Nieuws

Publicatie: 6 juli 2026

Door: en


Op 26 juni 2026 hebben de energieministers van tweeëntwintig EU-lidstaten, waaronder Nederland, samen met ontwikkelaars van energieopslag en hernieuwbare energie, energieverbruikende industrieën en financiële instellingen een tripartiete overeenkomst voor energieopslag getekend.

Zoals beschreven in het onderstaande kader is een tripartiete overeenkomst een overeenkomst tussen drie partijen. In dit geval zijn dat de lidstaten, energieverbruikende industrieën en ontwikkelaars van energieopslag en hernieuwbare energie. De Europese Commissie (hierna: Commissie) heeft deze partijen bij elkaar gebracht om de uitrol en integratie van energieopslag op de korte termijn te versnellen door een gunstig ondernemingsklimaat te creëren voor een veiliger, flexibeler en minder afhankelijk elektriciteitssysteem.

De verbintenissen die de partijen aangaan om de doelen voor de periode 2026 tot 2028 te bereiken, vormen geen juridische verplichtingen voor die partijen. Wel is de overeenkomst een belangrijke stap richting efficiëntere, goedkopere en koolstofvrije energielevering. Ook heeft de overeenkomst mogelijk gevolgen voor decentrale overheden in Nederland, met name met betrekking tot staatssteunregels en het gebruik van EU-fondsen. Lidstaten verbinden zich er namelijk toe, waar nodig, financiële steun te verlenen voor de inzet en productie van energieopslag.

Wat is een tripartiete overeenkomst?

De overeenkomst voor energieopslag is de eerste tripartiete overeenkomst van haar soort. De Commissie heeft het concept van tripartiete overeenkomsten geïntroduceerd in haar Actieplan voor betaalbare energie. In dit plan stelde de Commissie al eerder voor om een tripartiete overeenkomst voor betaalbare energie te sluiten voor de industrie om een gunstig investeringsklimaat te creëren dat bijdraagt aan een kosteneffectieve energieproductie, betrouwbare energielevering en economische groei op lange termijn. Tripartiete overeenkomsten zijn bedoeld om verschillende belanghebbenden in een bepaalde energiesector samen te brengen rond gezamenlijke afspraken en toezeggingen die investeringsrisico’s verkleinen. Denk bijvoorbeeld aan energieverbruikende industrieën, ontwikkelaars van schone energie en overheden, zoals de onderstaande afbeelding laat zien.

Bron: Europese Commissie, Actieplan voor betaalbare energie (Figuur 4 Een tripartiet contract voor betaalbare energie voor de Europese industrie)

Energieopslag als ontbrekende schakel in de energietransitie

Energieopslag is van belang voor de energietransitie en het reduceren en stabiliseren van energieprijzen. De overeenkomst verwijst naar de conclusies van 19 maart 2026 van de Europese Raad. Hierin riep de Europese Raad op tot de versnelde uitrol en integratie van hernieuwbare energiebronnen en energieopslag om de afhankelijkheid van fossiele brandstofmarktenmet sterk fluctuerende prijzen te verminderen en de energieleveringszekerheid te verbeteren.

Om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en de energieleveringszekerheid te verhogen moet de productie van hernieuwbare energie gepaard gaan met efficiënte energieopslag. Het opslaan van energie voor tijden van energieschaarste of verhoogde vraag naar energie kan namelijk leiden tot betere integratie van hernieuwbare energie en lagere en stabiele energieprijzen voor industriële verbruikers, bedrijven en huishoudens.

De tripartiete overeenkomst vermeldt dat tegen 2030 naar schatting 200 gigawatt aan opslagcapaciteit nodig is om aan de behoeften van het Europese energiesysteem te voldoen. Ter vergelijking, in 2026 kan er in de hele EU rond de 55 gigawatt aan energie worden opgeslagen.

Doelstellingen tripartiete overeenkomst

Hieronder worden de drie doelen van de tripartiete overeenkomst beknopt beschreven en relevante punten uitgelicht. De doelen voor de periode van 2026 tot 2028 treden onmiddellijk in werking. Voor meer informatie, zie de tripartiete overeenkomst.

  1. De opslagcapaciteit moet worden versterkt door een onmiddellijke verhoging van de uitrol in 2026-2028. Daarbij wordt de jaarlijkse uitrol van opslag met ten minste 20% verhoogd ten opzichte van de jaarlijkse geïnstalleerde capaciteit in 2025. Dit komt neer op ongeveer 45 gigawatt aan energieopslag die tussen 2026 en 2028 moet worden geïnstalleerd.
  2. De gasvraag moet worden verminderd door het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Daarbij moet de opslag ongeveer 10% van de piekvraag dekken, tegenover ongeveer 5% in 2025.
  3. De elektrificatie en het concurrentievermogen van de industrie en bedrijven moeten worden bevorderd. Daarbij moeten de prijzen worden verlaagd. Ook moet, onder meer, het volume van stroomafnameovereenkomsten met opslagfaciliteiten worden verhoogd van 1,5 gigawatt in 2026 tot 4,5 gigawatt in 2028.

Specifieke verbintenissen

De partijen werken samen om de drie doelen te bereiken door hun toezeggingen na te komen. De specifieke verbintenissen in de tripartiete overeenkomst scheppen geen juridische verplichtingen voor ondertekenaars. Wel zal de Commissie het behalen van de doelstellingen coördineren en de voortgang daarvan op jaarlijkse basis monitoren.

