Wet Markt en Overheid of staatssteun: waarmee moet de gemeente rekening houden bij de verhuur van (kantoor)ruimte?

november 2016

De gemeente is eigenaar van een aantal leegstaande panden. Zij wil deze ruimte verhuren. Is het verhuren van ruimte een economische activiteit? En moet de gemeente in dit geval rekening houden met het mededingingsrecht (in de zin van de Wet Mark en Overheid) of het staatssteunrecht, en wat is het onderscheid tussen deze twee rechtsgebieden?

Antwoord in het kort:

Ja, de verhuur van ruimte kwalificeert als een zogenaamde ‘economische activiteit’. Als de gemeente economische activiteiten verricht met behulp van publieke middelen, dan kunnen de Europese staatssteunregels of mededingingsregels (in de zin van de Wet Markt en Overheid) hierop van toepassing zijn. De gemeente kan bij haar handelen verschillende rollen vervullen. Ze kan bijvoorbeeld opereren als steunverlener: dan gelden de staatssteunregels. Maar de gemeente kan ook zelf als ondernemer acteren op een markt: dan gelden de Europese mededingingsregels en de gedragsregels Markt en Overheid. Welk rechtsgebied van toepassing is hangt van de vraag of voldaan wordt aan de voorwaarden voor staatssteun of de Wet Markt en Overheid.

Staatssteun en Wet Markt en Overheid

Als de gemeente de ruimte verhuurt tegen bijvoorbeeld een symbolische huursom (een prijs die afwijkt van de marktprijs) kan dit een steunmaatregel van de gemeente aan de huurder zijn. Bijvoorbeeld, wanneer de gemeente een bepaalde maatschappelijke activiteit wil stimuleren en een ondernemer daarvoor ruimte aanbiedt tegen een lagere huurprijs dan de marktprijs. De gemeente moet dan beoordelen of de regels van het staatssteun van toepassing zijn. Dit zal hieronder nader toegelicht worden.

Mededinging – Wet Markt en Overheid

Dit zal anders zijn als de overheid geen (financiële) staatssteun verleent, maar louter zelf optreedt als ondernemer op een markt (namelijk als verhuurder van onroerend goed) en de ruimte verhuurt tegen een marktconforme prijs. In dat geval is de Wet Markt en Overheid (Wet M&O) wel van toepassing. Ook dit zal hieronder nader toegelicht worden.

Hieronder volgt een toelichting op het begrip economische activiteit. Daarna wordt ingegaan op de mogelijke toepasselijkheid van het staatssteunrecht of het mededingingsrecht in dit geval. Hieruit blijkt ook het onderscheid in de toepassing van het Europese staatssteunrecht en het mededingingsrecht (Wet Markt en overheid).

Economische activiteit

Allereerst dient de gemeente de vraag te beantwoorden of sprake is van een economische activiteit. Een economische activiteit wordt als volgt gedefinieerd: “iedere activiteit bestaande uit het aanbieden van goederen en/of diensten op een bepaalde markt”. Of hiervan sprake is, is afhankelijk van de karakteristieken van de activiteit. Activiteiten ter uitoefening van specifieke bevoegdheden van overheidsgezag worden niet als economische activiteit gezien. In deze praktijkvraag biedt de gemeente (kantoor)ruimte aan op een markt waar ook andere (commerciële) partijen actief zijn. De verhuur van (kantoor)ruimte kwalificeert daarom als een economische activiteit.

Staatssteun

Als de gemeente de beschikbare ruimte verhuurt tegen een symbolische huurprijs, kan sprake zijn van een steunmaatregel waarop het Europese staatssteunrecht van toepassing is. Het algemene Europees staatssteunverbod is neergelegd in art. 107 lid 1 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Uit dit verbod is een aantal voorwaarden af te leiden waar aan moet worden voldaan om een maatregel als staatssteun te kunnen aanmerken. Deze voorwaarden zijn cumulatief. Dat wil zeggen dat een maatregel pas staatssteun oplevert als aan alle hieronder opgesomde voorwaarden is voldaan:

Meer informatie over deze voorwaarden vindt u op de pagina criteria staatssteun op de website van Europa decentraal.

Als de gemeente op basis van bovenstaande voorwaarden tot de conclusie komt dat de lage huurprijs leidt tot een steunmaatregel, dan zijn hierop in de meeste gevallen de staatssteunregels van toepassing. Een vervolgvraag is dan op welke wijze de financiële maatregel mogelijk ‘staatssteunproof’ (in overeenstemming met de staatssteunregels) kan worden gemaakt. Zie voor meer informatie hierover onze website of stel een vraag in onze helpdesk.
Voor de beantwoording van deze praktijkvraag is alleen de vrijstellingsmogelijkheid van de-minimissteun van belang. Daarom wordt hieronder alleen op deze vrijstellingsmogelijkheid ingegaan.

