De Europese Commissie wil de verduurzaming van de luchtvaart en zeevaart in een hogere versnelling brengen. Met het nieuwe Sustainable Transport Investment Plan (STIP) bundelt Brussel bestaande financieringsinstrumenten en richt deze nadrukkelijker op duurzame brandstoffen en mobiliteitsinfrastructuur. De STIP maakt de uitvoering van bestaande Europese regels eenvoudiger en toegankelijker voor decentrale overheden.
Routekaart, geen nieuwe regels
STIP moet niet worden gezien als een nieuw wetgevingspakket. Het is een routekaart die de investeringsbehoeften in kaart brengt en laat zien welke bestaande Europese financieringsmogelijkheden kunnen worden ingezet voor alternatieve brandstoffen en de benodigde infrastructuur. Dat is nodig: om aan de wettelijke doelen uit TEN-T, ReFuelEU Aviation en FuelEU Maritime te voldoen, moet Europa in 2035 rond de 20 miljoen ton duurzame brandstoffen produceren.
De verplichtingen zelf staan al vast:
- Schepen moeten hun broeikasgasintensiteit verlagen en in bepaalde havens op walstroom aansluiten.
- Luchtvaartmaatschappijen moeten oplopende percentages duurzame brandstoffen gebruiken.
- Stedelijke knooppunten binnen het TEN-T-netwerk moeten een Sustainable Urban Mobility Plan (SUMP) opstellen.
STIP verandert deze regels niet, maar moet ervoor zorgen dat de benodigde investeringen daadwerkelijk van de grond komen. Meer achtergrond over deze Europese mobiliteitsregels en de rol van decentrale overheden vindt u in het Mobiliteitsdossier van KED.
Miljarden via bestaande fondsen
Met STIP wil de Commissie minimaal 2,9 miljard euro mobiliseren via bestaande fondsen, waaronder InvestEU, het Innovatiefonds, de European Hydrogen Bank, het cohesiebeleid en de Europese Investeringsbank (EIB). Door financiering te bundelen en prioriteiten aan te scherpen beoogt de Commissie investeringen in duurzame brandstoffen en mobiliteitsinfrastructuur stroomlijnen. Daarmee ontstaat voor producenten een voorspelbaarder investeringsklimaat en wordt het voor decentrale overheden eenvoudiger om daadwerkelijk toegang te krijgen tot de bestaande Europese financieringsinstrumenten.
Wat betekent dit voor decentrale overheden?
Voor decentrale overheden is STIP vooral praktisch relevant, denk aan:
- De aanleg van walstroom in havens
- De inrichting van infrastructuur voor duurzame luchtvaartbrandstoffen op regionale luchthavens
- De uitvoering van stedelijke mobiliteitsplannen
- De vergunningverlening en ruimtelijke procedures rond energieproductie en brandstofclusters.
STIP maakt duidelijk dat dit soort projecten prioriteit krijgen binnen Europese financieringsprogramma’s. Hoe de fondsen in de praktijk uitwerken:
InvestEU
Onder InvestEU komt minimaal 2 miljard euro beschikbaar voor duurzame brandstoffen en mobiliteitsinfrastructuur. Decentrale overheden kunnen via uitvoerende partners zoals de EIB of nationale promotiebanken financiering aanvragen voor havenprojecten, regionale brandstofproductie en mobiliteitshubs binnen stedelijke knooppunten.
Cohesiebeleid
Voor Nederlandse decentrale overheden is het cohesiebeleid toegankelijk via het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)- en Interreg-programma’s. Deze programma’s kunnen worden ingezet voor projecten rond mobiliteit, energie-infrastructuur en regionale innovatie. In STIP vraagt de Commissie lidstaten om deze programma’s waar mogelijk te richten op duurzame brandstoffen. ETS-opbrengsten (Emission Trade System; de inkomsten uit geveilde emissierechten) kunnen daarbij aanvullend worden gebruikt.
Meer informatie vindt u in de Fondsenwijzer van Europa Decentraal.
Europese Investeringsbank (EIB)
De EIB blijft binnen STIP een belangrijke uitvoeringspartner. De bank financiert projecten, ondersteunt decentrale overheden bij staatssteun en projectstructuur en werkt hierbij samen met de Commissie onder de vernieuwde staatssteunafspraken. Dit sluit aan bij het eerdere KED-artikel over samenwerkingsovereenkomst tussen de Commissie en de EIB over staatssteun en Europese financiering, die de financierbaarheid van complexe projecten zoals walstroom en regionale brandstofproductie vergroot.
Daarnaast vraagt de Commissie lidstaten gebruik te maken van de vereenvoudigde mogelijkheden onder het Clean Industrial Deal State Aid Framework (CISAF), waardoor investeringen in hernieuwbare en laag-koolstofbrandstoffen sneller steunbaar worden. Via Horizon Europe komt bovendien aanvullende financiering beschikbaar voor projecten rond duurzame brandstoffen en technologieontwikkeling, onder meer in de werkprogramma’s 2026–2027.
European Hydrogen Bank & Innovatiefonds
De European Hydrogen Bank en het Innovatiefonds richten zich vooral op producenten en grote industriële projecten. Ze zijn voor Nederland vooral indirect relevant, omdat investeringen doorgaans landen in waterstof- en havenclusters. Regio’s met dergelijke clusters kunnen hiervan profiteren. Decentrale overheden spelen daarbij een sleutelrol, omdat zij via vergunningen en ruimtelijke keuzes bepalen of deze grote projecten daadwerkelijk kunnen landen.
Positie van provincies en gemeenten
Provincies en gemeenten blijven binnen het STIP verantwoordelijk voor vergunningverlening, ruimtelijke ordening en de uitvoering van stedelijke mobiliteitsplannen. In de praktijk betekent dit dat STIP doorwerkt in lopende projecten, zoals:
- waterstof- en energiehubs waarvoor provincies vergunningen en ruimtelijke besluiten moeten nemen, zoals in Noord-Nederland (Hydrogen Valley) en Noord-Holland
- walstroom- en elektrificatieprojecten in havens waar gemeenten en havenbedrijven samen optrekken, zoals in Rotterdam, Amsterdam en de Eemshaven
- stedelijke mobiliteitsmaatregelen binnen SUMP-trajecten in TEN-T stedelijke knooppunten, zoals Arnhem–Nijmegen, Eindhoven en Rotterdam.
Daardoor heeft STIP invloed op regionale planning, vergunningprocedures en de lokale inpassing van nieuwe mobiliteits- en energieprojecten.
Breder effect op mobiliteitspolitiek
STIP staat niet op zichzelf: het sluit aan bij de bredere Europese inzet om mobiliteit te verduurzamen, waaronder het gelijktijdig gepresenteerde programma voor hogesnelheidsspoor. Beide trajecten moeten de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen en de overgang naar schonere vervoerssystemen versnellen.
Voor decentrale overheden opent het STIP nieuwe mogelijkheden om bestaande verplichtingen rond mobiliteit, energie en infrastructuur sneller en beter uit te voeren, met steun uit Europese financieringsinstrumenten.
Bronnen
Sustainable Transport Investment Plan – Europese Commissie