Mededinging in het sociaal domein
Gemeenten hebben onder wetgeving in het sociale domein de verantwoordelijkheid ondersteuning te bieden aan inwoners. Bijvoorbeeld onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet.
Vanaf 1 januari 2026 zijn lidstaten verplicht om verleende de-minimissteun in een centraal register op nationaal of EU-niveau te registreren. Nederland maakt gebruik van het centrale EU-register, het eAidRegister (hierna: eAir).
OntdekkenGemeenten hebben onder wetgeving in het sociale domein de verantwoordelijkheid ondersteuning te bieden aan inwoners. Bijvoorbeeld onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Participatiewet.
Om de wet- en regelgeving rondom digitalisering toegankelijker te maken, heeft Kenniscentrum Europa Decentraal deze lijst met veel voorkomende en belangrijke termen opgesteld.
Op de pagina wordt ingegaan op de aanbesteding van verzekeringen, welke opdrachten zijn uitgezonderd van de werking van de aanbestedingsrichtlijn en welke eisen er gesteld kunnen worden aan verzekeraars.
Voor sociale en andere specifieke diensten (SAS-diensten) geldt een aparte aanbestedingsprocedure. Dat komt omdat deze diensten een beperktere grensoverschrijdende dimensie hebben. Hierdoor ligt het drempelbedrag ook hoger: € 750.000,-. Op onderstaande pagina wordt verder in gegaan op de SAS-procedure.
De technologie verandert snel. Dit geldt ook voor onze manier van handelen. De handel speelt zich inmiddels veelal elektronisch af: e-commerce. Al vroeg trad daarom de Richtlijn inzake elektronische handel in werking. Ook de Digital Services Act en de Digital Markets Act zijn van belang. Op deze pagina vindt u meer informatie over het Europese beleid voor e-commerce en wat dat betekent voor Nederlandse decentrale overheden.
Digitale technologieën maken zorg op afstand mogelijk. De digitalisering van de gezondheidszorg kan erop toezien dat de zorg toegankelijker en efficiënter wordt voor burgers. Zo vergemakkelijkt e-health de interactie tussen patiënten en artsen en zorgt het voor een eenvoudigere uitwisseling van data tussen gezondheidscentra. E-health is het gebruik van ICT voor het ondersteunen en verbeteren van de gezondheidszorg. E-health wordt toegepast door medewerkers in de zorg, maar ook door patiënten zelf.
Op welke manieren hebben decentrale overheden nog meer met de steeds verder vorderende digitale samenleving te maken? En wat houdt de Europese wet- en regelgeving in met betrekking tot bijvoorbeeld elektronische identiteit? In dit sub-dossier staat informatie over de Europese en Nederlandse regels als het gaat om de digitale samenleving. Daarnaast wordt op deze pagina’s ingegaan op de rechten en plichten van gemeenten, provincies en waterschappen.
De Verordening betreffende vrij verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens zorgt ervoor dat deze gegevens vrij tussen de lidstaten kunnen stromen. Sinds 28 mei 2019 is deze verordening in werking en verwijdert het de obstakels voor het vrij verkeer van niet-persoonsgegevens tussen de lidstaten. Dit draagt bij aan de totstandkoming van de digitale interne markt. Op onderstaande pagina leest u meer over deze verordening en de betekenis hiervan voor decentrale overheden.
Bij de uitvoering van de taken die gemeenten hebben in het kader van het sociaal domein worden regelmatig persoonsgegevens verwerkt. Om een goede dienstverlening te kunnen verlenen, wordt het vaak noodzakelijk geacht om gegevens te kunnen delen binnen de gemeente, maar ook met bijvoorbeeld zorginstanties. Bij alle verwerkingen van persoonsgegevens moet rekening gehouden worden met de regels uit de AVG.
Op grond van artikel 37 AVG moet de verwerkingsverantwoordelijke in een aantal situaties verplicht een Functionaris voor gegevensbescherming aannemen. Decentrale overheidsorganisaties die persoonsgegevens verwerken zijn bijvoorbeeld verplicht om een FG aan te stellen. Een FG adviseert over de toepassing van de AVG en staat de verwerker en verwerkingsverantwoordelijke bij met het intern toezicht op de naleving van de AVG.
Decentrale overheden mogen alleen persoonsgegevens verwerken wanneer zij hier een rechtsgrondslag voor hebben. Dat betekent dat zij een goede reden moeten hebben om persoonsgegevens te verwerken. De AVG stelt zes grondslagen voor het verwerken van persoonsgegevens. Met name de eerste grondslag toestemming dient aan strenge voorwaarden te voldoen. Op deze pagina vindt u meer informatie over de zes grondslagen.
Sinds 25 mei 2018 moeten onder andere decentrale overheden de regels van de Algemene Verordening Vegevensbescherming toepassen wanneer zij persoonsgegevens verwerken. Deze Europese verordening verving de hiervoor geldende Richtlijn bescherming persoonsgegevens.