Hoe werken de staatssteunregels bij een niet-marktconforme lening?

september 2016

Onze gemeente wil milieusteun verlenen aan een bedrijf voor het aanbrengen van warmtecollectoren op het dak van een groot kantoorpand. De gemeente wil de steun niet als een subsidie verlenen, maar deze in de vorm van een niet-marktconforme lening gieten. Het voordeel dat het bedrijf krijgt dankzij een lage, niet-marktconforme rente is gelijk aan de hoogte van het oorspronkelijke subsidiebedrag. De lening wordt hoger dan het aanvankelijke subsidiebedrag. Is dit toegestaan volgens de staatssteunregels?

Antwoord in het kort:

Ja, volgens de staatssteunregels mag steun ook in een andere vorm dan een subsidie worden toegekend, zoals in de vorm van een lening. Vanuit staatssteunperspectief gaat het om het ‘voordeel’ dat de onderneming krijgt dankzij de lage, niet-marktconforme rente (het steunbedrag), niet om de hoogte van de lening. Het voordeel dat de onderneming krijgt moet correct worden berekend en moet onder de maximale steunintensiteit van de betreffende vrijstelling uit de Algemene groepsvrijstelling (AGVV) blijven. Als dat het geval is, kan de steun in de vorm van een lening worden verstrekt en mag de gemeente gebruikmaken van de vrijstellingsmogelijkheden in de AGVV.

Hieronder werken we dit antwoord nader uit.

Steun in andere vorm dan subsidie

In plaats van de ‘klassieke’ subsidie, kunnen decentrale overheden in een andere vorm een project financiëren, bijvoorbeeld door revolverende middelen beschikbaar te stellen aan ondernemingen. Het kernidee van revolverende middelen is dat de overheid financiële middelen niet meer eenmalig aan projecten besteedt, zoals bij een subsidie, maar dat het geld meerdere keren (revolverend) kan worden ingezet. Een lening is een voorbeeld van revolverende middelen, net als garanties en risicokapitaalinvesteringen.

Staatssteun door rentevoordeel

In deze casus overweegt de gemeente om een niet-marktconforme lening te verstrekken in plaats van een subsidie. De gemeente vraagt een lagere rente dan marktconform aan de onderneming. Er kan dus sprake zijn van staatssteun. De onderneming krijgt immers een voordeel ten opzichte van andere ondernemingen in de zin van de staatssteuncriteria (art. 107 VWEU). De onderneming betaalt namelijk een lagere rente aan de gemeente dan hij gewoonlijk aan een bank zou moeten betalen.

Het is belangrijk om te kijken of er een vrijstellingsmogelijkheid uit bijvoorbeeld de AGVV kan worden toegepast. Onder de AGVV is ook een leningsvorm toegestaan, mits deze zogezegd ‘transparant’ is.

Wanneer is een niet-marktconforme lening ‘transparant’?

Wanneer steun in een andere vorm dan een subsidie wordt toegekend, is het op het eerste gezicht niet eenvoudig te zien hoe hoog het voordeel voor de onderneming eigenlijk is. Dit is bij een lening  anders dan bij een subsidie.  Het voordeel is feitelijk het steunbedrag dat de onderneming krijgt dankzij de lage, niet-marktconforme rente die de gemeente vraagt. Om dat inzichtelijk te maken, moet de gemeente het steunbedrag berekenen op basis van een methodiek, die de Europese Commissie voorschrijft, zonder dat in de gemeente een risico-analyse hoeft te worden uitgevoerd (art. 5 AGVV). Alleen dan mag steun in een andere vorm dan een subsidie worden verstrekt: het steunbedrag moet transparant zijn.

Steunbedrag = bruto-subsidie-equivalent (BSE)

De Europese Commissie gebruikt de term ‘bruto subsidie equivalent’ (BSE) om het steunbedrag bij een lening aan te duiden. Het BSE is de contante waarde van de steun, oftewel de totale waarde van het voordeel van de lening (voor de begunstigde). In het geval van een lening is het BSE de contante waarde van het verschil tussen de marktrente die de onderneming aan een bank had moeten betalen en de rente die de gemeente van de onderneming vraagt.

BSE berekenen met methode Europese Commissie

Om gebruik te mogen maken van de vrijstellingsmogelijkheden uit de AGVV, moet de gemeente het BSE berekenen op basis van een methodiek die de Europese Commissie heeft opgesteld. De rente die op basis van deze methode wordt berekend, kunt u gebruiken als indicatie van de marktrente. Op basis van die indicatieve marktrente, kan de gemeente het BSE van de lening berekenen.

Er zijn verschillende factoren waar de gemeente rekening mee moet houden bij het berekenen van het BSE. Zie voor uitleg en een concreet rekenvoorbeeld onze pagina over rentepercentages.

BSE bekend? AGVV toepassen

Zodra de gemeente weet hoe hoog het BSE is, kan de gemeente bepalen of dat bedrag onder de maximale steunintensiteiten van de vrijstelling uit de AGVV past. In het geval van uw project zou de steun mogelijk staatssteunproof kunnen worden gemaakt op basis van de vrijstelling over milieusteun in artikel 36 AGVV.

Onder die vrijstelling bedraagt de steunintensiteit maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten. De steunintensiteit kan met 10% worden verhoogd voor steun aan middelgrote ondernemingen en met 20% voor steun aan kleine ondernemingen. Zo lang het steunbedrag van de lening maar onder deze percentages blijft, mag de steun worden vrijgesteld op basis van artikel 36 AGVV. De hoogte van de lening zelf is daarvoor niet van belang.

Door:

Lisanne Vis-Boer, Europa decentraal

Meer informatie:

Staatssteun en revolverende fondsen, Europa decentraal
Leningen en rentepercentages, Europa decentraal
Mededeling Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C 14/02)
Praktijkvragen staatssteun en leningen, Europa decentraal
Milieusteun, Europa decentraal

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X