Moet de gemeente de Dienstenrichtlijn in acht nemen bij een ‘zuiver interne situatie’?
Een ondernemer binnen de gemeente heeft een vergunning aangevraagd om een bedrijfshal te gebruiken voor de verkoop van onderdelen van fietsen, accessoires en kleding. De gemeente heeft besloten deze aanvraag te weigeren, omdat volgens het bestemmingsplan het perceel bedoeld is voor volumineuze detailhandel. De ondernemer meent dat de weigering in strijd is met het gelijkheidsbeginsel uit de Europese Dienstenrichtlijn. Naar onze mening is de Dienstenrichtlijn niet van toepassing omdat er sprake is van een zogenaamd ‘zuiver interne situatie’. Klopt dit?Mag een gemeente zich bij verstrekken van vergunningen beroepen op een brancheringsregeling?
Onze gemeente hanteert voor het vergeven van standplaatsen (voor bijvoorbeeld een oliebollenkraam) in de gemeente een vergunningstelsel. In de betreffende bestemmingsplannen heeft de gemeente een zogenaamde brancheringsregeling opgenomen. Op basis hiervan kunnen vergunningen voor standplaatsen worden vergeven. Doel van de brancheringsregeling is om standplaatsen over de gehele gemeente te verspreiden en om het aanbod van de standplaatsen aan te laten sluiten bij het bestaande winkelaanbod. Kan een dergelijke brancheringsregeling in strijd zijn met de dienstenrichtlijn?Wanneer kunnen inwoners een beroep doen op de Verordening overlegging openbare documenten?
Een inwoner van onze gemeente wil tijdelijk in een andere EU-lidstaat verblijven en dient daarvoor bepaalde openbare documenten te overleggen in de lidstaat van bestemming. Kan deze inwoner hiervoor een beroep doen op de Verordening overlegging openbare documenten?Is een kortingsregeling voor eigen inwoners voor het zwembad toegestaan?
Onze gemeente wil haar eigen inwoners korting geven op de entree van het plaatselijke zwembad. Is deze regeling in strijd met het Europees recht omtrent vrij verkeer?Mag onze gemeente een aanvraag voor een PGB weigeren omdat de hulp of zorg in een ander EU-land wordt genoten?
In onze grensgemeente hebben twee inwoners een aanvraag gedaan voor een persoonsgebonden budget, een PGB. Een van de twee deed dat op grond van de Jeugdwet, de ander op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Beiden willen met dat budget diensten afnemen van buitenlandse aanbieders. De bedoeling is dat met het PGB op grond van de Jeugdwet in Vlaanderen een jongere tien maanden lang intensieve psychiatrische begeleiding krijgt van een Vlaamse aanbieder. De inwoner die een PGB heeft aangevraagd op grond van de WMO wil huishoudelijke hulp in Nederland, maar van een Vlaamse aanbieder. Onze gemeente heeft echter langlopende contracten voor dit soort hulp en zorg. Mag onze gemeente een aanvraag voor een PGB weigeren omdat de hulp of zorg in een ander EU-land wordt genoten of wordt afgenomen van een aanbieder uit een ander EU-land?Kan een gemeente arbeidsmigranten die (tijdelijk) gehuisvest zijn in de gemeente verplichten om arbeid in de gemeente te verrichten?
Onze gemeente wil aan de huisvestigingsvergunning van arbeidsmigranten uit de Europese Unie in de gemeente de eis koppelen dat deze arbeidsmigranten in de gemeente werkzaam moeten zijn. Mag onze gemeente dit doen of is een dergelijke verplichting in strijd met de Europese regels van vrij verkeer?Hoe staat de Dienstenrichtlijn tegenover wederzijdse erkenning?
Onze provincie wil in een provinciale regeling de eis opnemen dat een taxateur een beroepskwalificatie heeft van een specifieke certificeringsinstantie, danwel is ingeschreven bij een Nederlandse vereniging voor taxateurs. Is een dergelijke eis in overeenstemming met de Dienstenrichtlijn (het vrij verkeer binnen de EU)? Of mag onze provincie de dienstverlener hiertoe niet verplichten als hij in zijn eigen lidstaat al aan een soortgelijke eis voldoet (in verband met wederzijdse erkenning van elkaars eisen)?Onze gemeente verstrekt horecavergunningen aan coffeeshops in combinatie met gedoogverklaringen in de zin van de Opiumwet. Is de Dienstenwet van toepassing?
Onze gemeente heeft momenteel twee coffeeshops. Voor het exploiteren van een coffeeshop zijn zowel een horecavergunning als een gedoogverklaring benodigd. In onze plaatselijke horecaverordening wordt het aantal horecavergunningen beperkt tot maximaal 45. Daarnaast hebben wij een beleidsregel op basis van artikel 13b van de Opiumwet, een lokaal gedoog- en handhavingsarrangement. Daarin hebben wij vastgelegd dat er, onder voorwaarden, maximaal twee gedoogverklaringen door onze gemeente worden afgegeven. Gedoogverklaringen worden alleen afgegeven in combinatie met een horecavergunning. Is op deze handelwijze de Dienstenwet van toepassing?Hoe is de sociale zekerheid geregeld voor grenswerkers die bij onze gemeente werken?
Onze gemeente heeft veel te maken met grenswerkers, medewerkers die in Nederland werken maar over de grens in een andere EU-lidstaat wonen. Bestaat er Europese wet- en regelgeving die sociale zekerheid bij grensoverschrijdende arbeid regelt? En wat als een grenswerker regelmatig vanuit huis werkt, heeft dat gevolgen?De Dienstenrichtlijn, de horecavergunning en ‘slecht levensgedrag’ van de horeca-exploitant
De Dienstenrichtlijn waarborgt de vrijheid van verlening van commerciële diensten en stelt eisen aan vergunningstelsels die die vrijheid inperken. Dit geldt ook voor horecavergunningen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft meermaals verduidelijking gegeven over de benodigde details in lokale regels en de motivering van besluiten, om willekeur te voorkomen.
De Dienstenwet en het cannabisgedoogbeleid: gescheiden werelden maar innig verbonden
In december 2023 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke uitspraak over het cannabisgedoogbeleid in de gemeente Roermond. Op de toekenning van schaarse vergunningen zijn zowel de Dienstenrichtlijn als de Dienstenwet van toepassing. Maar geldt dat ook voor gedoogverklaringen en horecavergunningen voor coffeeshops? Hier spraken we over met Annemarie Drahmann en Demy Jongkind, beiden verbonden aan de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Samen schreven zij een annotatie bij de uitspraak van de Raad van State in de Gemeentestem, een juridisch vakblad.