauwdrukken met de precieze uitwerking van de Jeugdwet voor alle gemeenten zou gaan introduceren. Er moet een balans worden gevonden tussen het creëren van een ander stelsel zonder dat de bevoegdheden van gemeenten te veel worden ingeperkt. Juist daarom wil de minister de regio’s betrekken in het uitwerken van de plannen die er nu liggen, maar tevens dwingender optreden naar die regio’s.

Door:

Bram Schreuder en Marieke Merkus, Kenniscentrum Europa decentraal

Bron:

Kamerbrief van 8 november 2019, Ministerie van Volksgezondheid, welzijn en Sport en Ministerie van Justitie en Veiligheid
Ongewijzigd stenogram van wetgevingsoverleg Jeugd en aanverwante zaken van 18 november 2019, Tweede Kamer

Meer informatie:

Sociaal domein, Kenniscentrum Europa decentraal
Aanbesteden, Kenniscentrum Europa decentraal
Aanbesteden in het sociaal domein, Kenniscentrum Europa decentraal
Kabinet wil aanbestedingsprocedure voor gemeentelijke zorg vereenvoudigen, nieuwsbericht Kenniscentrum Europa decentraal
Heeft het voorstel tot wijziging van de Jeugdwet en de Wmo 2015 een relatie met de uitvoering van Europeesrechtelijke verplichtingen?, praktijkvraag (2018) Kenniscentrum Europa decentraal

 

 

X