Gedragsregels Markt en Overheid

Decentrale overheden die economische activiteiten verrichten moeten zich houden aan de gedragsregels Markt en Overheid, die zijn opgenomen in de Mededingingswet. Deze regels vullen de Europese mededingingsregels aan. De Wet Markt en Overheid is op 1 juli 2012 in werking is getreden. Sinds 1 juli 2014 geldt deze wet zowel voor bestaande activiteiten als voor nieuwe activiteiten.

Evaluatie Wet Markt en overheid

De minister van Economische Zaken heeft in de eerste helft van 2015 een evaluatie uit laten voeren naar de Wet Markt en Overheid. Op 3 juni 2016 stuurde minister Kamp van Economische Zaken (EZ) de evaluatie van de Wet Markt en Overheid met een beleidsreactie naar de Tweede Kamer. Hieruit blijkt dat de wet Markt en Overheid heeft bijgedragen aan het creëren van meer gelijke concurrentieverhoudingen, maar dat er vanuit de optiek van de markt nog veel problemen blijven bestaan. De evaluatie biedt ruimte voor het bespreken van de toekomst van deze wet. Vooralsnog is de looptijd tot 1 juli 2017, maar minister Kamp heeft voorgesteld de wet ook na 1 juli 2017 te behouden.

De minister heeft op 14 november 2016 een ontwerpbesluit voor verlenging van de werkingsduur van de gedragsregels voor de overheid in de Mededingingswet aan de Tweede Kamer gestuurd. Verder heeft de minister in de kamerbrief aangegeven dat hij de algemeen belang uitzondering wil aanscherpen en de toepassing van de wet Markt en Overheid wil verbeteren. Voor de inhoudelijke aanpassingen van de wet bereidt de minister een wetsvoorstel voor.

Vier gedragsregels Wet Markt en Overheid

De Wet Markt en Overheid bevat vier gedragsregels, die het gelijke speelveld tussen overheden en ondernemingen moeten creëren:

  • Integrale kosten doorberekening: overheden moeten ten minste de integrale kosten van hun goederen of diensten in hun tarieven doorberekenen.
  • Bevoordelingsverbod: overheden mogen hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen ten opzichte van concurrerende bedrijven.
  • Gegevensgebruik: overheden mogen de gegevens die ze vanuit hun publieke taak verkrijgen, niet gebruiken voor economische activiteiten die niet dienen ter uitvoering van deze taak. Dit verbod geldt niet als andere overheidsorganisaties of bedrijven ook over de gegevens kunnen beschikken.
  • Functiescheiding: als een overheid op een bepaald terrein een bestuurlijke (bijvoorbeeld toetsende) rol heeft voor bepaalde economische activiteiten en ook zelf die economische activiteiten uitvoert, mogen niet dezelfde personen betrokken zijn bij de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheid en bij het verrichten van de economische activiteiten van de overheidsorganisatie.

Wet- en regelgeving

De wet Markt en Overheid bevat nationale regels voor decentrale overheden die zich op de lokale markt begeven. Onder wet- en regelgeving leest u hier meer over.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Nieuws Gedragsregels Markt en Overheid

Internetconsultatie Wet markt en overheid

Vrijdag 1 september is het wetsvoorstel voor een gewijzigde Wet markt en overheid voor consultatie open gesteld. Met het wetsvoorstel wordt de algemeenbelanguitzondering in de wet markt en overheid (hoofdstuk 4b Mededingingswet) aangescherpt via motiveringseisen, komt er meer inspraak voor ondernemers en een verplichte periodieke evaluatie van gemaakte uitzonderingen.

Lees het volledige bericht

ACM neemt besluit met betrekking tot de Wet Markt en Overheid

Volgens de Autoriteit Consument en Markt (ACM) zijn de pasfotohokjes die in zeven stadsdeelkantoren van de gemeente Amsterdam staan, niet in strijd met de Wet Markt en Overheid (Wet M&O). De gemeente brengt voor deze dienstverlening de integrale kostprijs in rekening, aldus de ACM.