Hieronder worden relevante hoofdlijnen van de specifieke verbintenissen per partij weergegeven. Voor meer (technische) informatie en andere punten zie de tripartiete overeenkomst.

Energieopslag- en hernieuwbare energieontwikkelaars

Energieopslag- en hernieuwbare energieontwikkelaars committeren zich ertoe om jaarlijks ramingen te verstrekken over nieuwe energieopslag- en hybride projecten en de volumes daarvan.

Energieverbruikende industrieën

Energieverbruikende industrieën spreken af om energieopslagprojecten te ontwikkelen, voortbouwend op de afspraken die bij de ondertekening zijn gemaakt. Daarnaast willen energieverbruikende industrieën onder meer zichtbaar maken hoeveel en wanneer zij elektriciteit gebruiken.

Lidstaten die ondertekenaars zijn, waaronder Nederland

Lidstaten verbinden zich ertoe belemmeringen voor de inzet van energieopslag weg te nemen. Dit is onder meer belangrijk om de totstandkoming van stroomafnameovereenkomsten met opslagfaciliteiten en andere langetermijncontracten te ondersteunen. Ook stellen lidstaten de nationale regelgevende instanties in staat om kostendekkende en niet-discriminerende netwerktarieven vast te stellen of goed te keuren.

Waar nodig zullen lidstaten financiële steun verlenen voor de inzet en productie van energieopslag, in lijn met nationale toezeggingen en EU-staatssteunregels zoals het Clean Industrial State Aid Framework (CISAF). Daarbij kan onder meer gebruik worden gemaakt van EU-fondsen.

Commissie

De Commissie verbindt zich ertoe meerdere specifieke verbintenissen na te komen, zoals het ondersteunen van lidstaten bij het ontwerpen van efficiënte steunregelingen die openstaan voor opslag. Zij wil er onder meer voor zorgen dat staatssteun voor de betreffende maatregelen zo snel mogelijk wordt goedgekeurd.

Nationale en regionale banken

Nationale en regionale banken verbinden zich ertoe om gezamenlijk de kennis over opslagprojecten te verbeteren om hun financierbaarheid te vergroten. Ook committeren zij zich ertoe om met elkaar en met de Europese Investeringsbank (EIB) Groep samen te werken. Hiermee hopen ze een maximaal bereik en een maximale economische impact van hun financieringsprogramma’s voor opslagoplossingen te garanderen.

Decentrale relevantie

Het Integraal Nationaal Plan Energie en Klimaat 2021-2030 (INEK) beschrijft de doelen en hoofdlijnen van het klimaat en energiebeleid van Nederland voor 2021-2030. Het neemt de inhoud van het Nationaal Klimaatplan 2021-2030 op en verwijst ook naar beleid dat volgt uit Europese wet- en regelgeving. Denk bijvoorbeeld aan de bindende EU-doelstelling van 42,5% hernieuwbare energie in 2030. Nederland rapporteert via het INEK over de bijdrage die aan Europese doelen voor hernieuwbare energie en energiebesparing wordt geleverd.

De toezeggingen in de tripartiete overeenkomst kunnen mogelijk gevolgen hebben voor het energiebeleid in Nederland. Ze leggen geen directe juridische verplichtingen op, maar laten wel zien welke beleidsrichting de Commissie voor ogen heeft en welke mogelijkheden, bijvoorbeeld op het gebied van EU-financiering, in de toekomst verder kunnen worden uitgewerkt.  Nederland zal waarschijnlijk eind 2026 een toezegging doen over de hoeveelheid extra opslagcapaciteit in megawatt die wordt gecreëerd in de periode 2026/2028 overeenkomstig de tripartiete overeenkomst.

EU-fondsen

Decentrale overheden kunnen duurzame en energie-efficiënte projecten stimuleren door middel van financiering. Er zijn zowel nationale als EU-fondsen die investeringen en projecten op dit gebied kunnen aanjagen. Zo verwijst de tripartiete overeenkomst naar het EU-cohesiebeleid en de Connecting Europe Facility (CEF). Het EU-cohesiebeleid is gericht op alle regio’s en steden in de EU en omvat ook regionale fondsen zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Het EFRO kan onder meer bijdragen aan de transitie naar een koolstofneutrale economie. Voor meer informatie over de fondsen zie ook onze EU-Fondsenwijzer.

Staatssteun en CISAF

Daarbij moeten decentrale overheden ook rekening te houden met de kaders van het EU-staatssteunrecht. Staatssteun dient in beginsel gemeld te worden bij de Commissie ter goedkeuring. Volgens de tripartiete overeenkomst verbindt de Commissie zich ertoe om staatssteun zo snel mogelijk goed te keuren. Deze toezegging schept echter geen juridische verplichting.

Ook verwijst de tripartiete overeenkomst naar mogelijkheden onder het Clean Industrial Deal State Aid Framework (CISAF). Op 25 juni 2025 stelde de Commissie dit nieuwe kader voor staatssteun vast ter ondersteuning van de Clean Industrial Deal. CISAF omvat bijvoorbeeld steunregelingen om de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen. Dergelijke staatssteun wordt als verenigbaar met de interne markt beschouwd als aan de voorwaarden van CISAF wordt voldaan.

Bronnen

Meer informatie