De-minimisverordening en Wet Markt en Overheid

Steunmaatregelen die onder een de-minimisverordening vallen, hebben een beperkt effect op het handelsverkeer tussen lidstaten. Zulke maatregelen voldoen hierdoor niet aan alle cumulatieve criteria van het staatssteunverbod (art. 107 lid 1 VWEU) en leveren dus geen staatssteun op (zie artikel 3 lid 1 van de de-minimisverordening).

Op grond van de de-minimisverordening heeft de Commissie een steunplafond ingesteld. Dit betekent dat decentrale overheden onder de reguliere de-minimisverordening ondernemingen tot € 200.000 aan steun kunnen verlenen, zonder dat er sprake is van staatssteun. De de-minimisverordening is in principe van toepassing op steun aan ondernemingen in alle sectoren. Als de-minimisverordening van toepassing is dan is dus geen sprake van staatssteun, maar op dergelijke steun is de Wet M&O van toepassing.

Er geldt wel een aantal voorwaarden voor de toepassing van de de-minimisverordening. Zo gelden voor bepaalde sectoren lagere steundrempels, wordt er van bruto steunbedragen uitgegaan en moet er worden nagegaan of de begunstigde al eerder steun heeft ontvangen (van een mogelijke andere overheid) om zo cumulatie te voorkomen.

Indien de gemeente in deze casus tot de conclusie zou komen dat geen sprake is van staatssteun, dan is de Wet Markt en Overheid van toepassing. Deze wet en het staatssteunrecht (en ook het aanbestedingsrecht) vullen elkaar namelijk vooral aan, waarbij voor de Wet Markt en Overheid geldt dat deze een zelfstandige betekenis heeft voor die gevallen wanneer de aangrenzende regelgeving niet van toepassing is.

Wet Markt en Overheid

Het kan zijn dat er in dit praktijkvoorbeeld geen sprake is van staatssteun. Bijvoorbeeld omdat de ruimte wordt verhuurd tegen een marktconforme prijs en de gemeente dus geen financiële steun verleent. Of omdat het gaat om een door de gemeente dusdanig vormgegeven financiële maatregel die als de-minimissteun kan worden aangemerkt en dus geen staatssteun oplevert. In dat geval moet de gemeente in beginsel de Wet Markt en Overheid toepassen. Deze wet geldt voor overheden die zelf of via hun overheidsbedrijven economische activiteiten verrichten. Om concurrentievervalsing te voorkomen, dient de overheid in dat geval de gedragsregels uit de Wet Markt en Overheid toe te passen. Deze gedragsregels zijn opgenomen in hoofdstuk 4b van de Mededingingswet, het gaat om de volgende gedragsregels:

  1. integrale kostprijsberekening;
  2. verbod van bevoordeling van eigen overheidsbedrijven;
  3. verbod gegevensgebruik;
  4. functiescheiding tussen publieke taken en economische activiteiten.

Zie voor meer informatie over de Wet Markt en Overheid ook onze website en de handreiking Wet M&O.

Als de Wet Markt en overheid van toepassing blijkt te zijn op het handelen van de gemeente bij de verhuur van kantoorruimte, dan dient de gemeente deze gedragsregels toe te passen. Bij de verhuur van (kantoor)ruimte dient de gemeente dus (1) de integrale kostprijs voor de huur te berekenen, (2) niet haar eigen overheidsbedrijven te bevoordelen, (3) geen gegevens te gebruiken die met publieke taken zijn verkregen en (4) niet dezelfde personen te betrekken bij de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheid en als bij het verrichten van de economische activiteiten van de overheidsorganisatie (in dit geval de verhuur van beschikbare ruimte). Op het toepassen van de gedragsregels geldt een uitzondering indien een beroep kan worden gedaan op de zogeheten uitzondering van algemeen belang. Zie voor meer informatie over deze uitzondering onze website.

Evaluatie en toekomst Wet Markt en Overheid

In de toekomst gaan mogelijk wijzigingen optreden met betrekking tot de Wet Markt en Overheid en dan met name op het gebied van het algemeen belangbesluit. Het evaluatierapport over de Wet Markt en Overheid vermeldt over de verhouding van deze wet met andere regelgeving dat de wet, het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar vooral aanvullen, waarbij voor de Wet Markt en Overheid geldt dat deze een zelfstandige betekenis heeft voor die gevallen wanneer de aangrenzende regelgeving niet van toepassing is. Voor meer informatie over de evaluatie en de toekomst van de Wet Markt en Overheid verwijzen we u naar dit nieuwsbericht op onze website.

Door:

Madeleine Heitmeijer-Broersen, Europa decentraal 

Meer informatie:

Staatssteun, Europa decentraal
Criteria staatssteun, Europa decentraal
Vrijstellingen staatssteun, Europa decentraal
Notion of State aid, Europese Commissie
Handreiking Wet Markt en Overheid, Europa decentraal
Mededinging, Europa decentraal
Gedragsregels Wet Markt en Overheid, Europa decentraal
Als ambtenaren ondernemers worden, ACM
Zorg voor een gelijke speelveld, nieuwsbericht Europa decentraal
Algemeen belang besluit, Europa decentraal
Evaluatie Wet Markt en Overheid, Europa decentraal

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X