Lees het volledige bericht

Evaluatie Wet MenO: bijdrage wet ‘suboptimaal’

Op 3 juni 2016 stuurde minister Kamp van Economische Zaken (EZ) de evaluatie van de Wet Markt en Overheid (MenO) met een reactie naar de Tweede Kamer. Uit de evaluatie blijkt dat de Wet MenO heeft bijgedragen aan het creëren van gelijkere concurrentieverhoudingen, maar dat er vanuit de optiek van de markt nog veel problemen blijven bestaan. Samenvattend is de bijdrage van de wet aan deze doelstelling daarom suboptimaal.

Lees het volledige bericht

Aanleg recreatieve jachthaven infrastructuur geen staatssteun

Steun voor de aanleg van infrastructuur voor recreatief gebruik in de jachthaven van Leixões (Portugal) houdt geen staatssteun in. Dit oordeelde de Commissie in een in februari 2016 verschenen besluit. De steun heeft volgens de Commissie namelijk hooguit een marginaal effect op het handelsverkeer tussen de lidstaten. Steun voor de aanleg van een cruiseschip terminal leverde volgens de Commissie wel, overigens verenigbare, staatssteun op.
Lees het volledige bericht

Europees Parlement stemt over Trade in Services Agreement (TiSA)

Het Europees Parlement beveelt de Europese Commissie onder andere aan nationale standaarden binnen het Trade in Services Agreement (TiSA) niet te verlagen. Het rapport met aanbevelingen dat het Europees Parlement afgelopen maandag 18 januari 2016 de Europese Commissie over het Trade in Services Agreement (TiSA) heeft overhandigd, is met een ruime meerderheid goedgekeurd. Deze aanbevelingen moeten dienen als leidraad voor de Europese Commissie die namens de Europese Unie over dit verdrag onderhandelt.
Lees het volledige bericht

ACM: gemeente Cuijk moet ligplaatsen doorberekenen

Eind december 2015 heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een besluit gepubliceerd waarin zij tot de conclusie komt dat de gemeente Cuijk in overtreding is vanwege het aanbieden van gratis ligplaatsen voor recreatieboten. Als de gemeente Cuijk de ligplaatsen wil blijven aanbieden, dan moet de gemeente voor de berekening van de tarieven voor de ligplaatsen tenminste de integrale kostprijs in acht nemen.
Lees het volledige bericht

Ministerie van Defensie overtreedt Wet Markt en Overheid

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft vastgesteld dat het ministerie van Defensie (het ministerie) de Wet Markt en Overheid (Wet M&O) heeft overtreden bij de uitvoering van een zogeheten ferryvlucht. In haar besluit van eind 2015 concludeerde de ACM dat het ministerie heeft verzuimd de integrale kosten door te berekenen bij de uitvoering van deze ferryvlucht.
Lees het volledige bericht

ACM doet onderzoek naar mogelijke oneerlijke concurrentie

De gemeente Amsterdam heeft eind vorig jaar de opdracht gegeven voor het plaatsen van pasfotohokjes in zeven stadsloketten. In een aantal stadsloketten heeft de gemeente deze opdracht onderhands gegund aan één leverancier. Naar aanleiding van een ontvangen klacht onderzoekt de ACM of er sprake is van een economische activiteit.
Lees het volledige bericht

ACM: gemeente De Marne overtreedt Wet M&O bij exploitatie ligplaatsen haven

In augustus 2015 heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) geoordeeld dat de gemeente De Marne de Wet Markt en Overheid (Wet M&O) niet in acht heeft genomen bij de exploitatie van gemeentelijke ligplaatsen voor boten. Volgens de ACM voldoet de gemeente De Marne bij het aanbieden van ligplaatsen niet aan de verplichting uit de Wet M&O met betrekking tot het doorberekenen van de integrale kosten.
Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Gedragsregels Markt en Overheid

Is de Wet Markt en Overheid van toepassing bij adviesdiensten aan andere gemeente?

Onze gemeente heeft veel expertise opgebouwd over veiligheid, openbare orde en handhaving. Een naburige gemeente geeft aan behoefte te hebben aan dergelijke expertise. Onze gemeente kan en wil haar expertise op dit gebied ter beschikking stellen door middel van het leveren van bijvoorbeeld adviesdiensten of het tijdelijk aanbieden/uitwisselen van personeel. Dient de gemeente bij de kostenberekening voor het beschikbaar stellen van haar personeel aan een andere gemeente ten behoeve van adviesdiensten, rekening te houden met de Wet Markt en Overheid, en dan met name het vereiste van integrale kostprijsberekening?

