ITS
Intelligente Vervoerssystemen (ITS) zijn systemen waarin informatie- en communicatietechnologie wordt toegepast op het wegvervoer, waaronder de infrastructuur, voertuigen, weggebruikers en het verkeersbeheer. Door informatie uit te wisselen tussen deze onderdelen en met andere vervoerswijzen, dragen ITS bij aan het verminderen van files, het verbeteren van de verkeersveiligheid en het ondersteunen van digitale toepassingen in voertuigen. Zij maken het ook makkelijker om verschillende vervoersmiddelen, zoals het openbaar vervoer en de fiets, te combineren. Het doel is het vervoer veiliger, efficiënter en duurzamer maken.
Juridisch kaders
De basis voor deze ontwikkelingen is de ITS-richtlijn (2010/40/EU), aangenomen in 2010. Deze richtlijn stelt een kader vast voor een gecoördineerde invoering van ITS binnen de Europese Unie. De reikwijdte van de weg-, verkeers- en reisgegevens die hieronder vallen, is nader omschreven in Bijlage I van de richtlijn.
De richtlijn is voor het laatst gewijzigd met Richtlijn (EU) 2023/2661. Deze update breidt de verplichtingen voor het beschikbaar stellen van data uit naar het gehele Europese wegennet, inclusief stedelijke knooppunten. In Bijlage III van de herziene richtlijn is een specifieke lijst met cruciale datatypen opgenomen die lidstaten verplicht moeten ontsluiten. Voor Nederlandse wegbeheerders gaat het volgens de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) om concrete gegevens zoals snelheidslimieten, eenrichtingsverkeer, toegangsbeperkingen voor gewicht of hoogte, en verkeersregels voor tunnels en bruggen.
Daarnaast stelt de herziene richtlijn nu harde deadlines voor de verplichte invoering van cruciale diensten, zoals verkeersveiligheidsinformatie (SRTI). Ook zijn nieuwe thema’s toegevoegd om in te spelen op moderne ontwikkelingen, zoals ‘Mobility as a Service’ (MaaS) en geconnecteerde en geautomatiseerde mobiliteit.
Implementatie in Nederland
In Nederland is de ITS-richtlijn wettelijk verankerd in de Wegenverkeerswet 1994 (Hoofdstuk VIB). De praktische uitwerking van de verplichtingen is vastgelegd in de ITS-Regeling (BWBR0036478). In april 2026 publiceerde de Europese Commissie een nieuwe editie van de internationale voortgangsanalyse (het derde implementatieverslag), waarin de status van de digitale ontsluiting van het Europese wegennet en de beschikbaarheid van mobiliteitsdata in kaart is gebracht. Voor 31 december 2026 staat een volgende belangrijke vernieuwing van de ITS-Regeling gepland om de geografische dekking van de dataverplichtingen verder uit te breiden.
Toezicht via de RDW en NDW
Het toezicht op de naleving van deze regels wordt uitgevoerd door de RDW op basis van het Toezichtbeleid ITS (BWBR0036729). De RDW is aangewezen als de nationale toezichthouder die controleert of data-aanbieders en informatiedienstverleners zich aan de Europese regels houden. De RDW doet dit onder meer door conformiteitsverklaringen, steekproeven, en handhaving. Daarnaast speelt de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW) een centrale rol. De NDW is in Nederland aangewezen als het Nationaal Toegangspunt (NAP). Dit is de digitale interface waar alle wettelijk verplichte mobiliteitsdata samenkomen
Decentrale relevantie
Decentrale overheden spelen een cruciale rol als bronhouders van weg- en verkeersgegevens. Zij zijn volgens de Nederlandse implementatie wettelijk verplicht om hun (meta)data aan te leveren bij de NDW. Deze digitalisering van mobiliteitsdata is echter niet alleen een verplichting; het ondersteunt overheden ook bij effectief beheer en onderhoud van infrastructuur (assetmanagement) en helpt bij het maken van onderbouwde keuzes voor bijvoorbeeld verkeersplannen of woningbouw.
Om deze transitie te ondersteunen, wordt in Nederland samengewerkt aan het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata. Dit partnerschap tussen het Rijk en decentrale overheden heeft als doel de organisatie en het beheer van mobiliteitsdata verder te professionaliseren.
Gegevensverplichting en uitvoerbaarheid
De praktische toepassing van deze regels is getoetst in de UDO. De UDO is een onderzoek naar de gevolgen van de ITS-richtlijn voor lokale overheden, uitgevoerd in samenwerking met de koepelorganisaties (VNG, IPO en UvW). Een belangrijke interpretatie uit deze toets is dat de richtlijn vooralsnog als enige kwaliteitseis stelt dat gegevens onmiddellijk beschikbaar moeten worden gesteld. Daarbij geldt de regel dat deze verplichting alleen betrekking heeft op data die al in een digitaal machineleesbaar formaat beschikbaar zijn, of waarvan de onderliggende informatie al bestaat.
Administratieve verplichtingen
Naast de feitelijke datalevering brengt de ITS-regeling ook administratieve taken met zich mee: bronhouders moeten zich officieel identificeren bij de RDW en NDW en een conformiteitsverklaring indienen bij de RDW. In totaal gaat het voor decentrale overheden om 12 verschillende gegevenstypen, waarbij de verplichting voor gemeenten vaak voortvloeit uit hun status als stedelijk knooppunt. Hoewel dit een structurele inspanning vraagt, concludeert de UDO dat de implementatie op korte termijn geen extra financiële gevolgen heeft, zolang data op basis van ‘best effort’ beschikbaar wordt gesteld. In een latere fase zal worden toegewerkt naar specifiekere kwaliteitseisen via een gezamenlijke gegevenscatalogus.