Richtlijn schone en energiezuinige wegvoertuigen
De Clean Vehicles Directive verplicht decentrale overheden om bij de aanschaf van nieuwe voertuigen een minimaal deel uitstootvrije of schone voertuigen in te kopen.
Sarah Kuipers is juridisch adviseur bij Kenniscentrum Europa Decentraal.
Sarah helpt u graag verder met de volgende onderwerpen:
+31611735219
De adviseurs van Kenniscentrum Europa decentraal beantwoorden vragen voor de helpdesk en verzorgen de publicatie en updates van de content op de website. Daarnaast geven zij presentaties en participeren zij in netwerken.
De Clean Vehicles Directive verplicht decentrale overheden om bij de aanschaf van nieuwe voertuigen een minimaal deel uitstootvrije of schone voertuigen in te kopen.
Decentrale overheden dienen op een groot aantal beleidsterreinen rekening te houden met de Europese staatssteunregels. Dit is bijvoorbeeld het geval als een decentrale overheid staatssteun wil verlenen aan een onderneming in het kader van zorg, cultuur, landbouw of onderzoek.
Op deze pagina vindt u definities van begrippen zoals ‘Actieve mobiliteit’, ERTMS, ‘Concessie’ of ‘Micromobiliteit’.
Het TEN-T netwerk is opgedeeld in een kernnetwerk, een extended core netwerk en een uitgebreid netwerk. Projecten in dit kader worden vanuit CEF gefinancierd.
Bij het uitvoeren van taken op het gebied van (openbaar) vervoer door decentrale overheden kunnen Europese aanbestedingsregels relevant zijn. Deze pagina gaat verder in op hoe de aanbestedingsregels hierin voorbij komen.
De PSO-verordening stelt decentrale overheden in staat om onder voorwaarden zelf private partijen in te huren om zo openbaar personenvervoer van betere kwaliteit en veiligheid voor een lagere prijs te realiseren. Op deze pagina leest u meer over deze verordening.
Europees mobiliteits- en vervoersbeleid komt op verschillende manieren op de weg van Nederlandse decentrale overheden. Zo komt het vaak samen met aanbestedings- of staatssteunvraagstukken, met subsidiemogelijkheden of direct, bijvoorbeeld in het kader van de TEN-T-Verordening.
Wil een overheidsorganisatie compensatiesteun voor het verrichten van Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) verlenen? En voldoet deze compensatiesteun wel aan de eerste drie voorwaarden van het Altmark-arrest, maar niet aan de laatste voorwaarde, dat de aanbieder is geselecteerd op basis van een aanbesteding of een benchmark?
Voldoet een steunmaatregel aan de vijf cumulatieve staatssteuncriteria, dan moet volgens de Europese staatssteunregels deze maatregel worden aangemeld bij de Europese Commissie. Een gemeente, provincie of waterschap kan echter onderzoeken of de steun mogelijk vrijgesteld kan worden van deze aanmeldingsplicht.
Als decentrale overheden steunmaatregelen niet binnen een vrijstellingsverordening kunnen brengen, moeten zij deze via State Aid Notifications Interactive systeem ter goedkeuring aan de Europese Commissie melden.
Wanneer een decentrale overheid steun heeft verleend en de Europese Commissie twijfelt over de verenigbaarheid daarvan met de interne markt, start de Commissie een formele onderzoeksprocedure.
Decentrale overheden kunnen subsidieprogramma’s inzetten om lokale en regionale sportactiviteiten te ondersteunen. Bijvoorbeeld door een subsidie voor het organiseren van sportactiviteiten of een verlaagde grondprijs. Hierbij kunnen staatssteunregels van toepassing zijn.