Bekijk het antwoord

Mag een gemeente subsidie verstrekken om leegstand tegen te gaan, naast hanteren van integrale kostprijs?

Onze gemeente is eigenaar van een pand dat momenteel leeg staat. Er dienen zich geen huurders aan tegen de marktconforme huurprijs waarvoor het nu wordt aangeboden. Mag de gemeente in dat geval subsidie verstrekken om leegstand te voorkomen of leidt dat tot mededingingsrechtelijke bezwaren? Is de gemeente in een dergelijk geval überhaupt verplicht om de huurprijs van het pand te baseren op de integrale kostprijs?

Bekijk het antwoord

Wet Markt en Overheid of staatssteun: waarmee moet de gemeente rekening houden bij de verhuur van (kantoor)ruimte?

De gemeente is eigenaar van een aantal leegstaande panden. Zij wil deze ruimte verhuren. Is het verhuren van ruimte een economische activiteit? En moet de gemeente in dit geval rekening houden met het mededingingsrecht (in de zin van de Wet Mark en Overheid) of het staatssteunrecht, en wat is het onderscheid tussen deze twee rechtsgebieden?

Bekijk het antwoord

Wat is het verschil tussen een DAEB en een Wet M&O algemeen belang besluit?

Enkele weken geleden heeft onze gemeente het verzoek ontvangen om informatie aan te leveren voor de rapportage over de uitvoering van het DAEB-besluit over de jaren 2014 en 2015. De gemeente heeft in deze periode ook voor een aantal economische activiteiten die zij zelf verricht een algemeen belang besluit in de zin van de Wet Markt en Overheid (Wet M&O) genomen. Dient de gemeente ook hierover te rapporteren in het kader van de DAEB-rapportage, en wat is het verschil tussen een DAEB en een Wet M&O algemeen belang besluit?

Bekijk het antwoord

Integrale kostprijs doorberekenen bij exploitatie fietsenstalling?

Onze gemeente exploiteert een bewaakte fietsenstalling en wil de stalling van fietsen kosteloos aanbieden. Is het exploiteren van een fietsenstalling een economische activiteit? En zo ja, is de gemeente in dat geval altijd verplicht de integrale kosten door te berekenen voor het aanbieden van plekken in de fietsenstalling?

Bekijk het antwoord

Is een stichting die gemeentelijke sportaccommodaties verhuurt een overheidsbedrijf dat niet bevoordeeld mag worden?

Onze gemeente heeft een stichting opgericht die gemeentelijke sportaccommodaties verhuurt. Is deze stichting een overheidsbedrijf zoals bedoeld in de Mededingingswet? En zo ja, is in dit geval het verbod van artikel 25j Mededingingswet, dat een bestuursorgaan zijn overheidsbedrijf niet mag bevoordelen, van toepassing? Onze gemeente is namelijk voornemens om aan de stichting een lening te verschaffen tegen een zeer gunstige rente.

Bekijk het antwoord

Is het mededingingsrecht van toepassing als waterschappen biogas, dat vrij komt bij diens afvalwater- en zuiveringsactiviteiten, (terug)leveren aan het gasnet?

Bij de zuivering van afvalwater via slibvergisting produceert het waterschap biogas. Biogas is een brandstof en kan worden omgezet in elektriciteit. Het waterschap wil een deel van deze brandstof zelf gebruiken en het overige deel dat zij niet verbruikt aan het gasnet leveren. Speelt het mededingingsrecht hier een rol?

Bekijk het antwoord

Publicaties Gedragsregels Markt en Overheid

Gedragsregels Markt en Overheid

Handreiking Wet markt en overheid

Memorie van Toelichting Mededingingswet

De overheid als ondernemer: inwerkingtreding Wet Markt en Overheid

Evaluatie Wet Markt en Overheid 2012-2015

‘De tijdelijke regeling van en het toezicht op marktactiviteiten door overheden: een uitdagende opgave’, B. Lejeune. Tijdschrift voor Staatssteun, november 2011, p. 95-102

‘De Wet Markt & Overheid: Over de bevoordeling van overheidsbedrijven en de mogelijkheid om de gedragsregels niet te hoeven naleven’, E.A. van de Kuilen en D. van Tilborg. De Gemeentestem, 2 augustus 2011, p 372-383

Hogenhuis, P.A.E.M., & Jonkers, P. (2014). De overheid als ondernemer. Tijdschrift voor Staatssteun, (2), p. 45-47. Dit artikel is verschenen naar aanleiding van de bijeenkomst ‘De overheid als ondernemer, Europese en nationale regels’ op 11 februari 2014. De organisatie was in handen van Europa decentraal, de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Wet- en regelgeving Gedragsregels Markt en Overheid

Gedragsregels Markt en Overheid

De wet Markt en Overheid bevat nationale regels voor decentrale overheden die zich op de lokale markt begeven. De wet moet oneerlijke concurrentie voorkomen wanneer overheden marktactiviteiten ondernemen. Een marktverstoring hoeft niet per se grensoverschrijdend te zijn, maar kan ook nationaal zijn. De Europese mededingingsregels zijn hier dan niet op van toepassing.

Autoriteit Consument en Markt

Ondernemingen kunnen op grond van deze wet hun beklag doen bij de ACM over (decentrale) overheden die concurrentievervalsende commerciële activiteiten ondernemen. De ACM heeft de bevoegdheid onderzoek te doen naar klachten over de overtreding van de gedragsregels. Wanneer de ACM een overtreding constateert, kan zij een dwangsom of boete opleggen.

Gedragsregels

De wet bevat gedragsregels voor overheden met betrekking tot:

  • de bekostiging van ondernemersactiviteiten door middel van integrale kostprijsberekening;
  • het hergebruik van gegevens verkregen voor de uitvoering van de publieke taak;
  • het voorkomen van functievermenging;
  • het voorkomen van bevoordeling van eigen overheidsbedrijven.

Doelstelling wet markt en overheid

De doelstelling van de wet is om zo gelijk mogelijke concurrentieverhoudingen te creëren tussen overheden en particuliere ondernemingen. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke publieke taak van de overheid. Door toepassing van de gedragsregels moeten overheden meer oog krijgen voor de mededingingsaspecten van overheidsmaatregelen. De wet Markt en Overheid is opgenomen in de Mededingingswet.

Uitgangspunten gedragsregels

De gedragsregels kennen vier uitgangspunten:

  • Voor overheden die als ondernemer actief zijn, moeten dezelfde concurrentievoorwaarden gelden als voor ‘gewone’ ondernemingen.
  • Overheidsorganisaties mogen binnen de grenzen van de bestaande wetgeving economische activiteiten verrichten of ondernemingen belasten met de uitvoering van taken van algemeen economisch belang. Hieraan stelt het wetsvoorstel geen eisen.
  • Bij schending van de gedragsregels door een overheidsorganisatie is de overheid zelf het aangrijpingspunt.
  • Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande, bekende begrippen en regelgeving op nationaal en Europees niveau en bij het handhavinginstrumentarium van de Mededingingswet.

Reikwijdte gedragsregels

De gedragsregels zijn van toepassing op overheidsorganisaties. Hieronder worden verstaan:

  • rijk, provincies, gemeenten en waterschappen;
  • zelfstandige bestuursorganen met een publiekrechtelijke status;
  • gemeenschappelijke regelingen die geen eigen rechtspersoonlijkheid hebben;
  • overheidsbedrijven.

Deze overheidsorganisaties moeten een economische activiteit verrichten of laten verrichten door een aan hen gerelateerd overheidsbedrijf. Een economische activiteit is het aanbieden van goederen of diensten aan derden op de markt. Een overheid kan haar publieke taak uitvoeren door middel van economische activiteiten. Als dit leidt tot concurrentievervalsing kan dat worden gerechtvaardigd door het publiek belang dat met het verrichten en financieren van de activiteiten is gemoeid. De wet Markt en Overheid zondert daarom financiering in het publieke belang uit van de gedragsregels.

Uitzonderingen

Economische activiteiten ten behoeve van andere overheden zijn uitgezonderd van de gedragsregels. Ook worden er in artikel 25h uitzonderingen gemaakt voor bepaalde sectoren:

  • onderwijs en onderzoek (hiervoor is aparte regelgeving aangekondigd);
  • publieke omroep;
  • sociale werkplaatsen tot op zekere hoogte (art. 25i lid 2c).

De reden voor deze uitzonderingen is dat publiekrechtelijke en privaatrechtelijke organisaties in deze sectoren naast elkaar opereren.

Raakvlakken staatssteun en aanbesteden

De wet heeft raakvlakken met onder andere staatssteun en aanbesteden. Hierop wordt ingegaan in de paragrafen 2.1.3 en 5.1 van de Memorie van Toelichting (MvT).

Staatssteun

De wetgever heeft aangegeven dat de staatssteunregels er deels voor kunnen zorgen dat oneerlijke concurrentie wordt voorkomen. De staatssteunregels bieden bepaalde uitzonderingen waardoor steun niet als staatssteun kan worden aangemerkt, omdat het de Europese markt niet of nauwelijks verstoord terwijl de nationale mededinging wel wordt beïnvloed.

Voorbeelden hiervan zijn verschillende vormen van de-minimissteun of steun die niet met staatsmiddelen wordt gefinancierd. De gedragsregels gelden dan ook alleen indien geen sprake is van staatssteun in de zin van art. 107 lid 1 VWEU.

Aanbesteden

De Mededingingswet (art. 25h lid 2) maakt een uitzondering voor quasi-inbestedingen. Deze is van toepassing op leveringen van goederen en diensten door bestuursorganen aan andere bestuursorganen of overheidsbedrijven, bestemd voor de uitvoering van hun publiekrechtelijke taak.

Diensten van Algemeen Belang

Ook voor Diensten van Algemeen Belang (DAB) wordt een uitzondering gemaakt op de gedragsregels. Decentrale overheden kunnen deze DAB aanwijzen. Hierbij moet het lokale bedrijfsleven wel genoeg mogelijkheden hebben om ten aanzien van dit publieke belang inspraak te geven. Decentrale overheden dienen het publieke belang duidelijk te motiveren, om te voorkomen dat zij marktactiviteiten die buiten de publieke taak vallen als DAB benoemen.

De Eerste Kamer heeft de regering verzocht om te monitoren wat voor activiteiten door (decentrale) overheden nu als dienst van algemeen belang worden aangemerkt.

Aanvullende regelgeving

Minister Verhagen heeft aangegeven dat een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) in voorbereiding is, die een technische uitwerking geeft aan de wijze waarop kosten van marktactiviteiten moeten worden doorberekenend. De Raad van State en het parlement zijn hierover geconsulteerd. De minister heeft ook toegezegd in het kader van de wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een juridische grondslag te bieden om concurrentievervalsing door hoger onderwijsinstellingen tegen te gaan.

Monitoring en evaluatie

De Eerste Kamer heeft in het kader van de evaluatie van de nieuwe artikelen in de Mededingingswet aan de regering gevraagd om een overzicht te bieden over de effectiviteit van rechtsbescherming voor MKB-bedrijven bij de bestuursrechter.

Op 3 juni 2016 stuurde minister Kamp van Economische Zaken (EZ) de evaluatie van de wet Markt en Overheid met een beleidsreactie naar de Tweede Kamer. Hieruit blijkt dat de wet heeft bijgedragen aan het creëren van gelijkere concurrentieverhoudingen, maar dat er vanuit de optiek van de markt nog veel problemen blijven bestaan. De evaluatie biedt ruimte voor het bespreken van de toekomst van deze wet. Vooralsnog is de looptijd tot 1 juli 2017, maar minister Kamp heeft voorgesteld de wet ook na 1 juli 2017 te behouden.

De minister heeft op 14 november 2016 een ontwerpbesluit voor verlenging van de werkingsduur van de gedragsregels voor de overheid in de Mededingingswet aan de Tweede Kamer gestuurd. Verder heeft de minister in de kamerbrief aangegeven dat hij de algemeen belang uitzondering wil aanscherpen en de toepassing van de wet Markt en Overheid wil verbeteren. Voor de inhoudelijke aanpassingen van de wet bereidt de minister een wetsvoorstel voor.

X